Feesten willen de tijden een plaats geven in ons heden of ons heden mede zien op de lijn van de feest-tijden

De "algemeen christelijke feestdagen" eerste informatie

door Jan Engelen

0.1. Informatie over de algemeen christelijke feestdagen overschrijdt het niveau van de mededeling. Wat je voor kennisgeving aanneemt heeft nauwelijks betekenis. Het is een mededeling, zoiets als een weetje. Zo'n feest maakt geen deel meer uit van het grotere kader waar het feitelijk uit voortkomt. Het weerspiegelt niets uit een of ander geheel. Het roept ook geen herkenning of betrokkenheid op. Precies uit die betrokkenheid, uit dat bijna teveel aan betekenis, komen de feesten voort. Vanuit die betrokkenheid zijn ze mededeelzaam, communicatie bevorderend.

Om de feesten te verstaan heb je in zekere mate betrokkenheid nodig. Heb je die nabijheid niet (bijvoorbeeld niet "van huis uit")? Je kunt in elk geval op onderzoek uitgaan. Zoeken naar de zin van de feesten gaat dan twee kanten uit. (1) Wat betekent dit feest binnen het geheel waar het uit voortkomt, binnen "zijn eigen wereld". (2) Wat roept het feest bij mij op? Hoe sluit het aan bij iets van mij? Bij (1) hoort meer historisch of folkloristische informatie, bij (2) kan de meer organische denkwijze van bijvoorbeeld de woordspin verhelderend zijn, of je gevoel, je inzicht, je ervaring.

Bijvoorbeeld:
Bij (1): Pasen heet oorspronkelijk Pesach. Het is een Joods feest. Meerdere elementen componeren dit feest. Op de eerste plaats is het een historisch feest. Pesach gedenkt de uittocht uit het diensthuis, het slavenhuis, uit Egypte. Vervolgens is Pesach een herdersfeest. Het dateert uit de tijd van een een niet-gesedentariseerde samenleving. Bij het oprichten van de (nomaden-) tent wordt het bloed van een lam gestreken aan de hoofdpaal van de tent als teken van de onderlinge verbondenheid. In een feestmaaltijd wordt deze nieuwe fase in het bestaan van de stam gevierd. Tenslotte is het een agrarisch feest:, afkomstig uit het gevestigde leven van landbouwers. Het feest viert de vruchtbaarheid van het land op hoop van zegen, staat stil bij de eerste vruchten van het land. Daarvandaan het eerste brood, het ongerezen brood.
Bij (2): Denk aan woorden als bevrijding, slavernij, onvrijheid, zelfstandig zijn, je kunnen verantwoorden, zelf kiezen, ik-zijn, toekomst hebben, enz.

0.2. Bij de algemeen christelijke feesten denkt ieder als vanzelf aan Kerstmis. Dit moge gebruikelijk zijn, maar Kerstmis is in feite een relatief laat feest. Als feest, als feit om te gedenken, is het voor het eerst genoteerd in 354 in Rome. (Omdat in die tijd de mensen vlugger stierven dan tegenwoordig, - de sterfte was heel gewoon, zeker onder kinderen,  - betekende de geboorte niet veel, in ieder geval niet wat het in onze, Nederlandse of Vlaamse, hedendaagse cultuur betekent.)

 

1. Voor de christelijke feesten moet je om te beginnen onomwonden naar Pasen. Waarover gaat Pasen? Hoe kun je dat kort aan kinderen vertellen? 
    1.2. Dat kun je eigenlijk niet kort aan kinderen vertellen. Je kunt wel zeggen: Op die dag komt Jezus uit zijn graf, maar je begrijpt dat we dan  toch veel problemen hebben. Bovendien: je bedoelt het goed met dit eenvoudige, voor kinderen wellicht (!???) toegankelijke antwoord, maar het antwoord is niet waar en niet goed. Kijk maar bij de vier evangelisten. Nergens wordt beschreven dat Jezus uit zijn graf komt. Het evangelie heeft daar geen woorden voor. Als je het goed bekijkt gaat Pasen over iets waar wij geen woorden voor hebben.
    
1.2. In feite gaat het over een verhaal van alzo hoge van al zo ver dat als een echo weerklinkt boven een leeg graf. Jezus, gestorven en begraven, is niet meer waar ze hem  na zijn dood aan het kruis, (in verband met het paasfeest vermoedelijk voorlopig,) hebben neergelegd. Zo onwaarschijnlijk en verbijsterend als het klinkt: Hij is er niet meer. Wij hebben voor die gapende leegte geen woorden. Maar door de verbazing heen klinkt een heel kort verhaal. Hij is opgewekt geworden. (De passieve vorm, geworden, duidt aan wat God doet.) God heeft hem uit de doden opgewekt. Is jouw spontane reactie hier: "Dat kan niet", dan kun je even spontaan bedenken: Er gebeuren meer zaken die niet kunnen, die aan wat wij kunnen onttrokken zijn. In feite leven we van onwaarschijnlijkheden. Kun je daar voorbeelden van geven? 
     1.3. Na de eerste verbijstering over de eenvoudige mededeling "Hij is opgewekt", komt wellicht nog een herinnering boven. De opwekking uit de doden is zoiets als de bevrijding uit de slavernij, uit het ten dode opgeschreven staan, uit de Egyptische duisternis, uit de vallei van enkel de schaduw van de dood.
     1.4. In het Nieuwe Testament blijkt Jezus de eerstgeborene uit de doden genoemd te worden, zoals Israël in Exodus mijn eerstgeborene heet. Zoals Hij, zo zullen ook wij. Want God is geen God van doden maar van levenden. Dat is 'voor ons' abracadabra. Maar er zijn momenten, of zullen momenten zijn, waarin je in deze letterbrij (abracadabra) zoiets eenvoudigs als het a b c d ontdekt. 

2. Wanneer Jezus met zijn leerlingen het Paasfeest viert, voor de kruisiging, dan viert hij met zijn leerlingen het aloude steeds weer nieuwe verhaal: Wij waren slaven in Egypte en Hij heeft ons bevrijd. Slavernij en Egypte worden gaandeweg metaforen voor alles wat een mens van haar of zijn vrijheid, van zichzelf, berooft.

Een Joodse familie viert nog steeds Pesach. Het gangbare woord voor de viering is de seideravond. Seider is afgeleid van seder. Dat is hebreeuws. Het betekent volgorde. De seiderviering gedenkt de uittocht uit het slavenhuis. De viering bestaat uit een maaltijd. Daarin wordt het hele gebeuren in vraag en antwoord doorgenomen. Dat gebeurt aan de hand van een boek waarin de teksten voor de seiderviering staan. Dat boek heet de Haggadah, het verhaal voor Pesach. De teksten worden gelezen, besproken, gezongen. Ieder van de deelnemers wordt betrokkene, zal zichzelf na afloop van de maaltijd beschouwen als iemand die uit de slavernij bevrijd is. Het voert te ver om de gang van zaken binnen het bestek van deze beschouwing tot zijn recht te laten komen. Een aspect halen we naar voren.
    Voor Pesach wordt alles wat gegist is weggehaald uit huis. Koekjes, brood, bier. Alles moet weg. Het schijnt dat onze voorjaarschoonmaak mede hiervandaan komt. Ook alles wat met 'gegist' in aanraking is geweest wordt gekosjerd of buitenshuis gebracht. De opruiming wordt afgesloten doordat de vader met een brandende kaars het hele huis doorzoekt of er nog iets van chameets te vinden is. De kinderen zijn daarbij. Voor hen wordt het gedaan. Voor en met de kinderen, want heel het verhaal is onderricht. De chameets wordt verbrand. Het oude is niet meer: alles is nieuw.

 2.1. Het laatste avondmaal vormt de kern van de gedachtenis op de donderdag voor Pasen: Witte Donderdag. In de katholieke kerken viert men op die dag de instelling van de eucharistie: brood en wijn elementen van het verhaal, mijn lichaam en de beker van het nieuwe verbond in Mijn Bloed. Let wel: lichaam en bloed zijn hier geen biologische[1] of filosofische[2] begrippen. In de katholieke liturgie betekent de viering van de eucharistie: steeds opnieuw weer in het verhaal stappen. In welk verhaal? In het verhaal over Jezus, in Zijn verhalen en de verhalen over Hem, geconcentreerd in het verhaal over die avond. Het is de laatste keer dat Jezus met zijn leerlingen aan tafel bijeen is. Dit samenzijn is wezenlijk testamentair: voor getuigen.

 2.2. De viering van de instelling van de eucharistie betekent tegelijk de viering van de instelling van het priesterschap. De uitnodiging: Doet dit tot mijn gedachtenis wordt begrepen als uitnodiging aan de leerlingen van Jezus. Deel het brood en wijn, deel het verhaal over die avond, en deel Zijn aanwezigheid, Zijn betrokkenheid op de leerlingen, de kerk.

 2.3. Witte Donderdag heet wit omdat het paars, de kleur van de boete als liturgische kleur, even verdwijnt om plaats te maken voor het wit van de vreugde. Zo vreemd als het lijkt, vlak voor Goede Vrijdag, het is echt feest. Na afloop van de dienst worden alle sporen van feestelijkheid opgeruimd. Dat wegruimen hoort nog bij de dienst. Over blijft het kale altaar, zonder versiering. De kerk lijkt verlaten. Er worden geen klokken of bellen meer geluid. Het uitblazen van de laatste kaars heeft iets van ‘het einde’. Goede Vrijdag begint.

 2.4. Goede vrijdag is de dag waarop herdacht wordt dat Jezus sterft. Het is in de kerk een dag van rouw en droefheid. De dag heet “Goed” omdat men begreep dat op die dag Jezus zijn werk van de verzoening deed. Door zijn dood verzoende hij de mensheid weer met God. Kinderlijk gezegd: Hij maakt het weer goed. Maar het is de vraag of dit een correct doordenken van het begrip verzoening is. Bovendien: gaat het deze dag over onze afwezigheid, of over zijn presentie? Tegenwoordig hoor je vaker de term stille vrijdag.

 2.5. De week waarin witte donderdag, goede vrijdag vallen heet de goede of de stille week. Die week begint op Zondag – altijd het begin van de week. Die zondag heeft als speciale naam: Palmzondag. Op die dag herdenkt de kerk de koninklijke intocht van Jezus in Jerusalem. Met palmtakken en feestelijk betoon wordt Jezus als alle pelgrims die voor Pesach naar Jerusalem komen verwelkomd. Jezus wordt als bruidegom ingehaald. De kinderen van Jerusalem zwaaiden met palmtakken. Daarom wordt de dienst op Palmzondag geopend met de zegening van de palmtakken[3]. Palmpasen heeft daar ook mee te maken.

 2.6. De veertig dagen tijd begint altijd op een woensdag. Die dag het Aswoensdag. Het was vroeger een algemeen katholiek gebruik, veertig dagen voor Pasen te beginnen met de voorbereiding op Pasen. Pasen: zie ik maak alles nieuw. Gedurende veertig dagen gingen de mensen zich bezinnen op hun grondslag. In de kerken tekende de priester een kruisje van as[4] op je voorhoofd. Hij zei daarbij: gedenk o mens dat je stof bent en tot stof zult weerkeren. Tot aan Pasen toe werd iedere zondag een deel uit een lijdensverhaal voorgelezen. Daar werd over gepreekt, gemediteerd. De gemeenschap werd opgeroepen en liet zich oproepen tot boete, berouw en bekering om zo goed mogelijk Pasen te kunnen vieren, a.h.w. opnieuw geboren. Het verhaal over het lijden van Jezus werd aanschouwelijk gemaakt aan veertien kruiswegstaties, afbeeldingen[5] van de lijdensweg[6] van Jezus.

 2.7. Hoe algemeen de beleving van de veertigdaagse vasten en Aswoensdag was kun je zien aan de uitbundige wijze waarop afscheid werd genomen van het gewone leven op de vooravond van de vasten, de vastenavond. Drie vrolijke en rijke dagen voor het begin van de sobere ingetogenheid, op weg naar Pasen.

 3. De veertig dagen voor Pasen corresponderen aan de veertig dagen na Pasen. Het getal is afkomstig van Lukas. Zie Handelingen 1,3. Veertig dagen spreekt Hij met de leerlingen. Waarover gaat het? Zie op de aangegeven plaats. Over het koninkrijk der hemelen. Dus over de wijze waarop[7] God Koning is.
3.1. Als Pasen door christenen steeds op een zondag wordt gevierd (de zondag – denk aan het oplichten van de eerste dag van de week: verrijzenis), dan is 40 dagen later altijd een donderdag. Hemelvaartsdag. Met ons begrip van de werkelijkheid is dat een ietwat vreemd feest. Voor Lukas is het heel simpel. Jezus gaat naar de Vader. Hij wordt als het ware een reserve. Hij zal immers wederkomen ‘om te oordelen over levenden en doden’, om recht te doen aan het leven van iedere mens.
3.2. Zo vanzelfsprekend als hij die eerste veertig dagen na Pasen bij de leerlingen is, regelmatig met hen spreekt, zo vanzelfsprekend is hij er daarna niet meer. De verhalen zullen voortaan het werk moeten doen. De verhalen over zijn woorden en daden houden de leerlingen bijeen. Dat is het einde van de eerste oogst: Pinksteren.

4. Op de vijftigste dag na Pasen is het Pinksteren. Pentecostes is Grieks. Het betekent 50.
4.1. (50 is 7 keer 7 plus één.) De Joodse traditie noemt dit het Wekenfeest. Het is het feest van einde van de eerste oogst. De eerste oogst, de Uittocht, is voltooid. Hoezo voltooid? De Joodse gemeenschap noemt Pinksteren het feest mattan tora, het ”geven van de Tora”. De sluiting van het verbond op de Sinaï. Definitief: de geboorte van het volk. Daar komen ook die donker en vlammen vandaan uit het christelijke Pinksterverhaal. Zie Handelingen2: De geboorte van de Kerk.

 5. Naast Pasen en Pinksteren kent de joodse traditie als derde grote feest Soekkoth, het Loofhuttenfeest. Het is het feest van de laatste oogst. Het feest: eind goed al goed. Het feest over het grote binnen zijn. In de Joodse gemeenschap wordt dit feest buiten gevierd. Acht dagen lang woont men, indien dit kan, buiten om te leren: binnen zijn is niet vanzelfsprekend. Men gedenkt de tijd onderweg, door de woestijn.In feite is dit het enige joodse feest dat volgens de joodse leraren ook voor de niet-joden was. Iedereen heeft namelijk aandeel in de laatste oogst. In het christendom is dit feest niet gebleven. Of heeft het iets met Kerstmis te maken?

 6. Kerstmis is relatief laat ontstaan. Het gedenkt de geboorte van Jezus in Bethlehem. De vier weken voor Kerstmis heten de Advent. Adventus is Latijn, het betekent komst. In de kerken is het gebruikelijk, gedurende vier weken op zondag een kaars aan te steken. De eerste zondag een, de tweede twee, enz. De advent is de tijd van de verwachting: wachten op de komst van de Messias. Eigenlijk is dat de hoofdlijn. Want Kerstmis leidt naar het feest Epifania Domini, het verschijnen van de Heer. De Heer laat zich zien. Het is 6 januari. In de volksmond is dit het feest van de drie koningen geworden. Zij bezoeken de pasgeboren koning der Joden.
6.1. Op 6 januari worden traditioneel drie verhalen gelezen over de Heer laat zich zien. De Heer laat zich zien aan de wijzen uit het oosten (Mattheüs 2). De Heer laat zich zien bij de Jordaan – de doop in de Jordaan: het land gaat open. De Heer laat zich zien bij de bruiloft in Kana, Johannes 2.

7. De grote feesten duren een week. Daar is nog van over: tweede kerstdag, tweede Paasdag, Tweede Pinksterdag.
7.1. Zodoende is 1 januari een feestdag. Op die dag wordt Kerstmis afgesloten. Het is de dag: nu begint het. (Januari en februari waren vroeger betekenisloos. Alles stond stil. Er gebeurde niets. Let maar op de namen: septem is 7; okto is 8, novem 9 en decem 10. Het jaar begon blijkbaar in het voorjaar[8].)

  ©1999 Jan Engelen, Herten

  terug naar plan



[1] Je zoekt hier tevergeefs naar bloedgroepen of rode dan wel witte bloedlichaampjes.

[2] Wat is het lichaam. Is dat het stoffelijke aan mij? Maar wat is dat, "stoffelijk"? Het lichaam is in ieder geval niet de stille kou die ons verbijstert wanneer iemand enkele uren dood is. Het lichaam in het gewone spraakgebruik is niet dood.

[3] In onze streken gebruikt men daarvoor takjes van de buxus. Ze worden gezegend en uitgedeeld. Mensen nemen de takjes mee naar huis. We zijn a.h.w. getuigen van Zijn intocht in Jerusalem geworden, doen mee in het verhaal.

[4] Die as is oorspronkelijk de as van de verdroogde en verbrande buxustakjes van vorig jaar. Nu het verhaal over Jezus' lijden en sterven opnieuw gaat beginnen worden de oude takjes weggedaan, verbrand.

[5] Afbeeldingen zijn gebruikelijk omdat de meeste mensen (zelf 100 jaar geleden nog) niet konden lezen. De afbeeldingen waren 'hun boek', de biblia pauperum, het boek van de armen (die niet lezen konden). De kerk was als het ware het Open Boek.

[6] In Jerusalem is de Via Dolorosa, de (vroeger aldus vermoede) weg die Jezus uit de gevangenis naar de plaats van de executie gegaan is. Door die weg ook te gaan identificeerde de gelovige zich met het gebeurde.

[7] Niet, maar! Niet op de wijze van de Farao die koning is ten koste van de mensen, maar als Hij die bevrijdt, die in het verhaal over de bevrijding van miskende mensen zijn visitekaartje op tafel legt – op de paastafel.

[8] 25 maart is al een oud feest: Maria Boodschap. Over negen maanden zal het Kerstmis zijn.