terug

Melkitsedek

          Aan het begin van het eerste bijbelboek gaat het allemaal fout. Adam en Eva, Kain en Abel, de enorme vloed en de toren van Babel - die verhalen aan het begin werken heel snel en compact het drama uit van het menselijk falen: hebzucht, hoogmoed, macht. Al dat zeer herkenbare fraais, zo ‘natuurlijk’, zo oud, zo tiranniek, maar ook zo wanhopig op zoek naar de nieuwe mens, naar iemand die iets anders wil en daar al zijn zinnen op gezet heeft. Daarmee wordt Abraham ten tonele gevoerd.

* Hoe wordt Abraham in vele tradities genoemd?

* Waaraan kun je denken bij ‘vele tradities’?

          Abraham is de eerste die zich door God gezeggen laat, voor wie God de soufleur mag wezen. En God vindt in Abraham een man die zich laat inspireren, die het met goede woorden waagt op weg te gaan naar beter leven, oprecht. Wat is er dan nu met Melkitsedek?

          In het voorjaar (Gen 14) moeten de koningen weer hun haantje victorie laten kraaien. Ze trekken tegen elkaar op. Oorlog, ‘landje veroveren’ heet hun spel. Lot, een neef van Abraham, is een van de slachtof­fers. Daarop verzamelt Abraham zijn mannen en ze zetten de achtervolging in. Lot wordt bevrijd met heel zijn hebben en houden. Abraham keert terug als iemand die zijn broeder bevrijdt. Dan legt het verhaal het initiatief bij Melkisedek.

  Paulus, de Apostel van en voor de Volkeren, legt uit wie Melkitse­dek is. Zijn naam betekent: koning van de gerechtigheid. Abraham, de rechtvaardige bevrijder, ontmoet in de koning der gerechtig­heid zoiets als zijn gelijke. Abraham heeft het huis van zijn vader verlaten; ook Melkisedek wordt genoemd zonder de naam van zijn vader of moeder. Hij komt a.h.w. zomaar uit de hemel vallen, ‘Koning van Salem’/Sjaloom: koning van de vrede. Bevrij­ding, vreugde, vrede: het goed hebben. Dan is er brood en wijn, huiselijkheid en verhalen.   Alles wat we van Melkitsedek, de koning van de gerechtigheid weten is het korte verhaaltje uit Gen. Maar dit verhaal is vanouds kiemcel geworden voor veel meer. Want voor de leraren van het Oude Boek staat het vast, dat Salem Jerusalem is, de plaats van de zetels van het gericht, de plaats waaraan de naam van God, Zijn aanwezigheid in deze mensenwereld,  heel zichtbaar aanwezig is. De eerste gestalte die ons (in de figuur van Abraham) uit die Stad tegemoet treedt is de koning van de gerechtigheid, de koning van de vrede: Melkitsedek.

* Wat betekent dit voor ‘kinderen van Abraham’?

  Melkisedek kun je zien in tal van kerken, op muren en in ramen. Meestal zie je hem op of bij het priesterkoor als uitleg bij wat christenen doen als zij samen bidden en gedenken rond brood en wijn. Een droom van gerechtigheid en vrede wordt blijkbaar in de kerken gekoesterd, steeds opnieuw weer als wij met de man van Nazareth meegaan en verhalenderwijs optrekken naar Jerusalem. Wat mag daar dan toch te halen zijn? Psalm 76 bidt:’God is bekend in Jehoeda, zijn naam is groot in Jisraëel. Salem is immers zijn stad, op de Tsioon is zijn tent: daar verbreekt hij de vurige schichten van de boog, het schild, het zwaard, de oorlog.’ Wat mag dat zijn, een plaats waar God bij de mensen woont? Het is een vraag die nauwelijks antwoord behoeft, want het verhaal van Abraham en het verhaal van Jezus voor mensen die christen zijn heeft het antwoord al gegeven. Vrede, gerechtigheid, brood en wijn hebben alles te maken met de bevrijding en de vrijheid, met het opkomen voor de broeder in zijn benauwd­heid, met iemand die  -  als God in het scheppingsver­haal - eenvoudigweg zeggen kan: mens, je bent niet alleen. Zo kómt Melkitsedek. En Abraham maakt zich dienstbaar aan hem, wil mee dienen aan deze bevrijdende Gods-dienst.

  * Wanneer je nu ‘eucharistie’ of ‘avondmaal’ uitlegt, wat moet je dan meer vertellen dan ‘samen delen’?

  Wat is dat? bevrijding? Dat (b)lijkt een vraag die niet te beantwoorden is in de gangbare zin van het woord. Daar zijn geen woorden voor. Hoogstens antwoorden of pogingen tot antwoord (want ieder antwoord is persoonlijk: in vriendschap of betrokkenheid, rond de tafel, voor elkaar verantwoordelijk. Begin er maar eens aan. Maar let wel: ieder klein begin heeft alles van het grote. Het is niet vanzelfspre­kend. Het is immers een uitzondering, een wonder.

  terug