Om het een beetje te kunnen plaatsen
Wat is "het"? "Het" is
een oude tekst
als bijvoorbeeld die van Lucas. Een verschil. Met behulp van opa's en oma's kun je het misschien een
beetje reconstrueren. In hoeverre is de
wereld voor kinderen van toen anders die van nu? Een
recente reeks plaatjes kunnen daarbij behulpzaam zijn. Onze zintuigen wordt dag in dag uit, zoveel en zo divers
mogelijk gestimuleerd. Of we willen of niet, we moeten kijken, horen,
luisteren. Kijk bewust naar een paar blokjes ster-reclame, zoek de beelden
in de stad of tijdschriften af op boodschappen. Heel de wereld dringt
zich aan onze zintuigen op. Dat is altijd zo geweest. Maar vroeger ondersteunde de techniek dat niet welhaast
eindeloos. We maken de dagen langer. Elektriciteit stelt ons daartoe
in staat. Muziek is terstond leverbaar, beelden ook. Voor bewegende
beelden, interessante, mooie beelden, hoef je de straat niet op. Alles
is terstond binnen bereik. Beschikbaar. De beschikbare wereld van pakweg 2000 jaar geleden reikt
niet verder dan het dorp. De dagen van de meeste mensen zijn gevuld
met de noden van de dag en de zorgen die dat oproept. Als het donker wordt kun je niet meer werken. Je eet
wat. Dat heeft niet veel licht nodig. Een olielampje is voldoende. Je
kunt nog net elkaars gezichten zien. Voor muziek moet iemand zingen
of spelen. Verhalen kunnen alleen als ze ter plekke verteld worden.
Het heeft geen zin om de nacht wakend door te brengen: er gebeurt zo
goed als niets. In die wereld is de vergankelijkheid en kwetsbaarheid
volstrekt vertrouwd. Veel mensen sterven als klein kind of een beetje
later. Als je 40 bent zijn de meeste van je leeftijdgenoten al gestorven.
Het enige in die wereld dat blijft zijn stenen gebouwen of zuilen, blokken,
en verhalen. Verhalen worden van generatie op generatie doorverteld,
bewaren bij wijze van spreken en herhalen de tijd. Veel verhalen
zijn verdwenen, veel verhalen hebben "ons", onze tijd en onze
wereld, gehaald. Een goed verhaal brengt je vanzelf bij vroeger, maakt
"vroeger" tot een deel van het "nu". Woorden bergen
als vanzelf herinnering. "Weet je nog" is gauw gezegd, brengt
je bij de tijd. En al die verhalen houden mensen bij elkaar. Je identiteit
dat zijn je verhalen. De franse filosoof Jean-François Lyotard heeft in de
tweede helft van de vorige eeuw vriend en vijand overvallen met de onrustbarende
mededeling, dat "de grote verhalen verdwenen" zijn. Samenlevingen
vallen uiteen omdat we de verhalen niet meer delen, omdat er geen groot
verhaal is dat we met z'n allen delen. Het zou me niet verbazen als mensen nooit grote verhalen
hebben gedeeld. Verhalen zijn altijd gevormd naar en door mondjesmaat.
Het zijn brokken, fragmenten, woorden, beelden, vanzelfsprekende, grotere
of kleinere contexten. De associatie en de privé herinnering brengt
mensen bijeen, houdt hen samen. In zo'n wereld vertelt Lucas zijn verhaal over Jezus.
De taal die hij gebruikt is door en door verhalentaal, beeldtaal, veelsoortige
herinnering op meerdere niveaus. Wij – volop afgeleid door onze tijd met haar onoverzienbare
massa mogelijkheden – hebben het moeilijk met zo'n met verhalen en herinneringen
doorspekte taal. Toch is die taal, de taal van de verhalen van Lukas
bijvoorbeeld, wellicht nog steeds een verhaal en kunnen wij, eenvoudig,
een krukje pakken of op de grond erbij gaan zitten om te luisteren wat
Lucas te vertellen heeft, zoals we dat zo vanzelf doen met Kerstmis.
Kerstmis is alleen maar een begin van het verhaal dat ook een beetje
"van ons" is, tenminste als we willen, of als we dat de kinderen
van vandaag gunnen.
|