De tien woorden

Ten onrechte bekend onder de naam de tien geboden

22 november 2001 voor V2

 

"De tien woorden zijn toch de tien geboden?"
"Nou, het is eerder omgekeerd."
"Maar dat is toch een kwestie van woorden!"
"Nee, een kwestie van weten. Niet-weten is een kwestie van vooroordelen."

 

 

 

Ook de tien woorden komen niet uit de lucht vallen. Zij horen in verhalen thuis. Die context van verhalen en hun betekenis wordt hieronder in vier, vijf punten aangegeven.

De voetnootjes bekijk je pas bij tweede of derde lezing.
Ze geven een verdere uitbreiding

 

 

1.      Vrijheid en bevrijding

2.      Binding

3.      Exodus (1) - Sinaï (2)

4.      Tien woorden

 

 

EEN_A: vrijheid en bevrijding

Herinner je je nog, module 1 college 1:

Bijbel  >>       Oude Testament / Nieuwe Testament

                        Nieuwe Testament: Jezus: verhalen over Jezus

Verhalen van Jezus

Verhalen over Jezus

 

Oude Testament Tenach

Tora - Profeten - Geschriften
Tora: wij waren slaven in Egypte en hij heeft ons bevrijd.

 

Heel de bijbelse literatuur gaat uiteindelijk steeds over vrijheid en bevrijding.

Dat is zó bekend dat wij er geen moeite mee hebben om met Kerstmis te bedenken of te zingen over de geboorte van de verlosser. Als je vraagt waar het kind van Kerstmis ons dan van zal bevrijden, zal men je vreemd aankijken. Het is een rare vraag. Het is immers een vraag naar de bekende weg. Welke bekende weg? Hoezo bekend?

Dat is eigen aan onze cultuur. Wij weten precies wat zonde is. Ons schuldgevoel – hoe dat ook ontstaan is, gevormd of misvormd – vertelt ons precies wat zonde is. Een voorbeeld is hier meer dan een voorbeeld.

 

Goede Vrijdag heet in het nederlandse[1] taalgebied goed. Wezenlijk is dat een vreemde naam. Hoe kan de dag waarop een onschuldige terecht gesteld wordt goed heten?

De klassieke theologie kan dit wel uitleggen. Door het sterven van Jezus worden onze zonden vergeven. Om een lang verhaal kort te maken: zonde is het overtreden van de geboden. Hier komen de tien geboden in beeld. Er zijn “regels”[2] waar wij ons aan moeten houden. Dat zijn de tien geboden.

De joodse traditie – de uitvinders van de tien geboden – kennen ook geboden. Het zijn er alleen 613. Wat wij kennen als de tien geboden noemen zij de tien woorden. Maakt dat dan verschil?

Verderop komen we hierop terug.

Overigens, de naam Jezus geeft een geliefd bijbels thema aan. Die naam betekent: de Heer bevrijdt.

.

EEN_B: vrijheid en bevrijding

Vrijheid en bevrijding blijkt een herkenbaar thema.

Op een of andere manier hebben wij soms/vaak een idee van vrijheid vanuit de ervaring van onvrijheid, van wel willen en niet kunnen, van vastzitten, er niet uit komen, enz. Een verhaal dat uit is op vrijheid en bevrijding[3] roept bij ons een glimp van herkenning op. En als het lukt wat we doen, als het gaat, dan voel je wat het betekent, mens te zijn, vrij te zijn.

De vrijheid die je niet beleeft of niet beleven kunt, zelfs niet als een gemis, die je je enkel nog als illusie uit  het verleden herinnert, gaat nergens over. Dat was vroeger, toen was je nog naïef.

Vrijheid betekent alleen iets wanneer het gaat over iets dat je nu ervaart – al is het maar als gemis. Heb je nu ruimte voor die beleving, dan legt het heden uit wat die eerdere ervaringen uiteindelijk betekenen[4]. Zelfs een spoortje vrijheid dat nu oplicht is voldoende om bij de verhalen over vrijheid en bevrijding te rade te gaan. Waar dat blijkt, waar je daarover kunt spreken of iemand je daar iets over kan zeggen, daar wordt de beleving van nu groter. Daar kun je je vrijheid uitbuiten, bijvoorbeeld voor onderwijs, inzetten, voor de dag (laten) komen, beleven.

 

 

TWEE: binding

Het aardige is: vrijheid gaat altijd samen met binding[5]. Vrijheid die zich niet kan oriënteren, kan zichzelf niet kwijt, kan niet voor anker of ter rede gaan. Bijvoorbeeld: je kunt nog zo’n bekwaam onderwijsgevende zijn, zonder leerlingen of studenten kan van je vrijheid van optreden niets blijken. Je kunt alle denkbare tijd en ruimte hebben, maar als je niets te doen hebt, als je nergens terecht kunt, als niets of niemand om je verlegen zit – waar of wat ben je dan? Alleen[6]-zijn is werkelijk niets voor een mens. Niet alleen niet aardig, niet gezellig, maar essentieel, naar heel z’n aard niet goed. Misschien mag je zeggen: vrijheid zoekt een oorsprong, wil ontspringen, ontstaan, opstaan. Ook een vrije val wordt puur geleid door de kracht van ons zwaar zijn. De kracht die je aantrekt, geeft je vrijheid vorm. Vermoedelijk zijn vrijheid in binding en binding in vrijheid complement- en supplementair. Zij vullen elkaar aan en leggen elkaar uit.

 

DRIE: Exodus en Sinaï

In het Goede Boek komen vrijheid en binding bij elkaar in Exodus en Sinaï. Het geheim van vrijheid en bevrijding wordt zichtbaar bij het sluiten van het verbond.

Het geheim van vrijheid en bevrijding. Vrijheid en bevrijding: hoe bestaat dat. Je zult maar een beetje slaaf in Egypte zijn. Als je voor een dubbeltje geboren bent dan wordt je nooit een kwartje. Aan het begin van de 20ste eeuw was dat een bekend lied. De echo daarvan is nog steeds herkenbaar. Als je slaaf in Egypte bent, als alles tegen je is, de heersende macht, het  staatsapparaat, het heersende tij, de economische orde, de gangbare opinie en de lachende derde – als alles tegen je is dan weet je wel: dit komt nooit meer goed. Je zult er niet uit komen. Totdat het wonder gebeurt. Totdat wat onvoorstelbaar en onwaarschijnlijk, opeen, zo maar gebeurt! Hoe kan dat? Blijkbaar is er nog een oog en een hart voor je, iemand die naar je om ziet, voor wie jij, je dagen, tellen[7].

Hoe kan het? Hoe bestaat zoiets als vrijheid/bevrijding? Is er dan nog een grotere macht dan de gangbare? Dat geheim wordt uit de doeken gedaan in het exodusverhaal. Het blijkt midden in de woestijn. In no-mansland no-godsland blijkt God iets anders dan de gangbare goden te zijn. Hij hoeft blijkbaar niet gediend te worden. Hij wil dienen. Vrijheid/bevrijding: tot je dienst. Graag gedaan.

Die dienst heet het verbond.

 

 

VIER: de tien woorden

Op de Sinaï sluit God het bevond met Israël. Dat verbond wordt bekrachtigd door de tien geboden. De uitdrukking “tien geboden” is gebaseerd op: gij zult, gij zult niet. Wij lezen dat als een duitse tekst. Moeten en zullen. Wee je gebeente als je wel of als je niet.

Als dat zo is, dan is het sluiten van het verbond een merkwaardige aangelegenheid. De mens krijgt dan in dit verhaal van Gods grote liefde permanent de status van “voortaan zul je onder de maat blijven”, een gebod van blijvend onvermogen, blijvende onvolwassenheid. Vreemd verbond.

Met de regels van de Joodse grammatica staat in de tekst een werkwoordsvorm die je mag lezen als de toekomstige tijd. Gij zult u geen valse goden maken betekent dan: eens zal de tijd aanbreken dat je geen valse goden meer maakt. Als je met deze God in zee gaat zal eens de tijd aanbreken dat je het niet meer hoeft te hebben van  zekerheden die op niets gebaseerd zijn. Zo worden de tien geboden de tien woorden. Tien fragmenten toekomstmuziek.

En kijk eens naar de tekst[8].

 

Het eerste woord heet in de joodse traditie: Ik ben de Heer je God die je uit Egypte, uit het slavenhuis heb gehaald. Het eerste woord is heel persoonlijk: ik … je. Iemand zegt Ik tegen je[9]. Wie zijn hoofd buigt voor de tekst , wie gehoor geeft, wie hardop leest, hij/zij bemerkt hoe de tekst je opneemt, meeneemt in zijn verhaal.

Daarmee is in eerste instantie ook aangegeven wat vrijheid/bevrijding is. Iemand zegt je tegen jou. Iemand spreekt je aan. Je wordt gezien, voor vol aangezien. Wees welkom. Ik ben er voor jou.

Zonder dat dit vooralsnog te overzien is, het volgende dient zich aan. Tegen de achtergrond van de goden die het aangezicht van onze wereld[10] bepalen is dit iets nieuws.

De tien woorden vertolken een nieuwe God. Iets onzichtbaars[11] voegt zich bij wijze van spreken, in voor wie horen kan. Wat dat betekent zal (of zou, moeten of kunnen) blijken. In ieder geval: aangesproken kijk ik op. Niet meer alleen.

 

 

Herten, nov 2001, sept2003

Jan Engelen

 

home



[1] De algemene naam is “heilige vrijdag”.

[2] Het huidige debat over  “waarden en normen” sluit hier uiteraard “naadloos” op aan. Als wij ons allemaal houden aan de regels, aan de waarden en normen, zijn alle problemen opgelost. De beslissing lijkt dan niet moeilijk. Tenzij wanneer het anders is.

[3] De naïeve interpretatie van vrij-zijn is algemeen verspreid. Denk aan: “yes” (met een gebalde vuist), uit je dak gaan, “we are the champions”. Denk ook aan grenzeloos zijn, een prins of prinses in het diepst van je eigen gedachten – met de mooiste haren en snaren, aangeprezen en vergoddelijkt door de affiches en de reclames . Die gangbare interpretatie vertolkt de behoefte die er onder ligt. Wie sieren ons (ook) op omdat we onszelf lelijk vinden.

[4] Waar zij op uit zijn. De weg, het gaan (denk aan de gang erin hebben) ligt opgesloten in het betekenis verlenende proces. Denk ook aan de richting waarin je het zoeken moet.

[5] Denk aan binden, band en verbond.

[6] Genesis 2,18.

[7] Al je dagen zijn geteld. De volksmond kent die uitdrukking. Het betekent in de regel: je leven duurt maar een bepaalde, beperkte tijd. Pas op. Je dagen zijn geteld. Dadelijk ben je de klos, tot en met: memento mori (gedenk dat je sterven zult). Maar.

In het bijbels taalgebruik kent men het passivum theologicum. Daarmee geeft men aan: een passieve  vorm kan aangeven wat God doet. Uit eerbied gebruikt men de lijdende vorm. Je hoeft de naam God dan niet te gebruiken. Onze taal kent dit ook. Je zult zo maar gezegend worden betekent: God zal je zo maar zegenen. Al je dagen zijn getelt betekent dan: God telt al je dagen. Voor God tellen al je dagen. Al je dagen zijn hem kostbaar. Een andere interpretatie dan de gangbare.

[8] Exodus 20, Deuteronomium 5.

[9] Voor de uitvinding van de boekdrukkunst werd altijd hardop gelezen. Wie dan leest, hoort wat hij leest. Wie leest, leest zichzelf voor, maakt zichzelf tot getuige van wat hij/zij leest.

[10] Volg het nieuws maar volg vooral de reclame in de media en op straat. Daar wordt je kort en bondig aangereikt wat je echt nodig hebt om het goed te doen en mee te  tellen. Daar krijg je een beeld van de Goden die in onze wereld, uiteraard grenzeloos, vereerd worden.

[11] De stilte na het spreken houdt de band van het gesprek (en spreken) nog even vast. Die band (stilte, het na-“klinken”, de ín-druk) komt in de buurt van zoiets als ín-spiratie, de stem van de ander, de geest.