|
Betlehem verhalenderwijs Beth: huis Lechem: brood Het artikel is
verschenen in Interpretatie, tijdschrift voor bijbelse theologie,
jrg 14, nr. 8, december 2006. Onderstaande versie is een lichte bewerking. Jan Engelen Aan de stad Betlehem en vier markante personen uit de bijbelse
geschiedenis zijn de woorden ‘brood’ of ‘(t)huis’ verbonden. In dit
artikel geeft Jan Engelen de betekenis van Betlehem weer aan de hand
van verhalen waarin de naam Bethlehem, al dan niet genoemd, uitdrukkelijk
een rol speelt. David, Rachel en Ruth komen vanuit de achtergrond
van de verhalen naar voren . Jan Engelen
is mede-oprichter van Interpretatie, docent katechese Hogeschool
IPABO (Amsterdam/Alkmaar) en hoofdredacteur van Kerugma. De lezer, aangekomen
in het zogenoemde Nieuwe Testament, is zich van geen kwaad bewust.
Voor je het weet ben je al in Betlehem. Mattheus begint
zijn “verhaal over de geschiedenis van Jezus Messias”. Stilzwijgend
is de naam van Betlehem dan al mede gehoord. Want de rechter Samuël
moest naar Jesse, boer in Betlehem, om onder diens zonen een die
God uitgezocht heeft tot koning te zalven. Saul is nog gezalfd
met olie uit een breekbaar kruikje. David, ten langen leste uiteindelijk
toch (Zijn dit al je jongens? – 1 Sam. 15,11) verschenen in
de kring van de broers, wordt gezalfd met olie uit een hoorn. Volgens
de joodse leraren is olie uit de hoorn teken van een koningschap dat
niet te breken is. Dat betekent dat David een blijvertje is. David
van Betlehem tot Jeruzalem. Aldus is het eerste signaal ontcijferd
en gelezen, wel verstaan. Boek over de geschiedenis van Jezus Messias,
zoon van David, zoon van Abraham. Aan het hof van
Saul zoeken ze iemand die een citer kan bespelen. David wordt daarop
gepresenteerd als iemand die dat kan. Hij is een dappere held,
een krijgsman wel ter tale, schoon van gestalte en de Heer is met
hem. Pappa
Jesse, als een goede boer altijd bezorgd voor zijn zonen, laat David
een ezel, brood, een zak wijn en een geitenbokje meenemen naar de
waanzieke Saul (1 Sam. 16,20). Zal dat dan helpen? Een
bliksemcarrière begint: wapendrager en hofmuzikant. Jesse, vader van
vele zonen, zal David later naar zijn broers sturen met een efa geroosterd
koren en tien broden. Stelt dat koningschap dan nog niets voor? Wordt
een aanstaande koning als kwajongen gewoon ingehuurd om zijn broers
te eten te geven? David
moet gaan zien naar de welstand van zijn broers en een bewijs mee
terugbrengen. David en brood lijken aan het begin van het verhaal
over David bijeen te horen. In
Mattheüs 12,3 zal David nemen van de toonbroden die aan de priesters
voorbehouden zijn om de honger van zijn mannen te stillen. Abraham Wat zal het betekenen,
zoon van Abraham te heten? Wie is Abraham? Levinas stelt die vraag
in een van zijn Talmoedlessen. Wie is Abraham? “Vader van de gelovigen”
Zeker, maar hij is voor al degene die mensen kan ontvangen
en te eten geven. Zijn tent staat naar de vier windrichtingen open.
Door al die openingen speurt hij naar mensen om hen te ontvangen.
En wat voor maaltijd geeft Abraham dan? Een daarvan kennen wij vooral.
Het is de maaltijd die hij aanbiedt aan de drie engelen.’[1] … en vlijt U neer
onder de boom dan wil ik U
een bete broods gaan halen … (Gen. 18,5). Abraham ziet de vreemdelingen.
Wat hij, en door hem wij zien vraagt een antwoord. De verantwoordelijkheid
van Abraham wordt taal. Zijn spreken wordt brood. Koning en brood Op een andere plaats[2] zegt Levinas. ‘De koning
is hij die de tafel open houdt. Hij geeft de mensen te eten. De tafel
waarop de broden worden getoond voor de Eeuwige symboliseert het blijven
denken dat de politieke macht – dat wil zeggen de koning, dat wil
zeggen David, dat wil zeggen zijn opvolger, dat wil zeggen de Messias
– de honger van de mensen is toegedaan. …Het koningschap in Israël
is altijd Jozef die de volkeren te eten geeft. Denken aan de honger
van de mensen is de eerste functie van de politiek.’
Levinas merkt nog op dat de toonbroden in het hebreeuws
lechem hapaniem heet. Letterlijk: brood van de aangezichten.
Rasji brengt die naam in verband met de vorm waarin het brood gebakken
is. Ibn Ezra zegt dat het brood van de aangezichten steeds voor het
aangezicht van God is. Levinas vraagt: wat moet een brood doen dat
voor het aangezicht van God is? Wat kan het anders dan de mensen aankijken?
Wat wil het uiteindelijk anders dan de mensen te eten te geven? Het
horizontale zien is hier de voltooiing van het verticale zien. Zo
is de tafel van de toonbroden binnen de mondelinge traditie een compleet
programma. Brood is in de verhalen over David en Abraham meer dan
iets uit de broodtrommel of de voorraadkamer. Hoe ga je om met de
vreemdeling? Laat je je in dienst nemen van de vader en zet je je
in voor wie je broer en zus is? “De vrede des Heren zij altijd met
U” lijkt te maken te hebben met “Onze Vader”. Dat gezegd hebbend zien
we elkaar onvoorwaardelijk, dus absoluut als broers en zussen. Al
zij gezegd: dat geldt alleen voor wie zich door de verhalen vanouds
iets laat wijsmaken. De zin: Zoon van David, zoon van Abraham doet heel wat meer dan het afperken van genealogische
lijnen.[3] David in en van Betlehem
met achter de hand Abraham: brood, verantwoordelijkheid, gastvrijheid,
koningschap, vrede. Achtergronden die voorgrond zullen worden
in het verhaal van Mattheüs. Kunnen elementen uit de achtergrond met
de technieken van vandaag niet gemakkelijk en meer dan ooit, veelbetekenende
voorgrond worden, bedding van vele betekenissen? Rachel Het eerste verhaal dat Betlehem ter sprake brengt is de geboorte van
Benjamin en de dood van Rachel. Het is bekend hoe pastor Rachel
met de schapen van haar vader bij de bron, Jacob in vuur en vlam brengt.
Waar normaal vier man nodig zijn om de steen van de put te krijgen
doet de vonk van Rachel alle kracht in Jacob ontbranden. Het snel
voor de hand liggende en dus gearrangeerde huwelijk eindigt bij Leah.
Wanneer er uit en rond haar tien zonen zijn geboren, komt er uiteindelijk,
tegen alle verwachting in, Jozef. Zijn naam wil direct al verder kijken:
moge de Heer er aan toe voegen. Die wens gaat nog in vervulling
ook. Als alle broers met Jacob na de overtocht door de Jabbok Esau
zien en voor hem buigen is er een die dat niet doet: Benjamin in de
schoot van zijn moeder. Hij wordt gedragen tot in Efratha, dat is
bij Betlehem. In
Efratha bij Betlehem wordt Benjamin geboren. Rachel sterft. De geest
van Rachel verlaat haar lichaam. De voedvrouwen proberen haar nog
te troosten. Het is een jongen. Dat zou makkelijker zijn dan
wanneer een meisje geboren wordt. Zij
noemt het kind dat geboren wordt in een laatste adem: Ben-oni,
kind van mijn pijn. Jacob noemt hem: Ben-Jamin, kind van mijn
rechterhand, mijn steun en toeverlaat. Geleerden zeggen dat de betekenis
ook ‘kind van mijn dagen’ kan zijn. De meningen zijn verdeeld. Net
als over Efratha en Betlehem. Zou lechem in Betlehem niet eerder
de aanduiding van een godheid zijn? En Efratha: heeft dat niet te
maken met Efraïem, ergens in het Noorden, op de rand van Galilea? Hoe
dat ook zij: de traditie kiest onmiskenbaar duidelijk voor Efratha
bij Betlehem, zeven kilometer onder Jerusalem. Daar, langs de weg,
is het graf van Rachel Immenoe, Rachel Onze Moeder. Daar, op
die plaats, wordt voortdurend de grens bewaakt tussen de Israëliërs
aan de ene kant en de Palestijnen aan de andere kant. Jeremia, getuige
van de ondergang van Jeruzalem, de enige profeet met name genoemd
in Mattheüs 2 zegt: …Rachel
weent om haar kinderen, weigert zich te laten troosten (Jer. 31:15).
Vondel laat het koor in de Gijsbrecht bijna smeken. Bedrukte Rachel
schort dit waren.[4]
Rachel huilt om allen die lijden. Zij zal hun verlorenheid
op zich nemen. Haar graf zal een teken zijn, dat er een einde zal
komen aan de tijden van moeilijkheden en angst. De Eeuwige kan haar
niet troosten. Het lijden zal een probleem blijven en schrijnen, tot
de Messias komt. “De
vroege dood van Rachel heeft … niets te maken met een of andere weigering
van God om haar zijn welbehagen te schenken. … Deze vroege dood spreekt
over de Messiaanse zin van de verantwoordelijkheid die ieder heeft.
Zelfs de dood maakt daaraan geen einde. De Messias”, zegt Levinas,
“is de rechtvaardige die lijdt, die het lijden van anderen op zich
genomen heeft.” Dit is bij Rachel het geval. Zij is ontroostbaar om
het leed van haar kinderen en zij accepteert alleen maar de troost
van de Messias zelf.[5] Ruth Het geschiedt
in de dagen van het richten van de Richteren, het geschiedt: honger
in het land, en een man gaat, uit Beth-lechem in Jehoedah om als vreemdeling
te verblijven … Wat
dit ook worden gaat, het is een treurige geschiedenis. Time is
out of joint (Hamlet). Elke samenhang is verdwenen. Tot
en met de hond in de pot. Er zijn er die het Elimelech kwalijk nemen
dat hij vertrekt. Dat zou een gebrek aan solidariteit zijn. Toch:
als de planken leeg zijn en blijven is ook de speelruimte verdwenen.
Maar hoe dan ook: in enkele regels worden levens aangeduid en afgeschreven
totdat de vrouw, beroofd van haar kinderen en haar man, opstaat om
terug te keren van de velden van Moab met haar schoondochters, want
zij heeft gehoord. Wat heeft zij gehoord? Zij heeft gehoord
dat de Heer zijn volk gedenkt door aan hen brood te geven. Hedendaagse
vertalers zijn niet van gisteren. Zij weten wel dat dit niet klopt.
Die Heer staat niet ergens langs de weg of bij wat huizen om brood
uit te delen. De Heer geeft natuurlijk te eten. Aldus de beter
wetende nieuwe vertaling. Toch, de tekst weet het beter. God geeft
brood (Ruth 1,6). Wat dat brood is en kan zijn zal blijken uit het
verdere verloop van het verhaal. Men hoeft alleen maar te lezen om
te zien wat voor de mensen van dit verhaal het brood is dat de Heer
geeft. Om een paar regio’s die onder de wet van het brood vallen
te noemen: het is de trouw
en vastberadenheid van Ruth, de verwondering van de vrouwen van Betlehem,
de openbaar beleden bitterheid die Naomi verwoordt, de jovialiteit,
vriendschap en vastberadenheid van Boaz, het vertrouwen van Ruth in
Naomi, in Boaz, in de rand van de dorsvloer, tot en met de geboorte
van Obed, Jesse, David. Brood
gaat tot en met het Messiaanse perspectief dat de verbondenheid tussen
Israël en de volkeren biedt. Brood blijkt alles
te zijn wat een mens zo bitter nodig heeft om een beetje te kunnen
leven. Levensbrood, wezensbrood. De naam van Betlehem gefluisterd,
gesouffleerd, spelt deze mogelijkheden. Meer dan eten heeft een mens
broodnodig om een beetje thuis te zijn in deze wereld. [1] E.Levinas, Judaïsme et révolution,
in: Du Sacré au Saint, cinq nouvelles lectures talmudiques,
Paris, Éd. De Minuit, 1977, p. 11-53, p. 19. [2] E. Levinas, Modèle de l’occident,
in: L’au-délà du verset, Lectures et discours talmudiques,
Paris, Éd. De Minuit, 1982, pp. 29-50, p. 34. [3] Tegen ‘overzicht van de afstamming’ (NBV). [4] Liedboek voor de Kerken 1973, nr. 154. [5] C.Chalier, De Aartsmoeders,
Sara, Rebekka, Rachel en Lea. Hilversum, Gooi & Sticht, 1987,
p. 190. E.Levinas, Le
messianisme d’apres un texte talmudique, in: Colloque des
intellectuels juifs de langue française, Parijs 1965, p.
111.
|