Het midden

 

Hoe je er ook over denkt: het midden is geen toevallige plaats. Alvorens te kunnen spreken over het midden moet je rondgekeken hebben. Het midden is immers de plaats van waaruit je al het andere kunt overzien en  plaatsen. Niet toevallig ben je zelf het middelpunt van je eigen leven. Je staat in het midden, tussen links en recht, tussen voor en achter, tussen onder en boven.

Het midden bepaald de drie dimensies.

 

Je kent dit midden vanuit de plaats van de boom des levens en de boom van de kennis van goed en kwaad. Hij staat niet toevalig in het midden. Je moet ze wel zien. Zij zijn what it all is about. (Gen 2,9)

Het mag dus ook geen toeval heten dat in de woestijn de tent, de ontmoetingstent,  de tempel in spé, midden in het legerkamp staat. De twaalf stammen staan er omheen. Je vindt dit in Lev 15,31 en Num 5,3.

 

Dit gaat zover dat je op oude landkaarten Jerusalem in het midden vindt, en je begrijpt, middenin Jerusalem staat de Tempel.

 

In het Johannes-evangelie is het midden altijd de plaats waar Jezus is. Het midden is zelf exclusief aan Jezus voorbehouden. Dat gaat van midden onder u staat hij die gij niet kent (Jo 1,26) tot  één links en één rechts en Jezus in het midden (Jo 19,18).

 

De enige uitzondering daarop is het begin van hoofdstuk 8. Daar staat met Jezus de vrouw op heterdaad betrapt in het midden. Er is dan ook iets met dit verhaal.

Hoort het hier? De woordkeuze is opmerkelijk. Diverse woorden vind je alleen hier. Men vermoedt dat het een zevend fragment uit het Lukas-evangelie is. Maar dan nog: welk gelukkig toeval heeft het hier bewaard. Wanneer de veroordeling van Jezus vast lijkt te staan (Jo 7!) wordt de vrouw op heterdaad betrapt in het midden tegenover hem gezet.

Vergis je niet. Op heterdaad betrapt hoeft niet te gaan over overspel. Overspel is in de Bijbel vaak een beeld voor afgodendienst. Dat moet hier ook het geval zijn. Immers, wanneer zij in flagrante delicto betrapt zou zijn dan zou ook de man moeten worden meegebracht.

 

Jezus schrijft op de grond. Daarna gaan ze weg, te beginnen bij de oudsten.

Het schrijfgebaar kan gelezen worden vanuit Jeremia 17,12: allen die u verlaten zullen beschaam worden, die weggaan zullen in de aarde geschreven worden omdat ze u, de bron van levend water, hebben verlaten.