Niveau en taal

 

Een vraag: Wanneer wij met elkaar spreken – op welk niveau spreken wij dan?

Een vreemde vraag. Toch staat er geen onbekend woord in. Waarom is de vraag vreemd? De gedachtegang is vreemd en daarmee de vraag. Waar vraagt deze vraag eigenlijk naar? We zijn vertrouwd met het niveau van het kind. Het niveau van een bepaalde manier van spelen. Wat is niveau?

Niveau: hoogte. platvorm, verheffing.
Op welke hoogte wij staan wanneer wij hier en nu – zeker binnen de contekst van ons geloven, - met elkaar spreken?
Welke kwaliteit kenmerkt onze manier van spreken?

Omdat de vraag onverwacht is zal het antwoord dat ook zijn. Toch kun je het zeker volgen. Wij spreken hier en nu met elkaar op het niveau van alle verhalen.

Alle verhalen – meer in het bijzonder de bijbelverhalen en de verhalen daaromheen – bepalen ons spreken. Alle verhalen geven ons taal en dat "waar taal naar talen". ("Jij!", wie dan ook, maar steeds concreet, een adres. Zonder adres kun je niet spreken).

Op dezelfde wijze wordt ons spreken mede bepaald door nederland 2006. Het begin van de 21e eeuw heeft andere woorden, beelden, uitdrukkingen dan het nederlands van de zeventiger jaren, vorige eeuw.

Zo ook is het bijbels tegoed, het bijbels taaleigen medebepalend voor ons spreken. Daarmee bedoelen we niet alleen ons spreken (werkwoord, dat wat je doet), maar ook wat in dat spreken ter sprake komt: ons begrip, onze logica, onze verwachtingen, onze beelden en onze vanzelfsprekendheden, onze manieren van zien, dat wat wij beogen.

Dat alles is niet van ons. Het is onze wereld, ons milieu, onze tijd, ons niveau.

 

2. Kun je dat wat meer concretiseren?

Sprekend over de verhalen blijven wij in de wereld van die verhalen. Wij kijken met die verhalen mee. Situaties, beelden of het begrip van die verhalen, woorden, mensen uit die verhalen - even lichten zij op, even komen ze ter sprake terwijl wij spreken.

Woorden, verhalen, begrippen, gevoelen, namen die wij gekregen hebben, - wij kunnen ze leren kennen en we kunnen het er mee wagen. Wij hoeven derhalve die verhalen en woorden niet meer uit te vinden. We hoeven ze ook niet te verantwoorden. Ze zijn er. Zij zijn toegankelijk, beschikbaar. Mogelijk “materiaal”. Ze kunnen worden ingezet en komen als vanzelf op wanneer wij proberen te zeggen wat ons raakt, beklemt, ontroert, wat ons overkomt of ons bezig houdt.
Een en ander betekent dat onze wereld, ook de wereld van het geloven of het onderwijs, voor een groot deel bestaat uit teksten, uit wat citeerbaar is, uit citaten of aanvullingen en uitbreidingen daarvan.
Teksten worden context voor andere teksten en omgekeerd.

Voorbeeld

Een verhaal kan mij vertellen over wat vrede kan zijn. "Vrede hebben met". Mijn beleving (ervaring, kennis, inzicht, fantasie, verkennend vermogen) over zoiets als wat op vrede lijkt mij dit verhaal kan doen verstaan. Ook de ervaring van iemand anders, diens "wedervaren" kan ik enigermate verstaan.
Denk aan "de kinderkruistocht". Met de personen uit het verhaal kun je meekijken. Daarom ook kan een film interessant zijn. Je maakt het lot van andere mensen mee alsof het je eigen leven is. Dat verhaal over hen vertelt ook over jou.
Als dat verhaal je bezig houdt kun jij er over vertellen - als insider.

Let wel
1: Als kinderen (of volwassenen) in contact komen met verhalen, verkennen zij, “leren” zij woorden voor ervaringen die zij nog niet kennen. Het verhaal verkent het (nog) onbekende. Het verkent mogelijkheden, en ervaringen waar we nog geen woorden voor hebben. Aldus verschuift de “horizon” die je wereld en verstaan omsluit.
2. Verhalen verkennen. Dit geldt voor jonge kinderen, oudere kinderen maar ook voor zeer oude kinderen. Het geldt voor ieder die nog niet is uitgekeken is op zijn of haar wereld.
3. De filosoof Emmanuel Levinas spreekt over jeugd. Een jeugdige is iemand die nog niet is wat hij of zij aan het worden is. Filosofisch gezegd: Jeugd is het subject -zijn van het subject, ik-zijn voorafgaande aan de essentie, voorafgaande aan het zijn. Anders dan zijn. Jeugd is volgens Levinas niet een voorbijgaande fase. Het is precies de manier waarop mensen zijn, onderweg. (E.Levinas, Sans identité , in Humanisme de l’autre homme, Montpellier, Fata morgana 1972, p. 85-101, p. 94. 101.)

4. Citaten zijn minstens ook: fragmenten verleden die als heden beleefd kunnen worden. Denk aan een verhaal dat je verteld en dat je emotioneert. Het is anders dan het voor mij gewone, in die zin: buitengewoon – stem van een ander.
5. Citaten breken uit het vastliggende: vrijheid en bevrijding. Zij brengen aan het licht wat achteraf gezien eerder, duister blijkt.

3. Hoe kun je dat niveau van alle verhalen globaal aanreiken?

Anders, meer praktisch gezegd: waarover gaan die (bijbel)verhalen?
Antwoord: Dat is het GEHEIM van die verhalen. Dit geheim ga je leren vermoeden wanneer je ontdekkend gaat lezen. Omzichtig. Leren luisteren, leren vragen te stellen. Verhalen hebben “zieners” (goede kijkers) nodig. (Ik stond er bij en keek er naar.)
Om een verhaal een verhaal te kunnen laten zijn, moet je het verhaal intact laten en te rade gaan bij je EIGEN ERVARING. Die heb je en die ben je. Soms weet je de woorden nog niet.

Wat is de strekking van het verhaal? Van woestijn naar veelbelovend land en verder.

       

Messias
Mens - Jij! Hij ook? Ja, hij ook! Ik ook?
Tempel
Jeruzalem
Land
Woestijn

   
 Hoogtepunt
     
     
Absolute dieptepunt van het verhaal = Slavernij in Egypte

Waarheid is altijd persoonlijk, iets dat je raakt.
Daarom zal ook je onderwijs persoonlijk zijn, jouw zaak zijn, jou raken – en voor je kinderen betekenis hebben

Conclusie en opening

Zeker in de  dagen na Pasen mag je terugzien naar alles wat ons op het niveau van alle verhalen overkomen is. Wanneer je na Pasen Hemelvaart en Pinksteren vermoedt zou je naar Lukas kunnen gaan. Waarom Lukas? Lukas is de enige die de verhalen van deze feesten geeft. De extra vrije dagen danken we aan hem.

Lukas vertelt dat Jezus zich na zijn verrijzenis gedurende veertig dagen aan de leerlingen laat zien. In de vorige module hebben we gezien dat bij Lukas vertelt over "Jezus die verrezen is". Na zijn verrijzenis is Jezus bij Lukas een leraar. De boeken gaan open. Dat verhaal begint onderweg. Mensen die geen vreemdeling in Jerusalem menen te zijn, vertelt hij over de Messias volgens Mozes en de Profeten. Zijn woorden blijken hen nog niet verder te helpen. Dat gebeurt pas bij "het breken van het brood". Zie Lukas 24. Wanneer hij bij hen is, het brood voor hen breekt, gaan hun ogen open. Terwijl hij uit hun gezicht verdwijnt herkennen zij hem.

Lukas heeft ook de Handelingen van de Apostelen geschreven. In dat boek vind je de verhalen over het begin van de kerk. Lukas vertelt over Jezus die na zijn verrijzenis nog gedurende veertig dagen contact heeft met de leerlingen. Hij spreekt met hen gedurende een periode van veertig dagen. Daarom is Hemelvaart altijd op donderdag, veertig dagen na de zondag waarop we pasenAls Jezus die verrezen is met zijn leerlingen spreekt, waar gaat hen dan over?

Anders gezegd: wanneer je Pasen gevierd hebt, waarover spreek je dan?

Ofwel: wat moet je na Pasen leren?
Lukas zegt: Jezus spreekt met zijn leerlingen over alles wat het Koning zijn van God betreft.
Voor het koning zijn van God moet je denken aan: niet …. maar

God is koning, niet als de farao. De farao is koning is ten koste van de mensen, over de mensen heen. Maar God is koning als hij die bevrijdt.
Weet je nog?
Wij waren slaven in Egypte en hij heeft ons bevrijd.


Het koning zijn van God is het onderwerp van het evangelie
- dat is meer dan een hypothese. Zie bijvoorbeeld: Mt 3,2; 4,17 om te beginnen en let eens op het opschrift boven het kruis.
Je kunt ook denken aan het Onze Vader. Wat betekent het als hij "in de hemel is", als zijn naam voor ons een naam apart is? Dat betekent: dat de wijze waarop hij koning is zichtbaar wordt.
Dan is er brood. Dan kun je delen. Dan betrek je de ander erbij. Dan is er vergeving

© Jan Engelen, Amsterdam, 2 augustusl 2006

home