Jordanië

Op maandag 15 oktober 2007 vertrekken we uit Amsterdam naar Amman.
Dinsdag 16 okt gaan we 's avonds naar Damascus.
Een week lang trekken we door Syrië
: Damascus, Palmyra, Aleppo.
Damascus is nog een keer vertrekbasis voor Baalbek.
Dinsdag 23 oktober vertrekken we via Bosra naar Jordanië
.

Woensdag 24 oktober Jarasj. Vroeger Gerash, nu Jarasj.

 

Intro

In 1978 ben ik voor het eerst in Jordanië. Ik verheug me nu op een terugzien.
Maar van terugzien is volstrekt geen sprake van.
Jordanië is totaal veranderd.
De lijnen van het landschap zullen nog wel hetzelfde zijn, maar alles is anders geworden.

De plaatsen zijn veranderd.
Immens veel is gebouwd.
In 1973 is Jordanië nog een "meer stoffig", bijbels aandoend land.
Daar is nu bijna niets meer van over.

Jordanië is een moderne staat.
Er staan strepen op de wegen.
Je hoort niet de hele dag overal toeteren.
Je ziet dat er zorg is om alles goed uit te laten zien.

Het enige nog ouderwets aandoende is het Jordaandal.
Om de drukke autoweg te vermijden zijn we daar doorheen gereden.
Prachtig.
Maar ik heb er geen foto's van.

De opgravingen (Jarash, Nebo) waren in 1978 nog simpel. Er was een hokje waar iemand kaartjes verkocht. Verder was eenvoud troef. Nu is alles mooi toegankelijk gemaakt voor de toeristen. Als je anders gezien hebt is dus een deel van de sfeer verloren gegaan. Aan de andere kant: er is veel te zien, indrukwekkend veel.
Oktober blijkt een goede maand te zijn.
Het is lekker weer, zoals bij ons in de zomer.

In Jordanië zullen we ons beperken tot 5 plaatsen: Jarash, Nebo, Madeba, Petra, Aqaba. Archeologisch verzetten Jarash en Petra de grenzen van wat een mens mag verwachten wanner je gaat kijken naar resten van stedelijk samenlevingen 2000 jaar geleden.

Jarash

Jarash vind je ongeveer in het midden van de kaart.

Jarash hoort bij de steden van de Decapolis, een welvarend gebied dank zij water, landbouw, mineralen.
Economisch en strategisch belangrijk heuvelachtig land.

In Jarash vinden we de resten van een imposante Romeinse stad. In de Byzantijnse tijd waren hier minstens kerken.

Een eerste indruk krijg je vanaf de Zeustempel.
Ik heb opzettelijk bij de gebouwen mensen gefotografeerd. Dan krijg je een idee van formaten.

Je ziet de hoofdstraat, vertrekkend vanuit een ovalen plein. Ergens in de verte vermoed je dwarsstraten.
Links boven Artemistempel.
Vanwaar we staan moet je linksom kijken voor het theater.

Zover zijn we nog niet. Eerst wat je ziet bij aankomst. Een muur en een poort.

Maar gaan we naar het begin van de wandeling. De poort van Hadrianus.

 

Binnen kijken we naar links, de Zeustempel staat op de verhoging.

 

Rechts een groot veld vol zuilen. Dat is de Cardo, de hoofdstraat. Je komt hem rond de Middellandse Zee bijna overal tegen.
Tussen de zuilen waren in de oude tijd de "winkeltjes".

 

 

 

Vanaf het ovalen plein gaan we naar links boven, het theater.
Het blijkt druk bij de ingang/uitgang.
Mensen blijven interessanter dan stenen.
Er hoeft maar en glimlach te zijn of enkel de bezorgdheid van het moment.

 

 

Het podium

 

 

Alles wat je ziet overvalt je voortdurend.
Laat de ruimte maar op je laten inwerken.
Gelassenheit: sein lassen.

 

Vanaf de Zeustempel krijg je een idee. De zuilen links boven zijn van de Tempel van Artemis, de volgende plek.

 

Onderweg passeren we de zijstraat

 

Let weer op de formaten.

 

Trappen kun je beklimmen. Maar er zijn meer mogelijkheden.
En dan: kijken.

En kijken.

 

Terug naar het Cardo.
Hoe kwamen de mensen vroeger in de Tempel van Artemis?
Je kwam via de Hoofdstraat (Cardo).

Je ging de trappen op en zag de Tempel dichterbij komen.
Bedenk daarbij dat het zwart zag van de mensen.

 

 

Decoratie. Je ziet de swastika die we ook in Baalbek zagen.

 

Het zijn uiteraard maar enkele indrukken van een overvolle dag je ogen uitkijken en moe worden.
Zoek je meer materiaal? Ga naar de site van
Ruud Abeln.
Natuurlijk, je kunt ook via Google.com naar Jarasj zoeken.
Het gezelschap van deze tocht gaat terug naar Amman. Morgen naar Nebo, Madeba en wat rust aan de Dode Zee.

 

NEBO

1978. Op de dag dat we naar Nebo gaan verheug ik me zeer.
Kaarten en boeken bij de hand. Op naar de berg Nebo.
Regelmatig kijk ik uit het raam. Waar is de berg?
Plotseling stopt de bus. We zijn er.
Geen berg te zien.
De berg Nebo blijkt aan de overkant een berg te zijn. Vanuit Israel gezien is dit de hoogste plaats.
De bus stopte toen bij een soort dijk van zand. Daarachter staken wat dingen omhoog.
Nu, in 2007 is de situatie geheel anders.

Via brede wegen ga je naar de Nebo.
Er is een fraaie parkeerplaats.
Een brede laan verwelkomt de pelgrims dan wel toeristen.
Bij de ingang herinnert een monument er aan dat Paus Johannes Paulus II hier ook geweest is.
De vroegere opgravingen zijn nu overdekt. Het is een kerk geworden.

 

Een doopruimte. Drie treden leiden je omlaag - maar je mag er niet meer bij komen.

Hoe zit dat nou met Mozes. Waar is het graf van Mozes?
In Moslim tradities is een plaats bekend als het graf van Mozes.

In de bijbelse literatuur is daar geen sprake van.
Het verhaal vertelt dat "Hij hem begraaft, niemand weet waar".
Hij in het verhaal is God.
Als je Mozes dus zoekt kun je nergens anders terecht dan in het Boek.
Ofwel: het boek is Mozes bij wijze van spreken.

Madeba, een eenvoudig kerkje.
Bij een restauratie in 1898 blijk opeens dat in de vloer die men aan het opgraven was iets constants laat zien.
De verbouwing wordt stilgelegd. Daarna gaat men iets zorgzamer verder.

Er komt een mozaïek te voorschijn. Het blijkt een kaart. Uit de 6e eeuw.
Het stuk dat over is laat o.a. Jerusalem zien.

Het Cardo van Jerusalem, de hoofdstraat in het midden met aan beide zijden zuilen, is een jaar of 30 geleden opgegraven.
Je kunt er nu weer wandelen. Er zijn winkeltjes.

Als je het nog nooit hebt meegemaakt is het ongelooflijk. Maar steeds opnieuw weer blijft het iets van een wonder hebben.
Je loopt het water in tot iets verder dan je knieen.
Je trekt je knieën op en je blijft zitten in het water. 38% Mineralen, zeg maar zout.

Achter de heuvels van Judea gaat de zon onder. We zitten hier zo'n beetje op de hoogte van Bethlechem/Betlehem.

 

 

De volgende dag.
Afgelopen dagen waren we in wat bijbels heet het land van Moab. We gaan u naar Edom.
(Herodes was een Edomiet.)
De grens tussen Moab en Edom is natuurlijk.
Tussen beiden ligt een kloof: Wadi Mujib.

In vele kronkels gaat de weg naar beneden om de diepte in wellicht evenzovele kronkels weer te boven te komen.
Johan Negenman, onze reisleider bij de reis van 1978, vertelde: Je kunt je hier geen beeld vormen van wat je ziet.
Ons oog kan dit niet verwerken.
Je moet wat je ziet vertalen in beelden die je kent.

Voor wie in Amsterdam een beetje thuis is: de afstand van bovenkant tot overkant boven is 5 km.
Dat wil zeggen: van Amsterdam Centraal Station tot Olympisch Stadion. De diepte is 900 meter.
Wanneer de Westerkerk 60 meter hoog is, dan moet je de toren er 15 keer op elkaar zetten.

Alleen maar om een kleine indruk te geven: twee plaatjes.

 

We reizen verder. Een nieuw hoofdstuk wordt begonnen. Naar Petra.

De volgende ochtend.
Let op de schaduw. De zon staat nog lag.
We zijn al vrij vroeg op weg.


naar Petra.