Als je de eerste keer naar Rome gaat

(in ontwikkeling vanaf 05-09-2015)

Als je de eerste keer naar Rome gaat ga je om te beginnen terug in je eigen geschiedenis. Rome is een begrip voor je. Van jongs af aan heb je er over gehoord. Rome. Je ziet het als het ware voor je. Je ziet een beeld van de Sint Pieter of het Colosseum en je weet er onmiddelijk de namen en woorden bij.

Colosseum (foto: Mirjam de Wit, 2015)

 

Maar

Hoe Rome geworden is als dat wat het is, ligt verborgen onder 2800 geschiedenis. Een paar fragmenten daarvan zijn bewaard als (brokstukken van) gebouwen, of in (fragmenten) tekst. En met alles wat we van die geschiedenis weten: eigenlijk kijken we over de rand van een afgrond naar de diepte beneden waar zich verhalen afspelen die zich, onvoorstelbaar ver verwijderd, zo goed als aan ons zicht onttrekken. Hoe kunnen we hier dichterbij komen?

De enige manier om tot eerste beelden te gaan komen is "gaan kijken". Zelf informatie zoeken in je bibliotheek of op internet. Probeer op het spoor te komen. Eerste lijnen trekken. Zijn die eerste lijnen min of meer duidelijk dan kun je nader gaan invullen. Voor Rome kun je drie paden volgen.

a. Rome, de stad van de Romeinen.
b. Rome, het ontstaan en de ontwikkeling van het Christendom in (en vanuit) Rome.
c. Vanaf de vierde eeuw lopen a en b enigermate, soms meer, soms minder, gelijk op.


a. Rome, de stad van de Romeinen

Als je door Rome loopt merk je vanzelf: de mensen die je voorbijgaan komen uit veel volkeren en talen. Binnen die veelheid heeft een grote groep, dat hoor je, oude wortels in de geschiedenis van de stad. Hoe is dat Rome begonnen?

In het midden van het Italiaanse schiereiland komen tussen 1000 en 800 voor het begin van onze jaartelling mensen elkaar in twee bewegingen tegen. Ze komen meer uit het Noorden (bewoners van Latium, Umbrië, Etrusken), of ze komen uit de zee (Grieken). Ze vestigen zich op de heuvels ten oosten van de Tiber, - ver genoeg van de zee om geen last te hebben van invallen vanuit diezelfde zee. Die heuvels zijn meer hoger liggende plaatsen, ontstaan door het wegslippen van land in de rivier en allerlei water dat zijn weg zoekt in nogal drassig gebied.

De Palatium, de hoogste heuvel heeft de eerste bewoning. Zoiets als een dorp met boeren en herders. Daarna ontstaat een ander centrum op het Quirinaal. Welk gebied is van wie? Kun je een eigen gebied afgrenzen? Hoe kun je samen wonen? Tussen beiden komt een tempel van Janus met de twee hoofden. Het Palatijn krijgt een soort centrale positie. Daar ontstaat de markt, het forum. Daar concentreert zich in de doop van de komende eeuwen ook de aanwezigheid van een volk met macht en cultus. De leiders, legers en religie vormen voor het oog en oor, in de beleving, één geheel. Wie heeft de macht?

De mannen van aanzien hebben een stem in de zich ontwikkelende stad. Zij vormen het bestuur van de stad en de wereld die daar geleidelijk aan bij gaat horen, de curie. (Het griekse kurios betekent Heer.)

De kleinste zelfstandige eenheid in de gemeenschappen is de familie. De pater familias is daarvan het onbetwiste hoofd. Hij beschikt over zijn vrouw, zijn kinderen, zijn slaven, zijn dieren, zijn bezit. Hij houdt het heilige vuur brandend. Hij is leider en priester van de familie. Meerdere families samen vormen een stam of een volk. Zij vormen een sociale en religieuze eenheid, vereren de huisgoden en de voorouders, bewaren hun waarden en geven die door aande volgende generaties. (De doden zijn eigenlijk nooit afwezig. Zi spelen een rol in het levenvan elke dag.)

Hoe ontstaat in die oude tijd aanzien en status, leiderschap? Die hangen in de regel samen met "hoe kom je voor de dag" of wie speelt een rol in het bijeenhouden van al die verschillen? Bezit en verantwoordelijkheid nemen of krijgen spelen daarbij geen onaanzienlijke rol. Maar hoe krijgt een "antieke Romein" bezit?

In de regel is rijkdom "land dat door werken is omgezet in voedsel". Voedsel is gereserveerde toekomst, kunnen overleven. Voor de rijken wordt dat voedsel omgezet in voldoende geld dat op zijn beurt vertaald wordt in goederen, voorrechten en macht. Zo ontstaat de stad, in het grieks de polis, de politiek.

De bevoorrechten in de stad zijn mensen met een gezicht. Zij vertegenwoordigen hun familie. Ze zitten in de curia, de Senaat of de Raad. Zij vereren hun gezamenlijke God die voor de welvaart van al die gemeenschappen zorgt. De Raad zorgt voor voldoende geld om de stad en de staat draaiend te houden. Later regelen deze rijken het innen van de belastingen. Die worden goed verdeeld terwijl zij zichzelf sparen. Zo wordt wie de macht heeft vanzelf rijker. Daarnaast regelt de Raad alles wat moet gebeuren om de stad en de samenleving mogelijk te maken: water, voedsel, veiligheid. Dit patroon vind je in de komende eeuwen in elke "Romeinse stad" terug, een Raad die zorgt voor het geld en voor de stad, voor law and order

De steden die er al zijn of die ontstaan, Carthago, Milaan, Trier, Bologna enz., zijn volstrekt zelfstandig. Het bestuur bestuur van de stad (-"staat") wordt een combi van (oorspronkelijk bezettende, of het gezag van Rome vertegenwoordigende) Romeinen en (steeds meer Romein wordende) autochtonen. Vanaf de vierde eeuw worden dat vertegenwoordigers van de keizer en zijn hof, of vertegenwoordigers van de keizer die zich intussen gevestigd hebben en deel uit maken van de notabelen van de stad.

De raad kan in de stad doen waar haar goed dunkt. Als stad van het Romeinse Rijk heeft zij alleen de plicht om een behoorlijke portie belasting aan het Romeinse Rijk te betalen. Waar de raad dat geld vandaan haalt is haar zaak. Vanaf de vierde eeuw komt er boven die plaatselijke laag een leiding gevende groep die de keizer en het keizerlijke hof vertegenwoordigen.

De wegen die in de staat tussen de steden onderling en "naar Rome" worden aangelegd, dienen voor het vervoer van geld en goederen, voor alles wat waarde heeft voor Rome. en voor de mobiliteit van het Romeinse leger.

In de loop van 1200 jaar leidt dit tot een zekere stabiliteit in een groot gebied rond de Middelllandse Zee. In Madrid, Ephese, Rome, Palmyra en Alexandrië hebben de steden en het gebied daaromheen dezelfde feesten, dezelfde beelden, woorden, kortom dezelfde Romeinse cultuur. Die is tussen 700 voor en het begin van onze jaartelling begonnen met het "herdopen" van de griekse goden. Zeus wordt Juppiter.

De taal in Rome is die van de landstreek, Latium. Daarom spreekt men in Rome niet Romeins maar Latijn. In 338 voor Christus staat heel Latium onder het gezag van Rome. Daarna komt Zuid-Italië aan de beurt. In 241 wordt Sicilië de eerste Romeinse Provincie. Dan komt Spanje en het Oosten. Tenslotte Gallia (Frankrijk) en Noord-Africa.

Pompeius, Caesar en Augustus maken het Romeinse Rijk tot een wereldrijk.

Opleiding en onderwijs beginnen grieks, worden vanaf ongeveer 200 vóór Chr. geleidelijk aan latijn.De mensen van het jonge Rome hebben grote behoeften aan het zoeken naar wortels uit de griekse wereld. Sicilië en heel de oostkant en het zuiden van het tegenwoordige Italië zijn oorspronkelijk griekse nederzettingen waar de griekse cultuur natuurlijk "heerst". Romeinen zijn jaloers op die Giekse cultuur. In feite zijn ze pragmatisch. Ze houden zich bezig met het (uitbreiden van macht en territorium). Ze zien op tegende Grieken met hun theaters, dichjters en filosofen. Aeneas komt uit Troje, landt in Carthago, trouwt met Dido maar verlaat haar en Cathago om naar Italië te gaan. Italië roept.

Voor vervoer en communicatie moet je bedenken: vervoer per schip (met alle onzekerheden die daarbij horen) gaat veel sneller dan vervoer over land. Ook bij het aanvoeren van graan uit Egypte en Carthago is dat een belangrijk gegeven. De schepen varen in de regel langs de kust. Zo wordt na Ephese Myra belangrijk. Wij kennen de bisschop van Myra uit de vierde eeuw.

Het latjn wordt pas laat de taal van het Rijk. Begin tweede eeuw vóór Chr. vragen de bewoners van de griekse stad Cumae, een stad ten westen van Napels, de senaat toestemming, voortaan in het openbaar latijn te mogen spreken. De Romeinse literatuur begint aarzelend rond 300 voor. Pas met Cicero (106-43v) komt het latijn als de taal van literatoren en juristen volop te voorschijn.

Romeinen vind je eerst in Rome, daarna als aanvoerders van de legers. Ook als begin vierde eeuw Constantinopel de plaats wordt waar de keizer van Rome verblijft, de keizer is de keizer van Rome. De eerste eeuwen is de voertaal in Constantinopel latijn. Pas na enkele eeuwen wordt dat grieks.

(Constantinopel zal rond 800 helemaal begrijpen niet hoe de bisschop van Rome Karel de Grote tot Keizer kan kronen. De keizer woont in Constantinopel! Intussen is de scheuring begonnen tussen het Westen en het Oosten.
De kerk van het Oosten bestrijkt heel de Oostkant van de Middellandse Zee. Daar is de kerk begonnen. Denk aan de brieven van Paulus aan steden die in Anatolië (tegenwoordig Turkije). Denk aan de kerkvaders uit Capadocië, de kerkvaders uit Antiochië, de christenen uit Egypte, de Kopten (afgeleid van de oude Egyptische naam van Egypte, ha-goe-ptha, het heilige gebied van de god Pta), en heel de Noordkust van Afrika tot waar Rome de dienst uit maakt.)

Het moet in Rome ongeveer zo begonnen zijn. Rechts boven een bocht van de Tiber liggen de zeven heuvels. De bewoning begint op de Collis Palatinus. Dan de Collis Capitolinus, en de Collis Caelius. Zij zijn de eerste drie heuvels aan de zuidkant. Op een ronde wijzerplaat localiseer je ze waar de kleine wijzer staat om 09.00 u., 8.30 u. en 06 uur. Zuid oostelijk onder Palatijn ligt de Collis Aventinus. Boven die drie eerstgenoemde heuvels liggen de C.Quirinalis, de C.Vimalis en de C.Esquilinus. Alles bij elkaar vormen deze zes/zeven een soort ovaal. Dat is de eerste, oudste omtrek van Rome. De heuvels hebben de oudste bewoning. Daarop is het droog. Een paar meter naar beneden is de grond drassig. Dat wordt bewerkt, drooggelegd, bebouwd. Rome is begonnen.


Ongeveer 800 jaar later wordt in het "dal" tussen de eerste drie en de laatste drie heuvels ongeveer in het jaar 833 ab urbe condita (na de stichting van Rome) het Colosseum gebouwd. Wij noemen dat jaar "het jaar 83 na Christus. Er is iets gebeurd waardoor "ze/we" anders zijn gaan tellen, de jaren anders zijn gaan noemen.

 

B. Het ontstaan van het christendom in Rome

 

 

 

 

 

 

 

 
   
   

Literatuur.

William C.Morey, Outlines of Roman history, New York, 1902.
Larousse encyclopedie
Wikibooks
Die Gründung Roms

Peter Brown