Verbond en vrede

Het bijbelse verbond (berìth) is een niet natuurlijke, niet op de natuur gebaseerde binding [1] tussen degenen die het verbond sluiten. Zij zijn niet van nature of door het bloed broers. Zij worden broers wanneer het verbond gesloten is – zoals bijvoorbeeld bij huwelijkspartners.

Dit verbond is blijvend, zelfs de dood [2] heft het niet op. De verbondsrelatie heet genegenheid (chesed), de daden van genegenheid heten waarheid.

De toestand die ten gevolge van het verbond intreedt heet vrede (sjalom), heel-heid, “het is goed”.

Vrede en verbond horen onlosmakelijk bij elkaar.

In de ballingschap zegt Jeremia dat God gedachten van vrede koestert, de terugkeer uit de ballingschap. Ik zal vrede tot je overheid maken (Jesaja 60,17). Zie ook hoe ontroerend Jesaja 66,12-13 en 57,19.

Is verbond niet ook de ervaring: wat jou overkomt overkomt mij? Betrokkenheid. Waar mensen het leven van elke dag delen met elkaar – bijvoorbeeld een klas. En je begrijpt wat een ramp het is wanneer in een groep daarvan geen sprake is. Dan is er voor niemand meer plaats.

Zo gezien is vrede plaats kunnen vinden, weten dat je er mag zijn, dat je welkom bent, dat je als geroepen komt.

In het evangelie van Sint Jan vind je veel zinnen en woorden die met dit complex van vrede en verbond sporen. Zie Johannes 14,27.

naar johannes 2003, les 1

[1] Zie bijvoorbeeld 2Samuel 5,1. De stammen van Israël komen in Hebron bij David om hem te vragen hun koning te zijn. Hun motief: wij zijn je eigen vlees en bloed. (Bij Johannes is het interessant dat ze zeggen: jij deed ons uittrekken en bracht ons weer terug – als een echt herder.

[2] Het voortbestaan na de dood betekent op de eerste plaats: God houdt zich aan het verbond, ook over de grens van mijn sterven heen.

Bij deze aantekeningen heeft
Ds.F.J.Pop, Bijbelse woorden en hun geheim, 's-Gravenhage 1951,
goede dienst bewezen.