door Jan C.M.Engelen
voor de haastige lezer
gaudi
Er
is al iets verteld over lezen
Zeg
voor het gemak: “De teksten die met Kerstmis aan de orde zijn vertellen
over het verhaal van de geboorte van Jezus.” Met welk recht kun je dit
zeggen? Je kunt deze wijsheid ontlenen aan je jeugd, je herinnering,
aan fragmenten verhaal of delen uit liederen. Maar hoe je je antwoord
ook inkleedt: uiteindelijk kom je steeds bij de liturgie, de kerkelijke
eredienst.
De
Bijbel is een boek.
Je
kunt het in een winkel kopen.
Maar
het is een oud boek. De bijbel is in oude, voor de meesten van ons niet-eigen
talen geschreven. Om het gemakkelijk te maken is het allemaal vertaald.
In het grieks, in het latijn, tot in de 'talen van vandaag en bijna
overal'. De bijbel is het meest vertaalde boek.
Dat
vertaalde boek is gezet, gecorrigeerd, gebonden, uitgegeven.
Daarmee
wordt de bijbel bereikbaar, toegankelijk. Maar naarmate het boek dichter
bij de mensen wordt gebracht, naar die mate staat het dus eigenlijk
verder van de mensen af. Er wordt weggelaten, toegevoegd, glad gestreken,
bijgeschaafd. Toch!
Ondanks
alle pogingen om het boek dichterbij te brengen, uiteindelijk is de
Bijbel een boek dat het van horen
zeggen moest hebben. Het is een voorleesboek, een vertel- en vertolkboek,
uit een tijd dat boeken zeldzaam waren en lezen - lezen wat er staat,
simpel "verklanken", je stem geven aan - een kunst.
Het
Boek is dus zonder lezers en toehoorders niet verkrijgbaar.
Ook al zijn vandaag de dag de meeste mensen in ons taalgebied geen analfabeten
meer, strikt genomen kun je een Bijbel niet zo maar uit je boekenrek
nemen en lezen. Dat Boek heeft oorspronkelijk een vaste plaats,
namelijk binnen de liturgie, de eredienst van synagoge en later kerk.
Het Boek heeft altijd een context. Die context wordt in het onderwijs
of in andere leerprocessen - rond kerken, in scholen, - aangedragen.
De traditie, het doorgeven, gaat immers verder. Dat is in weerwil van
de uitvinding van de boekdrukkunst, een mondeling proces: van generatie
op generatie, simpel: van aangezicht tot aangezicht.
De
bijbel hoort op de eerste plaats thuis in de kerkelijke liturgie. Daar
wordt er steeds in fragmenten uit voorgelezen. Dat gebeurt officieel,
ten aanhore van allen, bij speciale gelegenheden. Welke speciale gelegenheden?
Wanneer de geloofsgemeenschap - om te beginnen de joodse en in dat
spoor de christelijke - samenkomt om te doen wat hen als gelovigen te
doen staat. Wat staat hen als Joden of als christenen dan te doen? Zij
zullen horen naar wat voorgelezen wordt en overleggen, bij zichzelf
en/of met anderen, wat dit mag betekenen, hier en nu. Ook het "breken
van het brood"(de viering van de eucharistie" of de "avondmaalsviering")
is het openen van de Schriften, het doen zoals geschreven staat.
In de loop der eeuwen heeft deze omgang met het boek geschiedenisen
school gemaakt. Zo is de joodse en ook de christelijke cultuur (in alle
gevarieerdheid ook een zekere eenheid, saamhorigheid, verbondenheid)
onstaan. Het gehoorde heeft op vele wijzen indruk gemaakt, vroeg om
taal en vertaling, beeld en verbeelding. Zo is tijd gegroeid rondom
de verhalen vanouds, gestold in liederen, verhalen, beelden, kortom:
in de resten van de kultuur die – beperken we ons voor het gemak tot
het katholicisme, maar dit verhaal is incusief en representatief - in
kerken en musea bewaard wordt.
Waar
in die - gelezen en doorgegeven - bijbel vind je het verhaal over de
geboorte van Jezus? Waar vind je de verhalen over Jezus? De verhalen
over en van Jezus vindt je in de Apostolische Geschriften, gewoonlijk
het Nieuwe Testament genoemd. Dat is het laatste deel van de Bijbel
van de christenen. Dat laatste deel begint met vier min of meer afgeronde
verhalen over Jezus, traditioneel onder de noemer evangelie
gebracht.
Het
verhaal over de geboorte van Jezus zou aan het begin van die vier verhalen
kunnen staan.
Je
kunt derhalve vragen: hoe heten de vier evangelieën en waarmee beginnen
ze? Zo vind je de eerste informatie over de plaats van de ‘geboorte
van Jezus’.
Een
volgende vraag zou kunnen zijn: Welk begin hebben de 4 evangeliën gemeenschappelijk?
Het
zal je enig zoeken kosten bij de vier evangelisten. Je zult merken,
dat je bij Mattheüs iets van Kerstmis vindt en - bij Markus niet - bij
Lukas wel. Bij Johannes vind je ook niets – alsof je niets zou kunnen
vinden. Maar hoe het ook zij: er is iets merkwaardigs met Kerstmis
aan de orde: Wat onze kultuur
zo belangrijk vindt (de geboorte van Jezus) blijkt in de basis van die
christelijke kultuur, de literatuur die we Nieuwe Testament noemen,
blijkbaar niet zo belangrijk. Zoek je een begin dat de vier
evangelisten delen, dan moet je kijken naar Mattheüs 3, Markus 1, Lukas
3, Johannes 1. Als je wilt weten waar dat over gaat zul even moeten
zoeken. Daarna kun je de vraag beantwoorden: Welk begin hebben de vier
evangelisten gezamelijk?
Beginnen
we bij de eerste tekst die, zo te zien, over Kerstmis gaat. Dat zou
in de gangbare volgorde Mattheüs 2 zijn.
heb je veel haast?
mattheus 1-2
lukas 1-2
Bethlehem verhalenderwijs
Mattheüs
2, om te beginnen
Wanneer nu Jezus geboren is te Beth-lechem in Judea
in de dagen van koning Herodes, zie wijzen uit het Oosten komen te Jerusalem
en vragen: waar is de koning der Joden die geboren is, want we hebben
zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om hem hulde te bewijzen.
| Bij deze tekst kun je een vraag-antwoord-spel
doen. De dialoog verloopt dan ongeveer als volgt: |
|
- Welk verhaal is
dit?
- Hoeveel koningen?
- Waar staat dat?
- Wat staat er dan?
- Waar staat dat?
- Over hoeveel koningen gaat het dan?
- Waar staat dat?
- Hoeveel koningen noemt de tekst?
- Wie zijn dat?
|
- Het driekoningen-verhaal.
- Drie.
- Het staat er niet.
- Drie wijzen?
- Het staat er niet.
- Over geen.
- ...?
- ... Twee.
- Herodes en de ‘koning die geboren is’.
|
Je ziet:
wij hebben een zeer hecht beeld van Mattheüs 2, maar wat we ervan weten
heeft niets met Mattheüs 2 te maken. Ons lezen verloopt volgens een
vast leescircuit, een routine waar je maar moeilijk uitkomt. Mattheüs
2 moet volgens onze leesroutine het driekoningen-verhaal zijn.
Mattheüs zelf noemt maar twee koningen. Bij twee koningen
kun je direct al een probleem vermoeden: wie is de échte koning? Precies
daarover wil Mattheüs gaan vertellen, een heel verhaal lang.
Nog
eens: Wanneer nu Jezus geboren is te Beth-lechem in Judea in de dagen van koning
Herodes, zie wijzen uit het Oosten komen te Jerusalem en vragen: waar
is de koning der Joden die geboren is, want we hebben zijn ster in het
oosten gezien en zijn gekomen om hem hulde te bewijzen.
Wat
valt je op in deze regels?
Let niet op je begrip, maar kijk naar wat je ziet. Wat is
het meest oppervlakkige
van de tekst? Welke woorden
staan er? Heb je bijvoorbeeld al gezien, dat er in één regel twee
plaatsnamen worden genoemd? Bethlechem en Jerusalem. Hebben die twee
iets met elkaar?
Op
de vraag: hebben Bethlehem en Jerusalem iets met elkaar te maken kun
je diep gaan nadenken – wat dat ook zou mogen betekenen. Je zult niet
verder komen. Daarna kun je terecht bij de aardrijkskunde en ontdekken,
dat beide plaatsen in het huidige Israël liggen. Volg je de persberichten
van rond 2000, dan merk je dat de synchronie maar schijn is. Jerusalem
is Israël en Betlehem beschouwt zichzelf als "bezet gebied"
of "Palestijns gebied". Veel over Betlehem en Jerusalem weten
we dan nog niet. Gaan we naar bethlechem van Mattheüs, dan moeten de
boeken op tafel: Tora, profeten, geschriften.
|
BETHLECHEM.
Beth (hebreeuws)= huis; Lèchem
= brood. Beth-lechem betekent broodhuis. Wat is
er met Bethlehem - bijbels geproken? Wat zegt de TeNaCh over
Bethlechem?
De eerste melding
over Beth-lechem is te vinden in
de Torah. Zie: Genesis 36,16-20.
Welke twee tegenstellingen
komen hier bij elkaar?
Hoe kom je Rachel tegen in Mattheüs 2? (Voor verdere bestudering, zie C.Chalier, De
Aartsmoeders, Hilversum 1987, pp.180-191.)
Vervolgens:
hoe is Bethlehem, bij Rachel, gekoppeld aan ‘brood'? Zie,
als het antwoord zoek blijft, Genesis 30,34 naast Gen 41vv.
Naast Bethlechem
in de Torah kun je Bethlehem in
de Profeten vinden. Zie daartoe 1Samuel 16.
Wie wordt geboren
in Bethlehem?
Waar wordt hij koning? (zie 2Sam 5,6-9).
Over David kun je derhalve zeggen: van
Bethlechem tot Jerusaláiem.
Wiens leven
kun je met deze twee plaats-namen ook samenvatten?
Lees nu Mattheüs 2,1. Zie je dat in de eerste woorden van het
vers al meer gezegd is dan enkel een anekdotische aanduiding
rond iemands geboorte (die toch ergens moet plaats vinden, en
zo). Eerst Bethlechem en dan Jerusjalaiem. Het lijkt op first things first!
Na de
Torah en de Profeten vind
je Bethlehem in de Geschriften.
Zie daartoe het boek Ruth (dat in onze bijbels ten onrechte
voor 1Samuel is afgedrukt). Het boek Ruth is klein, het verhaal
een novelle. In pril geluk vinden Ruth en Boaz elkaar. Ruth
is niet een Joods meisje. Zij is uit de velden van Moab, van over
de Jordaan. Boer Boaz,
in Bethlechem thuis, ontfermt zich over haar. In dat huwelijk
gaan Israël en de volkeren samen. Zo komt er zich op de Messias.
Kom je in dit verhaal bekende woorden tegen? Ruth is het verhaal
dat de synagoge met het Wekenfeest leest, ons Pinksterfeest, - bijbels het begin van de oogst.
Hoe Ruth het begin van de oogst is zie je aan het einde. Obed
wordt geboren. Obed verwijst naar David. Omwille van vermeend
historisch belang is Ruth, het verhaal over klaarblijkelijk
de stammoeder van David, voor 1Samuel gezet: in 1Samuel 16 gaat
het immers over David!
Als
je nog verder wilt: met het wekenfeest viert de synagoge mattan
thorah, het ‘geven van de Torah’. Waar wordt de Torah gegeven? Bij de Sinaï (Exodus 19,17-20,21). Als je zegt:’De Torah
is de Wil van God’, wat Hem wel behaagt, lees dan Johannes 4,31-35.)
|
Hebben
Bethlehem en Jerusalem iets met elkaar? Volgens het
verhaal wel. En er is meer. In Bethlehem is David geboren. David
van Bethlehem wordt David van Jerusalem. Dat zou belangrijk kunnen zijn
voor Jezus. Zie bijv.: Mattheüs 9,27; 12,23; 15,22; 20.30.31; 21,9.15
met als ‘vergrotende trap' Mattheüs 22,42v. Dus David is belangrijk.
Nu kun je ook bijvoorbeeld Mattheüs 1,1.6.17.17.20 beter plaatsen.
Een
suggestie voor de praktijk van een basisschool
Je zou dus op de basisschool, rekening houdend met
alle aandacht die Sinterklaas vraagt, in oktober/november - alsof er
niets aan de hand is - met David kunnen beginnen. Na Sinterklaas sluit
je daarop aan, blijk je allang met de voorbereiding van Kerstmis begonnen.Voor
Mattheüs is Jezus iemand die hij noemt: zoon van David. Iemand in wie
je iets of alles van David kunt herkennen.
Valt
je nog meer op? Als je toch met aardrijkskunde bezig bent: we zouden
enige aandacht kunnen geven aan uit
het oosten.
Uit het Oosten? De wijzen hebben dan toch zoiets
als het einde van het exodus-verhaal meegemaakt. Ze komen uit de woestijn
en trekkend door de Jordaan. Ook
daar kun je kerstmis voorbereidend al ver voor Kerstmis, zelfs zonder
het te noemen, in het onderwijs mee bezig zijn. Zeker voor de bovenbouw
is dat een goede mogelijkheid.
De
voorafgaande opmerking wordt belangrijker wanneer je erbij stil staat,
dat Herodes in het plot van het verhaal komt te staan tegenover
het kind dat geboren is. Herodes tegenover
Jezus. Wie is wie? Verderop blijkt Herodes de kinderen van Bethlehem
en omgeving te gaan doden. Daarmee wordt een oud verhaal actueel.
Welk
verhaal?
Als
je de bijbelse herinnering even zijn werk laat doen, gaat Herodes lijken
op Pharao. Als Herodes op de Pharao lijkt, dan gaat het Jerusalem van
Herodes lijken op ... (Zie Openbaring 11,8).(Exodus 1).
Als
Herodes op de Pharao lijkt, lijkt het kind dan op ... ? (Exodus 2).
Voor
de vlucht naar Egypte en de terugreis – Mattheüs 2,14-21 - zie Exodus
4!
Mattheüs schrijft het zo: Herodes : Jezus = Pharao : Mozes.
Tenslotte:
wat komen de wijzen doen? Ze zeggen: een koning hulde bewijzen. Iemand als koning eren vind je in de Tora voor het eerst bij ‘Jozef
en zijn broers’, in Genesis 37. Zie daar vooral de regels 7 en 10.
Wil je het voorafgaande samenvatten, beantwoordt
dan onderstaande vragen.
Welke verhalen hebben
volgens het direct voorafgaande vermoedelijk met de teksten van kerstmis
te maken?
Leg uit: onze voorstelling is niet de tekst.
Welke rol speelt het exodus-complex in
Mattheüs 2?
Welke betekenis heeft het woord kontekst? |