Over de verwoesting van de tempel.

Het kan verhelderend zijn, wanneer je begrijpt waarom het volgens Jeremia zover gekomen is dat stad en tempel ver­woest werden door de Babyloniërs. Zie Jeremia 34,8-22. Hieronder volgt een leesaanwij­zing.

 

Het gaat over de vrijlating van de slaven. Als het over ‘slaven’ gaat moet je vooral en met name weten:’Vergeet Exodus niet!’.

* Wat vindt je hierover in  Deuteronomium 15,12vv en Exodus21,1vv.?

De notabelen van Jerusalem zouden de hebreeuwse slaven moeten laten gaan. Om te voldoen aan zijn schulden kon iemand zich verkopen om als slaaf te dienen. Maar volgens de Tora mag en kan dat geen permanente status quo worden. Want als iemand ten eeuwige dagen slaaf wordt, dan kan voor hem het exodus-verhaal geen betekenis hebben. Daartoe moesten ieder zevende jaar de slaven vrijgelaten worden.

De notabelen van Jerusalem begrijpen dat veel profijt aan hun neus voorbijgaat als ze de hebreeuwse slaven vrij laten. Ze laten hun goedkope arbeids­krachten niet vrij. Daarom leven in feite ‘ten koste van hun broeders’.

     Een Jerusalem dat ‘zijn broeders’ niet meer vrij laat maakt zichzelf tot een anti-exodusver­haal, een anti-Jerusalem. Jeremia emia zegt, dat ze een vrijla­ting moeten afkondigen. Maar ze weigeren. Door hun weigering overtreden ze het verbond. Jeremia e­mia zegt: God zal hun ‘overschrijdingen overschrij­den’.

‘Overschrijdingen overschrijden’ is voor ons een merkwaardig taalgebruik. Het is bijbels. Welke teksten horen hierbij? Je kunt dat achterhalen door Jeremia  34,18-19 te verbin­den met Gen 15,10.