Jan Engelen, juni 2003

Het evangelie van Sint Jan

Johannes gelezen 2002-2003, blok 3.

Les 6

Begin van een weg

Gedurende het eerste college hebben we de omtrek van het evangelie verkend. We wilden zo iets op het spoor komen van “hoe zo’n tekst zich uitrolt”, waar het om begonnen is, wat het verhaal in eerste en laatste instantie te bieden heeft.

We keken naar waar het uit komt, na “wat het blijkbaar bereikt”. Zo kwamen we in de buurt van het graf in Jerusalem waar Jezus vermoedelijk voorlopig begraven, bijgezet was. Meer precies: we kwamen bij Maria Magdalena die bij het graf staat te huilen. Het verhaal speelt zich af in de ochtend. Op de avond van diezelfde dag zijn de leerlingen blijkbaar nog steeds bang voor wat hun boven het hoofd hangt bijeen. Het verrijzenisverhaal blijkt hen niet gerust te stellen. Dan staat Jezus plotseling in hun midden.


voorlopige conclusie

Ik houd ervan om het maar een beetje gemakkelijk te zien. Als Jezus, onvoorstelbaar, dood en begraven, leeft en in hun midden staat – wat gaat hij dan doen. Over de grens van de dood heen blijkt hij te gaan spreken. Het kan nu niet meer over trivialia gaan. Wat blijkt? We (alsof we bij de bange leerlingen horen) krijgen te horen: vrede op jullie! Zie johannes 20,19. 21 en 26.

Jezus die verrezen is heeft blijkbaar vrede voor ogen.

Vandaar uit heb ik als hypothese geprobeerd: stel je voor, het evangelie van Sint Jan heeft uiteindelijk geen andere bedoeling dan vrede. Zou je zo mogen lezen? Wat strekt dan tot vrede? Hoe presenteert het verhaal van Sint Jan die weg die vrede aanreikt – eventueel: wat moet ik verstaan onder die vrede, hoe wordt dat ingevuld.

Je begrijpt: we kunnen dit niet omschrijven als koffie of thee. Trouwens ook hier weet de liefhebber dat de ene koffie de andere niet is. Ook heel wat “thee” dient zich aan als “thee” zonder die naam te mogen dragen. Vermoedelijk moet je zelf proeven en toetsen.

In het eerste hoofdstuk begint die weg (1,23) bij de Jordaan. Als je een beetje ingewijd bent kun je vermoeden wat hier al achter je moet liggen. De Jordaan wordt in de Schriften immers bereikt na een stevige omzwerving, ook al kom je uit Jerusalem.

Eind van de weg blijkt begin van de weg, zoals het heden zelf.

Messias, Elia, de profeet (Jesaja) – het zijn namen die gekoppeld zijn aan de bevrijding uit de slavernij (Mozes) of de Ballingschap (Elia, Jesaja).

Daarmee hebben we het derhalve over Tora en Profeten. Bij de Jordaan gaat het boek open.

Nathanael – de naam betekent God geeft. Als God geeft, wat geeft hij dan? Denk aan bevrijding uit de slavernij, dan mogelijkheid om op te staan, om zelf te zijn.  Nathanael zit onder de vijgenboom. Onder die boom is gedurende lange tijd veel oogst te vinden. Nathanael is bezig met de Tora. Daar wordt hij gevonden, daar laat hij zich ook vinden. Een menigte namen is het gevolg: leraar, kind van God, koning van Israël. Kortom:  Nathanael wordt iemand als de ware Jacob boven wie de hemel open gaat. Engelen van God zal hij zien opstijgen en afdalen alsof hemel en aarde vanzelfsprekend een paar is wanneer de boeken open gaan.

Het begin van de weg die tot vrede voert is je buigen voor het boek, instemmen met de verhalen. Het heeft te maken met herkenning, actief en passief.

Drie namen sluiten dan aaneen: Jerusalem, de tempel, de messias – opgeschreven en bij wijze van spreken, steeds weer te ijken en te toetsen, tot klinken te brengen.

Anders gezegd: de vrede die Jezus bij Johannes aanprijst gaat niet buiten het boek om, maar mensen vertolken dat, jij en ik. En hij ook? Hij ook. En zij? Zij ook. De verhalen worden tot leven gebracht door ons zolang we daar, hoe eenvoudig ook, mee bezig zijn. Wij maken hen tot verhalen. Zij maken ons tot hoorders en doeners van de woorden waar wij naar talen.

De Samaritaanse vrouw maakt dat duidelijk, geheel en al.

De/het ware, de messias vinden, betekent voor haar alles.

Verbondenheid is kenmerk van het ware, van wat tot vrede strekt – contact. Communicatie is blijkbaar iets anders dan het uitwisselen van informatie.

De mens die van nature blind is, lijkt het wel, wordt gevonden. Vermeende ratio zoekt een verklaring, ziet in de beperking geen mogelijkheid. Voor Jezus in dat verhaal is de werkelijkheid zoals die zich aandient een mogelijkheid om ter hand te nemen. Dat dan dus ook alles anders kan worden blijkt niet iedereen voor lief te nemen.

Alles wordt anders wanneer je te maken hebt met een echte herder. Alle themata komen terug. Weide vinden, een plaats krijgen en weten dat je gekend bent. Zien dat je gezien wordt is sinds Genesis 22 het geheim van Abraham. Dan ben je dus toch niet alleen. DAT heet wellicht schepsel zijn. Het reikt de gebaren aan waarin we met elkaar omgaan.

les 1. Vrede
les 2. Bruiloft
les 3. De Samaritaanse
les 4. De blindgeborene een twee drie
les 5. Een echte herder
les 6. Nog eens: vrede

Jan Engelen

© Herten, Voorlopig afgerond 10 juni 2003

een verwerking