|
Deze teksten hebben
dienst gedaan in 'diensten van woord en communie in 2021
Badhoevedorp, Engelbewaarders.
Overweging voor de eerste kerstdag 2021
Bij het verhaal van Lucas 1,1
De herders krijgen in onze kerstgroep altijd een uitgelezen plaats. Zorgvuldig
zetten wij hen neer met hun hoofd gericht naar de grot waar de kribbe
staat. Dit jaar betrap ik me er op dat ik voortdurend denk: 'Hoe zijn
die herders naar Bethlehem gegaan? Wat stond hun voor ogen? Waar waren
ze op uit?' Zit of lig je daar in de eenzaamheid van een met sterren bezaaide
hemel een beetje verloren je schapen te bewaken en dan word je opeens
door de hemel wakker geschud: 'Ik verkondig jullie een blijde boodschap.
Ik heb een werkelijk goed verhaal voor je. De Bevrijder, de Redder is
geboren, de Messias, de zoon van David in de stad van David. Een diepen
herinnering wordt aangesproken, een diep verlangen. Een kind in doeken
gewikkeld.' En hij is nog niet uitgesproken of daar komt het hele hemelse
koor zingen over 'eer aan God, over vrede op aarde voor de mensen die
hem zo eindeloos dierbaar zijn.'
Als je als herder zo bent wakker geschud en optrekt naar Bethlehem, wat
verwacht je dan? Wat heb je voor ogen en denk je te gaan zien?
Op herders kun je heel wat verdachtmakingen loslaten. Je weet nooit waar
ze zijn met hun schapen, je kunt ze nooit vinden en je weet niet wat ze
doen. Daar staat tegenover: ze moeten wel hun mannetje staan. Je kunt
als herder nooit lukken door alsmaar weemoedig over je schapen heen in
de verte te staren. Je zult moeten aanpakken, voedsel zoeken , en water.
En die wilde dieren vooral in de nacht. En dan, ín de nacht, díe
nacht, de kersthemel breekt als een korst open. In al je sores, met alle
zorgen die wij ook vandaag hebben, horen we: Vandaag is voor jullie de
bevrijder geboren, voor jullie en voor heel het volk. Je moet naar Bethlehem
gaan. Hoe ga je dan? Wat verwacht je?
Gods woord maakt ons tot kinderen van God. Dat is een beetje ons huiswerk,
vrolijk huiswerk, zoiets als pakjesavond. Als je dit Kerstgeheim uitpakt,
wat vind je dan?
Dat is ontroerend simpel. Het kind van Bethlehem is een uitnodiging, een
vraag. Een vraag waar je van opkijkt, namelijk: Wat betekent dat voor
jou, een beetje mens durven worden zoals Hij, Kind van God zijn. Met dat
geheim confronteert het Evangelie ons. Het is ons geheim. Mens, wie ben
je? Wie zou je willen zijn? Wat zou je willen doen?
Wij kijken met Kerstmis naar het kind in de kribbe maar dat kind kijkt
ons aan. Wil jij mijn broertje of zusje zijn? Wil jij mijn pappa zijn,
mijn mamma? Mag ik met jou mee? Zo wordt het grote Kerstfeest ook een
diep persoonlijk feest. God heet ons welkom in zijn vrede.
En dan die herders. Als zij daar in die grot bij de kribbe staan, hoe
voelen ze zich dan? Ze zullen om zich heen kijken. Ze zullen glimlachen
als ze dat kindje in die kribbe zien liggen, bij de beesten thuis. Ze
zullen de eenvoud van deze voorlopige stalling vertrouwd vinden. Ze zullen
zich thuis voelen. En ze zullen die goede woorden begrijpen over vrijheid
en bevrijding, over God een kans geven in onze wereld, over vrede op aarde.
Vrede, toch vrede, ondanks alles.
Allen verbazen zich over wat ze van de herders horen. Maria bewaart die
woorden in haar hart. Ze zullen voor haar richtinggevend zijn. Zo ben
je 'moeder van de Heer'. Eer aan God in de hoge, dat is ook vrede op aarde,
ook voor al die mensen die ook zijn mensen zijn. Eer aan God in den hoge
betekent dus ook elkaar broers en zussen zijn. Dat mogen wij proberen
in 's hemels naam.
Woorden bewaren, ze meenemen om ze een beetje waar te laten worden in
jouw wereld. Vrede op aarde. Moge dat zo zijn.
Parochie
van de heilige Engelbewaarders,
Badhoevedorp 10 oktober 2021, 28ste zondag door het jaar
Overweging
De eerste lezing uit het boek Wijsheid is een lofzang op de wijsheid.
Er is niets spannender, interessanter en uitdagender dan wijsheid. Als
je mensen op straat zou vragen: "Wat zou je willen? Wat zou je nou
graag willen?" dan ben ik bang dat op de honderd die je vraagt niet
een zal zeggen. 'Wat ik graag wil, dat is wijsheid!' Waarom denken we
er geen moment aan dat we dat zouden kunnen willen? Wijsheid is toch niet
corrupt, arrogant. Wijsheid is toch
Ja, wat is wijsheid?
Toen ik zover was in de voorbereiding van mijn overweging voor vandaag
ging ik de tekst nog eens lezen. En dat is werkelijk grappig. De tekst
vertelt niets over was wijsheid is. Wel dat je ernaar kunt verlangen,
dat je ervoor kunt kiezen, dat het waardevoller is dan alles wat we waardevol
vinden, en belangrijker dan gezondheid en schoonheid. Wijsheid staat zelfs
boven het licht, alsof
ja, alsof wijsheid je zeker ook helpt wanneer
je in het duister zit en geen weg meer weet. En als die wijsheid er is
dan komt alles eigenlijk vanzelf. 'Met haar vielen mij alle goederen ten
deel en dank zij haar verwierf ik rijkdommen zonder tal.'
Wijsheid is dus uiterst begerenswaardig, maar: wat is wijsheid? Dat is
een interessante zaak, want DE wijsheid bestaat natuurlijk niet. U hier
aanwezig hebt niets aan mijn wijsheid. U kunt enkel gediend zijn door
uw eigen wijsheid. Ik heb het woord opgezocht in de dikke Van Dale. "De
juiste, hoogste, op inzicht en levenservaring berustende kennen (en het
handelen daarnaar)." Dat laatste, ernaar handelen, staat tussen haakjes.
Het is geen wijsheid maar hoort er wel bij. En U hoort, dat vind ik mooi,
waarom de wijsheid voor iedereen persoonlijk is, want het gaat over 'op
inzicht en levenservaring berustende kennis'. Wijsheid is een praktische
aangelegenheid. Daarom denk ik ook dat wijsheid perse sociaal is. Wijsheid
deelt zich uit. Om het even duidelijk te zeggen: die jongens die de belastingregels
zo manipuleren dat zij in ieder geval zo weinig mogelijk bijdragen aan
de belasting zijn 'niet goed wijs'. Hun geslepenheid is geen wijsheid.
Een wijs mens kijkt je aan en je kunt hem of haar in de ogen kijken. Wijsheid
- sapientia - dat woord is in het latijn vrouwelijk. Het zal geen toeval
zijn. Wijsheid schenkt in ieder geval ook zeker leven.
Dan de tweede
lezing. Dat is een lezing om je mee achter je oren te krabben. Moet ik
nu mijn huis verkopen, de rekening opheffen en alles uitdelen om bij de
daklozen te gaan slapen? Ja, om te beginnen zou ik zeggen: als je dat
jou wijs lijkt, wat let je. Maar het is de vraag of dit scherpe verhaal
dat wil zeggen.
Het verhaal is hoofdstuk 10. We zitten in het tweede deel van Marcus.
Jezus gaat naar Judea, in het volgende verhaal krijgen we Jericho waar
die blinde zit. Jezus geneest hem en deze man die nu zien kan volgt Jezus
op zijn weg naar Jerusalem. Hoofdstuk 11: Jezus in Jerusalem. En U weet
wat daar in Jerusalem gaat gebeuren. Er komen nog een paar kleine verhaaltjes
en dan jaagt hij de kooplui uit de tempel en hebben de leiders in Jerusalem
genoeg van hem. Alles wijst erop dat ze tussen de bedrijven rondom het
Joodse Paasfeest door, de kans gegrepen hebben om zich van deze Jezus
te ontdoen. We zou kunnen denken dat dit een groot verhaal is, maar het
speelt zich grootdeels af in het duister, in een uithoek van de stad.
Het kruis staat zelfs net buiten de stad.
Jerusalem is levensgevaarlijk voor Jezus. Als wij met zijn leerlingen
waren meegegaan zouden we tegen elkaar en tegen Hem zeggen: Zou je dat
nu wel doen! In Jerusalem zijn ze tegen je! Wees verstandig en doe het
niet. Daarover ging het evangelie, vorige zondag. De farizeeën willen
Jezus pakken met hun zogenoemde vraag: mag een man zijn vrouw verstoten?
Tuurlijk niet. Ja maar! Nou en, tuurlijk niet. Als je van elkaar houdt
dan houdt dat lang - ook al lijkt de praktijk soms perse anders te willen.
En dan begint het verhaal te schuiven. Zelfs als die vrouw
vrouw,
vrouw, vrouw. Ja, denk in 's hemelsnaam aan vrouwe Jerusalem. Als Jerusalem
er niks van bakt, het is onmogelijk dat de Messias haar in de steek zal
laten of op zou geven. Dat Jezus niet naar Jerusalem zou gaan is Godsonmogelijk.
Het verhaal van vandaag sluit daarop aan. Die rijke man wordt heel persoonlijk
gemaakt. Jezus houdt van hem, herkent zich in hem, heeft met hem te doen.
En wat hij die rijke man adviseert is: geef alles weg. Maak van je hart
geen moordkuil en geef. Want dat is wat Jezus zelf gaat doen. Alles wat
hij was en is zet hij in voor dat ene waar Hij voor gaat. Want, zo redeneert
de Messias, door alles, door zichzelf te geven, krijgt hij vaders en moeders,
broers en zussen. Dat is voor Hem de weg naar Zijn en Onze vader.
Petrus en
ook de andere leerlingen hoor je denken. Nou, nou. Hoe moet dat dan. Wat
moeten wij dan. Dat kan toch eigenlijk niet? En Jezus zegt: wat voor de
mens onmogelijk is, voor God is het mogelijk. Anders gezegd: die inzet
is geen beloning voor een prestatie, geen gouden of zilveren medaille
die je wint, die je verdiend hebt. Nee, leven in het spoor van de Messias,
leerling zijn in het evangelie is een geschenk.
Met andere woorden: Als je Jezus op weg naar Jerusalem gelooft dan staat
ons nog heel wat te wachten, heel wat goedheid die overrompelt. Dat God
van zijn mensen houd is een wonderlijk verhaal. Moge dat zo zijn.
Zondag
5 september 2021 - 23e zondag dhj - Engelbewaarders Badhoevedorp
Jesaja 35,4-7a; Marcus 7,31-37
De profeet Jesaja spreekt ons toe in de eerste lezing. Het is jammer dat
de eerste regels van dat hoofdstuk niet meegelezen worden. Moet je horen:
De woestijn en het door land, ze zullen blij worden.
De steppe zal juichen en bloeien als een roos.
Ze zal weelderig bloeien, ja juichen en jubelen.
De glorie van de Libanon zal haar gegeven worden
De pracht van de Karmel en Sjaron.
Zij zullen de glorie van onze God zien, de luister van onze Heer.
En dan:
Maak je slappe handen sterk en maak je knikkende knieën stevig.
U hoort: dit verhaal wil wat! De profeet haalt breed uit voor een schitterend
visioen. Een bloeiende woestijn. Ik weet niet of U al eens een woestijn
gezien hebt. O ja, natuurlijk, op de tv. In elk geval. Je kijkt naar steentjes
op de grond, dan is er tenminste nog wat te zien in die uiterste verlatenheid
- en dan komt Jesaja aanzetten met bloeien als een roos, en juichen en
jubelen. Alsof er een oogstfeest is, alsof we elkaar zullen aankijken
en zeggen: menslief, wat ben je rijk.
Maar u hebt ook gehoord dat Jesaja zo uitpakt omdat hij terdege weet van
slappe handen, knikkende knieën. Want God zal komen. Hij zal het
voor je opnemen. Alles wordt anders. Blinden zullen zien, doven zullen
horen.
Ik ben geneigd om te denken: die man durft wel. Die profeet. Al die beelden
van zoveel ellende die voortdurend op ons losgelaten worden. Van het ene
'oh wat erg' naar het andere 'oh, wat erg'. Als je het nieuws gelooft
kun je geen ijsje meer eten en mag je nooit meer zeggen: Wat lekker. Of:
'Leuk je te zien.' Kommer en kwel maken de dienst uit. En Jesaja zegt
dan: 'Dat had je gedacht!' Wacht meer. Hoe onbegrijpelijk en onwaarschijnlijk
ook: God laat je niet alleen. De dorre vlakte wordt een vijver, het dorstige
land één waterbron.' Jesaja - Jesja-jahoe, God is verheven.
God is een ander verhaal.
Daarover vertelt Marcus ook in dat kleine stukje evangelie dat we vandaag
mochten voorlezen in onze kerk. Even vertelt Marcus ons een verhaal over
Jezus die van heinde en ver terug komt. Tyrus en Sidon liggen een end
van Jerusalem, ver buiten het land - in het tegenwoordig zo droeve land
dat Libanon heet. Jezus komt terug en gaat naar zijn verhaal begonnen
is, rond het Meer van Galilea in de streek van de Tien steden, een beetje
in de rafelranden van de kaart van Israël. Voor de high society van
Jerusalem waren het toch eigenlijk 'die boeren van Galilea', die
ja, wisten die veel.
Nou, daar heeft Marcus een mooi verhaaltje voor, kort en duidelijk. Mensen
brengen iemand die doofstom is. Let op: het is niet een blinde of een
lamme of een melaatse. En probeer te luisteren met oren van 2000 jaar
geleden. Het is iemand die niet kan horen en die niet kan spreken. Dat
is dus eigenlijk een verloren mens. Hij heeft beelden genoeg maar geen
tekst. Hij weet niet wat hij ziet, hij kan er geen touw aan vastknopen.
Te midden van mensen staat hij over buiten. Hij met al zijn armzaligheid
wordt naar Jezus gebracht. Je hoort de mensen zeggen of denken: In Gods
naam doe er wat aan!
Dan neemt de tekst ons mee naar buiten. Buiten de kring. Ergens apart.
Jezus schept ruimte voor deze mens. En wat nu gebeurt is een plaatje dat
zien laat wat heiligen betekent. (Uw naam worden geheiligd).
Heiligen is apart stellen, onderscheiden, onderkennen, om tot zijn recht
te laten komen. En hoe doet Jezus dat? Hoe heiligt hij deze mens? Hij
neemt hem apart en identificeert zich met deze mens. Jij bent als ik.
Hij steekt zijn vingers in de oren van de dove en raakt met speeksel zijn
tong aan. Effetha, ga open.
Dat maakt een verhaal los dat met al onze wereldwijde ellende en ook met
onze somberheid niet stil te krijgen is. God is er ook nog. Hij laat ons
niet alleen. Neemt het voor ons op. Niet ons als collectivum, maar ons
als: jij, en jij, en hij ook ja, en zij zeker, en ik. Met ieder van ons
gaat God een gesprek aan. Daarom moet je leren te horen en te spreken,
toetsend, verkennend, voor jezelf en voor ons allen een andere wereld
open maken.
Ik weet - dit zijn grote woorden. Maar Jesaja en Marcus maken het mogelijk
om dit in de stilte van deze zondagochtend over ons te laten komen. Moge
God met ons zijn.
19e zondag
door het jaar 8 augustus 2021 Engelbewaarders - Badhoevedorp
1 Koningen 19, 4-8; Johannes 6, 41-51
Wat wil de
eerste lezing ons vandaag vertellen, wat is er aan de hand? Het gaat over
Elia. Dat moet een belangrijk figuur zijn want u kent de combinatie: Mozes
en Elia. In Amsterdam kennen wij de combinatie "Mozes en Aaron",
twee broers. De een leraar en de ander priester. Nu gaat het over Mozes
en Elia, de leraar en de profeet. Maar wat is een profeet? Wij hebben
daar in ons taalgebruik voorspellers van gemaakt. Maar een profeet is
iemand die de tijd bij het boek houdt, of het boek bij de tijd. Iemand
die de tekst vertolkt, waar maakt, erbij haalt. Iemand die stem geeft,
tekst en uitleg bij Mozes, bij de leerstof, bij wat een mens leren mag
en kan weten.
Elia heet in de traditie zelfs de vader van de profeten. Want U weet wel:
Bijbelse koningen gaan al vlug doen alsof zij de wereld hebben uitgevonden
en alsof zij kunnen doen wat in hun opkomt. Maar Elia is de eerste die
zich openlijk tégen de koning keert, - die hem confronteert met
zijn gedrag en 'de woorden die ons gegeven zijn'. De bijbelse koning heeft
dan uiteraard ook nog lange tenen en dus blijft er voor Elia niets anders
over dan de benen te nemen. Hij verdwijnt in de woestijn. Liggend onder
een struik, komt hij tot de conclusie dat dit het wel was. Het hoeft niet
meer. Laat maar zitten. Hij legt zich in zijn vergetelheid neer en slaapt
in - om door een engel aangestoten te worden.
Elia ziet brood, hij ziet water. Eet en drinkt en slaapt weer in om weer
opnieuw aangestoten te worden door de engel die hem tekst en uitleg geeft:
eet en drink, want je hebt nog een verre reis voor de boeg. Na 40 dagen
bereikt hij de berg Gods, de Choreev, de Sinaï. Veertig dagen op
reis, denk aan veertig jaar woestijn, denk ook aan "een heel mensenleven".
Je reist een heel mensenleven om aan te komen bij de kern van je bestaan.
En het wordt een fantastisch verhaal wat daarna komen gaat. Alleen wij
horen het niet. Maar ik wil het U graag vertellen. (Mijn vader was een
vrij stille man. Ik heb dit verhaal voorgelezen bij zijn begrafenis.)
Bij de berg Gods aangekomen overnacht Elia in een spelonk. God komt als
een woord naar hem toe. "Wat doe je hier, Elia?" Elia zegt dat
hij alles heeft gedaan wat menselijk mogelijk is, maar ze staan hem naar
het leven en hoe moet je dan verder? Kun je nog wat?
Kom naar buiten. Ga op de berg staan voor het aangezicht van God. Dat
doet Elia. God zal zich aan hem laten zien. Dan komt een enorme storm
die bergen verscheurt en rotsen verbrijzelt. Maar in die storm is de Heer
niet. Dan een aardbeving. Maar in die aardbeving is de Heer niet. Een
vuur. In het vuur is de Heer niet. Dan hoort Elia de kleine stem van de
stilte.
Elia omhult zijn gelaat met zijn mantel. En hij blijft staan aan de ingang
van de spelonk. Elia zal terug gaan. Er is werk aan de winkel. Maar mij
fascineert altijd die "kleine stem van de stilte", bijna niet
opgemerkt maar o zo aanwezige God. Inspiratie, intuïtie, een vonkje.
De kleine stem van de stilte.
Wij horen
in het evangelie van Johannes de verdere discussie tussen Jezus en de
Joodse mensen die mopperen wanneer hij spreekt over het brood uit de hemel
dat de vader geeft, de mensenzoon op wie hij zijn zegel heeft gezet, die
naar zijn beeld en gelijkenis is.
Het is nog in de nadagen van het Paasfeest, het feest van de Joodse mensen,
het feest voor de mensen die uitzien naar vrijheid en bevrijding. Wat
zie je er van? Wat merk je van vrijheid en bevrijding. Uw koninkrijk kome,
maar wanneer komt het dan? Waar kunnen we het zien, bespeuren? Uw wil
geschiede gelijk in de hemel, zo ook op aarde. Wat is die wil dan? Wat
wil de Vader dan? Wat is de gave die hij ons geeft?
Het evangelie van vandaag zegt: Het is het brood dat uit de hemel nederdaalt.
Ik ben, God is, het levende brood dat uit de hemel neerdaalt. Hij geeft
ons heden ons dagelijks brood en wijst ons met de kleine stem van de stilte
de weg naar het land dat onmiskenbaar alle beloften draagt. Als je van
dit brood eet zul je volop leven, leven in eeuwigheid.
Moge dat zo zijn.
------------------------------------------
Badhoevedorp
- De Engelbewaarders, dienst van Woord en Communie, 4 juli 2021
Ezechiël 2,2-5; Marcus 6,1-6
Openingsgebed:
Heer onze God, vandaag, deze zondag, hier in de kerk van de Engelbewaarders
samengekomen, danken wij U dat wij ook uw kinderen mogen zijn. Open ons
hart. Geef ons de stilte en de rust om Uw woord te horen en gesterkt verder
te gaan met het leven dat U ons geeft. Leer ons, om te zien naar elkaar
zoals hij dat doet die is Uw Zoon, onze Broeder onze Heer, Jezus Christus
tot in eeuwigheid. Amen
Overweging
De eerste lezing is genomen uit de profeet Ezechiël. God is mijn
kracht, betekent die naam, maar je moet dat m.i. wel goed verstaan. "God
is mijn kracht", zijn niet de woorden van een klein jongetje dat
opschept over zijn vader: "Mijn pappa kan alles." Nee, 'God
is mijn kracht' is meer een tegenwerping, een tegen-zin. Ezechiël
is de profeet die nooit in Jerusalem geweest is, profeet uit de ballingschap,
profeet in een tijd zonder uitzicht of inzicht. Eigenlijk: eigenlijk profeet,
oorspronkelijk 'ziener', in de tijd van radeloosheid troef. Er is geen
begin meer aan, en je weet niet waar je beginnen kunt. Het heeft geen
ZIN meer. Zin in het frans is sens. Dat betekent zin en richting. Je hebt
dan geen zicht meer op naar welke kant het uitgaat.
Dat is de situatie van Ezechiël. En u gelooft het niet, maar er is
één tekst van Ezechiël die wij, ouderen allemaal kennen.
Met Pasen werd het asperges me, besprenkel mij niet meer gezongen voor
de hoogmis. Dat werd Vidi aquam. Als jongetje vond ik dat feestelijk.
De kleur van de liturgie was niet meer groen of paars, maar wit, stralend
wit, en de dienst begon met "Ik zag wat komen uit de tempel."
Vidi aquam. Ik moet als kind al begrepen hebben dat dat iets bijzonders
was, en nu wij allemaal weten hoe warm het ten Oosten van de Middellandse
Zee kan worden begrijpt u, wat een heerlijk wonder het is, wanneer water
uit de, de tekst zegt rechterzijde, van de tempel stroomt. Deze tekst
vindt U bijna aan het einde van Ezechiël: water zie ik naar buiten
komen. In een woestijnland maakt water het grote verschil. Dan kan alles
weer groeien en bloeien, dan is er weer leven mogelijk, spelen de kinderen
en kijken de ouderen toe of doen wat ze doen moeten om de zaak draaiend
te houden.
Ik reed als toerist/pelgrim door Irbid in Noord-Jordanië, rond het
middaguur. De stad was verlaten. Niets en niemand op de weg. De bus reed
het stadje uit en plotseling, bijna een zee van mensen, geruststellende
palmen, spelende kinderen, vrouwen in groepjes bij elkaar, en oude mannetjes
die het best wel snappen. En in het midden van dat alles, het woder, een
put of bron. Daar, bij het water, komt iedereen iedereen tegen - zoals
in mijn jeugd elke zondag wanneer de mensen uit de kerk naar huis of uit
hun huis naar de kerk gingen. Vidi aquam, ik zie water.
De profeet Ezechiël heeft natuurlijk volstrekt niet en nooit begrepen
wat hem overkwam, vroeger, lang geleden, ooit eens. In feite is dát
iets wat wij mensen met elkaar delen. Begrijpen is zo berekenend. Dan
weet je wat je verwachten kunt. Maar in je leven is het vaak zo, dat er
veel is dat buiten de macht van de berekening valt, dat niet te begrijpen
is. Neem alleen al het feit dat je leeft. De geest van de Heer komt over
mij. Hij heeft het niet van zichzelf en geen mens heeft het van zichzelf.
En dan moet Ezechiël ook nog naar Israël gaan. En Israël
zal weten dat er een profeet is, dat het woord van al zo hoge een mond
gevonden heeft. Je gelooft je oren niet. Of ze luisteren of niet, ze zullen
weten dat er een profeet in hun midden is. De vader van Sint Jan de doper
zegt over zijn kind: en jij kind zult profeet zijn van de allerhoogste.
Een mensenkind zal als ieder mens, een getuige zijn voor het leven, van
het leven, profeet zijn van de Allerhoogste. Soms denk ik: we hebben dat
vroeger te weinig geleerd.
Zo komen we in de synagoge van Nazareth. Jezus op bezoek, thuis, in zijn
eigen synagoge. Terug van weggeweest. De verhalen over Hem zijn al opgeklommen
langs de heuvels rond het meer van Galilea. De mensen kennen de eerste
verhalen al en kijken hun ogen uit, maar dit is zo overweldigend en aangrijpend
dat ze niet accepteren wat ze zien en horen. Ze weten wel beter. De appel
valt toch niet ver van de boom! Het feitelijke dat nu gebeurt moet het
afleggen voor oude kennis: "Dat is toch de jongen van de timmerman!"
En laten we ons niets wijsmaken. Er is niets nieuws onder de zon. Stel
je voor dat het anders zou zijn, dat je zou moeten veranderen. Het is
een stalen muur. Als ze niets nieuw willen, kan er ook niets anders. Dan
gebeurt er niets - als dat bestaat, alsof niets kan "gebeuren".
Er is alleen maar nieuws onder de zon!
Jezus is verbijsterd over hun gebrek aan vertrouwen. Maar hun ongeloof
maakt andere wegen vrij. Hij verlaat zijn plaats en trekt uit naar de
dorpen in de omtrek en daar begint hij te vertellen en hardop te dromen
over zijn vader die in de hemel is.
Omdat ze hem thuis niet geloven is hij uiteindelijk ook naar ons gekomen.
Van zondag tot zondag willen wij hier een uur samenkomen om te luisteren
naar Hem en wat Hem beweegt, proberen we te rusten in de schaduw van zijn
woord en in de betrokkenheid die Hij met ons wil delen als Hij in de schaduw
van het Laatste Avondmaal, zich geeft aan ons.
In Jezus zijn zoon wil de Heer met ons leven, wil hij onze Vader zijn.
Moge dat zo zijn
Bij het
begin van de communiedienst
Nu Uw gaven hier op ons altaar staan, voor ons klaargemaakt om te delen
met elkaar, gedenken wij die laatste avond, die laatste keer dat hij met
zijn leerlingen aan tafel gaat. Wij bidden U: open ons hart voor Uw gave
aan ons, Uw Zoon in ons midden, Jezus Christus, onze Heer.
Slotgebed
Heer onze God, onze dienst loopt ten einde. U sterkt ons met Uw woord,
Uw zoon. Leer ons te gaan in zijn spoor, leer ons elkaar te zien en houdt
ons bijeen om de verwachting te delen van al het goede waar wij mee leven
mogen. En geef ons Uw vrede.
Dat vragen wij U omwille van uw lief kind, uw Zoon, onze Broeder,
onze Heer, Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen,
|