Bijbelse taal en vertalingen.

De oorspronkelijke, Joodse Bijbel is bijna geheel geschreven in het hebreeuws, de eigen (privť) taal van IsraŽl. Rond ongeveer 200 vůůr het begin van de gangbare jaartelling verstaan de meeste Joodse mensen (ongeveer 8/9 woont dan niet meer in IsraŽl) geen Hebreeuws meer. Zij wonen verspreid over de dan bekende wereld, spreken de taal van die wereld, het Grieks. Daarom besluit de Joodse gemeenschap, de boeken van de Tenach te vertalen in de taal van hun wereld. Het engels van die dagen, algemeen toegankelijk en kosmopolitisch, is het Grieks. De Griekse vertaling van de Tenach die aldus onstaat heet de Septuaginta.

Septua≠ginta is Grieks. Het betekent zeventig. Daarom schrijft men in de regel LXX.

Waarom heet die vertaling de Zeventig?

In het bijbels spraakgebruik is 70 het getal van de volkeren. In Genesis 11 worden de volkeren genoemd. Het zijn er zeventig. (Zie ook Luk 10,1.17.)

Het Grieks is in die tijd wat nu het Engels is. Dat is zo gegroeid sinds ongeveer 330 vÚÚr de gangbare jaartelling. Alexander de Grote heeft dan de wereld veroverd. Zo wordt het Grieks met zijn idealen en normen, zijn ideeŽn en beschaving, (bijvoorbeeld de Olympische spelen) de† wereldtaal.

Door de vertaling van de Tenach uit het hebreeuws, de privť-taal van IsraŽl, in de algemeen gebruikelijke (wereld = katholieke) taal van die tijd, het grieks, ontstaan contextproblemen. De mondelinge traditie (hoe ga je met deze verhalen om? hoe functioneren ze in het leven van de gemeenschap rond het boek?) van dag in dag uit, is niet meer als het ware een omheining rond het boek. Alle verhalen kunnen nu gemakkelijk in vreemde (niet eigen) handen komen.

Zonder kwade trouw kan ieder die lezen kan, het boek open krijgen en lezen op zijn of haar eigen manier. De oude context, leven met het oog op het land, de stad en de tempel van alle verhalen, maakt plaats voor andere systemen, bijvoorbeeld een al dan niet uitgesproken filosofie. Genesis1 kan zo het begin van de wereld en de† geschiedenis van de wereld worden. Is dat dan niet zo? Zeker niet. (We komen daar nog op.)

Enkele eeuwen na de vertaling in het Grieks maken de Romeinen mondiaal de dienst uit. Zij vertalen na verloop van tijd de bijbel in het Latijn. Die vertaling in de taal van het Romeinse volk (lat. vulgus = volk) heet de Vulgata. Tot 1963 is het latijns de officiŽle (liturgische) taal van de katholieke kerk. Vanaf ongeveer 1400 komen er meer pogingen de bijbel in de taal van het volk te vertalen.†Onze bijbel is dus en door en door en telkens weer vertaald, goed en verkeerd begrepen boek. De leiders van de europesche geschiedenis hebben in de loop der eeuwen begrepen dat er macht en gezag uitgaat van het Boek. Zij hebben zich het Boek toegeŽigend, het voor hun karretje gespannen en misbruikt.

terug