Dr.Jan C.M.Engelen, Bidden, het Onze Vader

            Bidden: bij het ‘Onze Vader’

1. Wat is bidden? Spreken met God. Na-zeggen
2. Nazeggen.
3.
De plaats van het ‘Onze Vader’ bij Mattheüs
4. De woorden van het 'Onze Vader'
5. Richting hemel
6. Richting aarde
7. Heel korte samenvatting

 

1. Wat is bidden?

Iedereen kent de uitspraak: Bidden is spreken met God. Er zijn momenten waarin en mensen voor wie deze uitspraak herkenbaar is. Maar er zijn ook mensen die zeggen of denken: vreemd gesprek. Ik hoor niets.

 In feite is de uitspraak bidden is spreken met God een tekst uit de derde eeuw van de christelijke literatuur. De omschrijving is derhalve relatief jong, zeker secundair. Is er een andere benadering mogelijk? Mag je "bidden"anders omschrijven? Kun je bijvoorbeeld met de vraag "Wat is bidden?" terecht in het zogenoemde Nieuwe Testament? Een blik in de concordantie is voldoende om te zien dat er rond het woord bidden voldoende context is.

   Het nederlandse woord bidden is in het evangelie van Mattheüs (6,5. 6 (bis) .7.9) steeds een vertaling van het griekse woord proseuchomai.
In Mattheüs 6,9 vind je: Zo dus moeten jullie bidden. Daarop volgt de tekst die wij kennen als het Onze Vader.
Lukas geeft in zijn verhaal ongeveer de­zelfde tekst. Alleen de context kan hier anders gelezen worden.

Jezus is in Lukas 11,1 op een of andere plaats aan het bidden. Wanneer hij pauzeert (grieks epausato) vraagt een van de leerlingen hem: ‘Heer, leer ons bidden zoals ook Johannes zijn leerlingen geleerd heeft. Daarop zegt Jezus: Wanneer jullie bidden, moeten jullie zeg­gen’... Daarop volgt weer het (Onze) Vader.

 

Voorlopig kunnen we het ons met betrekking tot "wat is bidden?" gemakkelijk maken. Bidden blijkt zoiets als "na-zeggen"te zijn. Na-zeggen wat Hij voor-zegt. Bidden is dus niet alleen maar die woorden herha­len. Nazeggen is niet enkel om ‘het reproduceren van fonetisch materiaal.’ Het gaat niet over wat een machine ook zou kunnen doen - al kan een machine in de eigenlijke zin van het woord niets doen -, het afdraaien van wat eens als ge­sprokene vastgelegd is. Wat is er aan de hand met na-zeggen?

 

2. Nazeggen.

Het loont de moeite in enkele omschrijvingen dit woord te verkennen:
je stem geven aan wat hij zegt, voor-zegt, voor­schrijft.
De woorden verkennen die Hij ons toevertrouwd, en in die zin zoiets als ‘spreken met God’, namelijk antwoordend.
Jezelf horen spreken en gehoor geven aan wat je eigen stem je voor­schrijft, waar je stem je op afstemt.

Zijn woorden tot je laten spreken en instemmen met zijn pro­gramma.

Zijn woorden tot jouw woorden maken door te zeggen wat hij zegt, te horen’zoals hij hoort en antwoord te geven zoals hij ant­woord geeft. Om te zien zoals hij ziet, te gaan zoals hij gaat, te doen zoals hij doet.

 

Kortom: nazeggen wat hij voor zegt leidt tot imita­tie, identifi­catie. Op deze wijze is Zo moeten jullie bidden van Mattheüs  6,9 ook goed te verstaan. Ook is nu goed te begrijpen waar­om de Kerk (al de katho­lie­ke kerken) in haar liturgie (alle oude liturgie­ën) steeds voor de communie het ‘Onze Va­der’ bidt.

 

De tekst van Lukas geeft onverwacht een gelukkige toegang tot ‘bidden’. Praktische en didactisch of peda­go­gisch gesproken is dit een uiter­mate hanteerbare ‘eerste woorden’ voor ‘wat bidden is’. Waar talen die woorden dan naar? Wat komt aldus bij wijze van spreken ter sprake? Voor welke woorden wil er bij ons gehoor gevraagd worden? Daartoe laten we ons leiden door Mattheüs.

 

3. De plaats van het ‘Onze Vader’ bij Mattheüs.

Het Onze Vader geeft Mattheüs in 6,9-13. Ook hier is een context. Zij betreft Mattheüs 5-7. Hier vind je de woorden waar hoofdstuk 8 & 9 de daden bij geeft. De hoofdstukken 5 - 9 horen bijeen. Ze worden omlijst door 4,23 en 9,35: rondtrekken, leren, verkondigen, genezen. Binnen dat grotere geheel staat 5,1 berg op, en 8,1 berg af. In Mattheüs 8.1 zie je: Gij komt van alzo hoge van al zo ver. De tekst van de hoofdstukken 5 tot en met 7 staat ge­schre­ven op de hoogte van de berg. Je mag hier aan Mozes denken, of aan psalm 24. Volgens het schema in de tekst over Mattheus Gerechtigheid doen het centrale item van de woorden op de berg. Drie daden worden daar genoemd: aalmoezen geven, bidden en vasten.

 

Vasten tekent het ingetogen leven, draagt de verwachting van hetgeen komen gaat. Door te vasten weet degene die vast dat het leven niet uitputtend, uitbundig kan worden geleefd. Door te vasten wordt met wat toekomt en de toekomst rekening gehouden. Daarom staat vasten ook in de trits: vasten, aalmoezen geven en gebed. Zij, gedrieën, schragen de vergeving van de zonden, zij zijn de bijbelse tekenen van de boetvaardigheid. Zij laten zien dat men zich opnieuw heeft georiënteerd, en dat de oproep tot bekering is verstaan. (B.Hemelsoet, Marcus, Kok, Kampen 1977, p. 27.)

 

In het midden van de lerende woorden op de berg staat het Onze Vader. Deze tekst vormt de spil van Mattheüs 5-7. Alles draait daarom en komt daarop neer.

 

De plaats van het Onze Vader bij Mattheüs blijkt niet toevallig. Dat mag veel betekenend zijn.

 

4. De woorden: Mt 6,9b-13.

In dicht bij de tekst blijvend,c woordelijk de tekst volgend nederlands kan men de woorden als volgt weergeven:

 

a.                                                 Onze Vader in de hemelen

b.                                                  geheiligd worde uw naam

c.                                                       kome uw koning-zijn

d.                   geschiede uw welbehagen zoals in de hemel zo ook op aarde

e.                                      het brood van de dag geef ons vandaag

f.           en vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven onze schuldenaars

g.                 en leid ons niet in beproeving maar verlos ons van de/het kwade

 

Een interpreterende vertaling zou kunnen zijn:

Onze vader in de hemel, uw naam - moge daar oog voor zijn - op aarde:

moge het zichtbaar worden dat uw koningschap bestaat, dat het ervan komt.

Uw welbehagen, zoals daar in de hemel alle plaats voor is,

laat het ook op aarde, in onze wereld, geschieden.

Geef ons vandaag het brood voor de komende dag, de dag des Heren.

Maak ons vrij voor de toekomst, voor wat begonnen is,

zoals ook wij aan anderen hun toekomst toezeggen - een begin opnieuw.

Maak ons leven niet tot een woestenij, bevrijd ons van de chaos, het kwaad dat het leven tot een woestijn maakt.

 

5. Richting hemel.

Onze Vader die in de hemel zijt. De tekst kiest om te beginnen een richting. Het hoofd wordt bij wijze van spreken opgeheven, als om iemand aan te spreken. Onze Vader die in de hemel zijt. Het is bijna een mond vol. Maar in het hebreeuws zijn het maar twee woorden: Awinoe sje-ba-sjamaïm. In de synagoge klinkt vaak: Awinoe malkeinoe: Onze Vader, onze koning. Ook in het ‘Onze Vader’ zal het gaan over Gods koning-zijn. Moge het geschieden, moge het zichtbaar worden, uw koning-zijn. Moge dat hier op aarde, waar wij leven, zichtbaar worden. Moge daar oog voor zijn.

 

[Voor een eerste invulling bij "hemel en aarde"kun je denken aan het basispatroon dat je al in Genesis tegen komt. Mens zijn is a) mens zijn voor Gods aangezicht (vgl Psalm 51,13! zie Genesis 1,2); b) broer voor je broer zijn, naaste voor wie naast je is. Je zult dit patroon ook in de tekst van het onze vader terug zien komen.]

 

Onze ..., gaat over jou en mij, ook over hem en haar, en over hen. Het is een democratisch wij: geen verplichting die zich aan iemand opdringt, maar een open, uitnodigend allen, zo je wilt daarom exclusief omdat het inclusief is.

            Onze Vader in de mond van Jezus, vrucht van zijn spreken, zijn lichaam, sluit niemand uit, keert zich tegen geen ander. De identiteit daarvan wordt niet bepaald door negatief gekwalificeerde buitenstaanders. Het vertolkt de verhoudingen waarin wij leven met z'n allen en met elkaar als feit. Het spreekt over relaties. Dan blijken consequenties.

            Vader suggereert niet alleen, maar maakt nu expliciet duidelijk dat wij zonen en dochters, dat wij volgens de spreker van deze tekst broers en zussen zijn. Als God onze Vader is dan gebeuren er met iedere vader twee dingen. Op de eerste plaats hoeft vader niet meer zo nodig. Hij wordt gerelativeerd. Vervolgens: iedere vader wordt tot een zeldzaam hoge adel verplicht. En er is nog iets wonderlijks. Een vader die met zijn kinderen het Onze Vader bidt doet een bekentenis. Hij bekent zichzelf als broer voor zijn kinderen, misschien een oudere broer. Genegenheid wordt dan een waarmerk. Het gewaagt van een aanwezigheid die zich niet opdringt. Een vader is dan behoedzame achtergrond die er, indien nodig, altijd nog is. Vader zijn, een programma.

 

Vader! Zijn er veel woorden die men met zoveel betekenissen kan uitspreken als het woord, de naam Vader? Hele levens gaan erin schuil. ‘Wanneer je vader sterft’, zei iemand, ‘is dat een vreemde ervaring. Het is net alsof je opeens alleen bent’. Een ander zei:’De geboorte van ons jongste kind heb ik heel eigenaardig meegemaakt. De geboorte was nogal pijnlijk. Eindelijk was het kind er. Een jongetje. Buiten alle verwach­ting. Toen ik even later mijn vinger in dat pasgeboren knuistje legde, dacht ik:'ja vader, wanneer ik doodga, hoop ik dat jij erbij wilt zijn, dat je mijn hand wilt vasthouden'.’

            Voor Vader, zie ook Jesaja 63,16. Zie ook Romeinen 8,15: Want jullie hebben niet een geest van slavernij aangenomen die leidt tot vrees, maar jullie hebben aangenomen de geest van het zoonschap. Daarin roepen wij:’Abba, vader.’ Deze geest getuigt tegelijk met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. Zijn wij kinderen, dan zijn we ook erfgenamen. Erfgenamen van God en mede-erfgenamen van de Messias. Wij delen immers in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking.

 

Ook het woord hemel spreekt van de relaties waarin wij leven. Wie hemel zegt moet ook aarde zeggen - dat is sinds Genesis  1,1 bekend. Het is de eerste aanduiding van de grondpa­tronen van het bijbelse leven en alle verhalen die daarin schuil gaan. Hemel en aarde horen bij elkaar, horen als het goed gaat (vrede) naar elkaar, bestaan als verstand-houding.

            Zoals het in de hemel toegaat, zo zal het ook op aarde moeten zijn, mogen zijn. Daarom doet het ook zoveel pijn, wanneer het er niet op lijkt. Daarom doet het je zoveel verdriet, wanneer je de eindeloze litanie ziet van vermoorde mensen, overal ter wereld. Heilzame verhalen durven te beweren dat het tegengestelde de bedoeling is. Hemel en aarde horen bijeen, overbruggen het verschil, de afstand tussen beiden in vruchtbaarheid. Man en vrouw, mens en mens, broer en zus, vrienden: het gaat om het vrucht-gevend, eenheid aanreikend verschil. Eer aan God in de hoge zou vrede op aarde betekenen. Waar ‘van God en mens verlaten’ eenzaamheid schering en inslag lijkt, durven ‘hemel en aarde’ in alle chaos een kostbare parel aan te reiken, een lichtende struik in de woestijn te zijn, een stem die spreekt over onverwachte en niet vermoede goedheid, mededogen, betrokkenheid. Die stem geeft het (‘zijn’!, want ‘Onze Vader’) mensenkind benen om te staan, om òp te staan, voeten om te gaan, òp te gaan, ogen om te zien, òp te zien ... enzovoorts.

            Heiligen. Met name voor katholieken is heiligen een moeilijk woord. Wij zien daarin een zelfstandig naamwoord in het meervoud. De heiligen. Toch is heiligen om te beginnen een werkwoord. Heiligen betekent: apart stellen, onderscheiden, onderkennen, om tot zijn recht te laten komen.

            De naam is een joodse weergave voor G-d's eigen, niet uit te spreken Naam. Hoe kun je G-d anders tot zijn recht laten komen dan door wat Hem heilig is te respecteren! Als je ziet hoe gelovigen soms met elkaar omgaan ... (Zie daartegenover Handelingen  2,42-47, een droom. Deze indruk wordt versterkt wanneer je er op let, dat het getal 3000 ook te vinden is in Exodus 32,28!, het verhaal over het niet-heiligen, het ‘Gouden kalf’, de afbraak.)

            Wat kenmerkt Gods koning-zijn? Het exodus-verhaal staat borg voor de ruimte, de vrijheid en verantwoordelijkheid die de God van deze verhalen de mens toedicht. Als Hij zo met ons om wil gaan ... Als dat Hem wel behaagt! Uw wil heeft niets van ‘jij moet en jij zult’, spreekt over waar Hij op uit is, wat Hem ter harte gaat, waar Hij alles op zet.

Zo spreekt ook Jezus in de Hof van Olijven, Mattheüs 26,39.42.

 

‘Hemel en aarde’ (Genesis 1,1) zijn het ideale paar, Gods droom van den beginne. Een vertaling als ‘In het begin schiep God het heelal’ heeft niets begrepen van het grondplan dat Gods scheppen motiveert, waar het op uit is: dat hemel en aarde bijeen horen, één zijn. Dit gegeven hemel en aarde toch één beheerst ook, wanneer je let op het spreken van Jezus, de verhalen over en van Jezus, is er de diepste grondslag van.

            Met de woorden hemel en aarde trekt het Onze Vader aan je voorbij: ... in de hemel, Uw Naam worde geheiligd, Uw koninkrijk kome, Uw welbehagen geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde ... - het eerste deel van de tekst. Daarbij nog een opmerking.

            Uw Naam worde geheiligd is een passieve zin (‘worden’). Het passivum wordt in bijbelse literatuur gebruikt om iets aan te geven dat G-d doet. De tekst vraagt, dat G-d Zijn Naam moge heiligen. Is dat niet erg passief? Het is in ieder geval ook een uitnodiging voor ieder die deze woorden tot de zijne probeert te maken door ze te zeggen, na te zeggen.

            Het wonderlijke van de tekst is, dat degene die het Onze Vader bidt zich blijkbaar voortdurend voor ogen houdt, waar het, wanneer het gaat over trouw aan het verbond, blijkbaar gezocht moet worden. Als het goed gaat, dan is het aan Hem te danken, de Ander.

            De passieve vorm geheiligd worden geeft intussen niet aan, dat er van degene die deze woorden zegt, niets verwacht zou mogen worden. Als G-d Zijn Naam heiligt, dan kan de gelovige doen als G-d, Hem na-doen (‘naar Zijn Beeld, op Hem gelijkend’ – Genesis 1,27), ‘wandelen’ (Genesis 5,22) in Zijn spoor. De bede, dat God Zijn Naam moge heiligen, wordt G-d voorgelegd. Hij krijgt het initiatief. Wie hier het initiatief geeft (degene die bidt) krijgt daardoor de mogelijkheid om, indien nodig of wenselijk, opnieuw te beginnen - zie daartoe het eerste woord van Genesis of van het evangelie volgens Johannes.

            Voor het heiligen van de naam zie ook Ezechiël 20,39-44; 36,22-30. Let bij deze laatste tekst ook op het koren: brood! Zie tenslotte ook Jesaja 5,16: God wordt geheiligd door daden van gerechtigheid.

 

De eerste vier regel-delen leggen het initiatief bij G-d. (Intussen is reeds enkele malen in de tekst ‘G-d’ neergezet. In Joods orthodoxe kringen is dat gebruikelijk. Hier is het bedoeld als geheugensteun voor uw Naam worde geheiligd. Bovendien: hoe kan G-d Zijn Naam heiligen, wanneer de gelovige daar niet op bedacht is. G-d kan immers alleen koning zijn als ‘wij’, wie ‘wij’ ook zijn, niet meer zo nodig zelf ‘ons haantje victorie moeten laten kraaien om zonodig ‘haantje de voorste te zijn’.)

 

De eerste vier regels zijn geweest. Zij geven eer aan wie ere toekomt: 

 

                                                    ‘Onze Vader in de hemelen

                                                     geheiligd worde uw naam

                                                          kome uw koning-zijn

                     geschiede uw welbehagen zoals in de hemel zo ook op aarde.’

 

Wat beoogt dit alles? Waarom spreekt degene die deze woorden voor-zegt aldus? Hoe wil hij met deze tekst met beide voetjes op de grond, op aarde komen?

 

6. Richting aarde.

Het brood van vandaag, geef ons vandaag. Nergens anders is het brood zozeer proble­ma­tisch als in de woestijn: Waren wij maar door de hand van de Heer in Egypte gestorven, toen wij bij de vleespotten zaten en volop brood aten – ­Exodus 16. Brood uit de hemel regent het daar. Daarbij gaat het uiteraard over wat een mens nodig heeft om van te leven (Mattheüs  4,4 is Deuteronomium 8,30), het brood van vandaag. Tegelijkertijd, dat blijkt uit het voorafgaande citaat, is er meer aan de hand.

            Het brood van vandaag is de omschrijving die een weergave is van de tekst van Lukas 11,3. Bij Lukas ligt de nadruk op het brood van vandaag: geef ons vandaag het brood dat wij vandaag nodig hebben, morgen komt er weer een dag. Bij Mattheüs kan het anders gelezen worden. Daartoe moet men weer terug naar Exodus 16, en wel vers 22vv. Het gaat dan om het erbij zijnde brood, met het oog op de dag des Heren, de dagen die komen. In dat perspectief is ook gedacht aan het brood uit de viering van de eucharistie (avondmaal). In de katholieke en orthodokse kerken wordt het Onze Vader steeds gebeden vlak voordat de mensen "te communie gaan". In de viering komen beide betekenissen (dagelijks en "voor de komende tijd") samen.

            Zoals brood, zo heeft de mens ook vergeving broodnodig. Vergeving kun je evenwel alleen vragen, wanneer je ook zelf bereid bent te schenken waar je zelf om­vraagt. Daarom zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Sommige vertalingen benadrukken hier vergeven hebben. Deze tijdsvorm (hebben) duidt niet aan wat voltooid is, maar wat in het verleden begonnen, in het heden voortduurt. Zo kun je ook Genesis 1 lezen in de tegenwoordige tijd. Tegelijk moet je er niet aan denken hoe een samenleving er uit ziet waar vergeving niet bestaat. Voorbeelden daarvan zijn bekend.

(Om over te denken.
Jezus zegt: "en vergeef ons onze schuld". De kerk is er van overtuigd dat hij geen schuld heeft? Hoe kan hij dan bidden: "Vergeef ons onze schuld"?
Blijkbaar bestaat er zoiets als verantwoordelijkheid voor de schuld van de ander. Blijkbaar bestaat erzoiets als betrokkenheid.
En blijkbaar is schuld niet een kwestie van moraal of van met het vingertje wijze, ook niet met het vingertje van ons "schuldgevoel". )

 

Ook het woord beproeving/verzoeking/bekoring gaat terug naar Exodus (15,25) 17,2! God beproeven zou dan zoiets betekenen als ‘het niet meer zien zitten’, een motie van wantrouwen, stappen uit het verbond. Voor de eerste christenen heeft het zeker ook betekent: houdt ons vast, dat wij ons geloof/vertrou­wen niet verloochenen (in tijden van vervolging).

            Mattheüs gebruikt peirasmos/bekoring alleen nog in 26,41. Bidt, dat je niet in bekoring valt. De bekoring is daar, niet in staat zijn ook maar één uur met hem te waken. Waakzaamheid zal hier en nu moeten beginnen, gedijt niet bij uitstel. Ook hier klinkt door: niet willen rusten bij de berusting. Het kan anders, beter. Wie het Onze Vader bidt, Jezus na-zegt, verkent die mogelijkheid.


Iemand zegt: wanneer je deze bede in het hebreeuws probeert te vertalen, dan wordt de betekenis zoiets als: wanneer wij in de handen van de bekoring vallen, laat ons dan niet vallen. (Zie ook Fr.Rosenzweig, Stern der Erlösung, (1933) Den Haag 1976, Marinus Nijhoff, p. 296. Heel kort, veel te kort- ter overweging: Omwille van de vrijheid, om niet als afhankelijk mens uit angst voor de vrijheid zich aan God te hechten. Daarom moet de mens aangevochten worden.)

Want van U is het koninkrijk ... is een toevoeging die wellicht vanuit de oude Syrische kerken (Tatianus) aan de handschriften is toegevoegd. Deze (late) toevoeging kwam ook voor in het handschrift dat Erasmus gebruikte voor zijn uitgave van de griekse tekst. Zodoende stond het ook in de tekst waar Luther over beschikte. Bij de veranderin­gen in de (latijnse) liturgie is deze tekst verbonden aan het Onze Vader. Je zou kunnen zeggen: het is een uitleggende echo, een weerklank op deze goede woorden.

 

7. Een heel korte samenvatting:

Onze Vader, wil onze Vader zijn en laat ons je kinderen zijn, want als we iets willen ...

 

 

© Jan C.M. Engelen

Amstelveen, december 1991

met een aanvulling, november 2001/januari 2003