La Vie
In de Fondation Maegt, een privé museum met beeldenpark in Saint-Paul de Vence.
De confrontatie met dit schilderij van 12 vierkante meter is verpletterend.
Eén uitbarsting.
Wat een schilder te vertellen heeft doet hij met zijn beweeglijke ogen en zijn verkennende hand,
lijnen proberen, kleuren zoeken, vlakken verdelen.
"La Vie" suggereert zo'n beetje alles te zijn, alles, maar dan op jouw manier, volgens jou.
Gun Chagall de tjd en laat je ogen gaan.
Daarna komen de details en kun je die eventueel terugvinden in dit "alles".
|
|
De rechterbovenhoek. De zon geparkeerd tussen de vis vande huiselijkheid, het vertrouwde, thuis. Chagalls vader was haringhandelaar. De lieflijkheid van het rund, maar ook tegelijk het dorp, leven en vergaan. Tegenover het ouderlijke huis was een slagerij. Dood en leven horen bij elkaar. De zon die ook een
David-ster is, en het wentelen van de tijd, aangereikt door de rode streep
uit de hald van het rund. Muziek, de droom van de liefde, binnen en buiten
de circelgang. In de kern van de zon een gestalte, een vrouw. Links zie
je een deel van hetzelfde, vergroot.
|
|
| Vervolgen
we die bovenlijn. De gestalte achter de rug van Mozes (zie rechte, klein)
is op dit detail weggevallen. Op de vlucht. Weg!
Naar Amerika! Op de vlucht met hebben en houden.
|
![]() |
Uiterst links boven. |
|
||
Als je onderaan begint
te kijken: onmiskenbaar een vis. Dus weer de vertrouwdheid.
|
Het huis, de geliefde.
De tafel onder de lamp. Het bed met het kind. Rechts daarvan begint
de circus en de muziek.
Man, vrouw en kind
onder het huwelijksbaldakijn, met de vioolspeler en het rund dat zich
koestert achter de menorah. De boom is ook de
vorm waarin de hoornblazer uit innigheid en bewondering omhoogspeelt Het tweede hoofd,
vastgehouden, is de schilder. De cellist staat op het doek.
Een circelbeweging
dwingt je ogen te volgen, te kijken. Je ziet steeds hetzelfde, steeds
anders.
Palet en viool zo
dicht bij elkaar.
|
|
|
||
Het werk vertelt zichzelf
Het verloren hoofd van de cellist vind je twee keer terug. Eerst in de kop van de cello. Is zijn hoofd ook niet zijn instrument? Zoals wanneer je peinst over: waar is het lichaam van de violist? Is het dat complex wat in zijn schoenen staat, of de plaats waar de strijkstok en de snaren elkaar beroeren? En wat, het tweede hoofd, wanneer je lief er voor jou wil zijn, jou plaats laat vinden, tot klinken brengt.
|
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|