Het christendom verspreidt zich

Een korte, eerste introductie


Jezus leeft 2000 jaar geleden in Galilea en Judea. Vier evangelisten vertellen ons zijn verhaal en begeleiden hem na zijn preken en genezen in Galilea naar Jerusalem. Daar wordt hij volgens Matteüs, Marcus en Lucas na de reiniging van de Tempel al vrij snel door de Joodse overheden in Jerusalem gearresteerd, met behulp van Rome (Pontius Pilatus) veroordeeld, gekruisigd en begraven. Drie dagen later komen de vrouwen die hem gevolgd zijn, hem dienden en met hem mee opgegaan zijn naar Jerusalem, met het verhaal over de verrijzenis. De leerlingen willen daar, getuige Lucas, duidelijk niet aan totdat de boeken open gaan. (Hij begint bij Mozes en de profeten en legt uit in de Schriften wat op hem betrekking heeft. Moest de Messias dit alles niet lijden…) Met het verhaal over dood en verrijzenis gaan de leerlingen verder.

Petrus en Paulus komen aan in Rome. Petrus is volgens de verhalen (Quo vadis) naar Rome gegaan en wordt slachtoffer van keizer Nero. Hij wordt begraven op de begraafplaats buiten het circus op de vaticaanse heuvel. Paulus doet in een proces tegen hem als Romeins staatsburger beroep op de keizer en wordt als gevangene naar Rome gebracht. Na drie jaar huisarrest waarin hij vrij is om ieder te ontvangen wordt hij ter dood gebracht. Hij wordt volgens de traditie begraven op de plaats waar nu SintPaulus buiten de muren staat. Zo begint rond 63 na Christus de geschiedenis van wat wij in Nederland en Vlaanderen “de katholieken” noemen.

We gaan vandaag de dag, nu de kerk het Westen lijkt te verdwijnen, graag ter bemoediging en inspiratie terug naar het begin, naar de oorsprong van onze kerk. We bezoeken de graven van Petrus en Paulus en we proberen een beeld te krijgen van het eerste christendom in de catacomben. Hoe is ons christendom begonnen? Hoe is het van de grond gekomen? Hoe is het begin geweest en hoe zijn de eerste eeuwen van wat wij “onze kerk” noemen?

Een en ander is uiteraard zeer onduidelijk. Er zijn in die eerste eeuwen immers geen camera’s en geen journalisten. Er zijn alleen mensen die het niet laten kunnen en zeer beperkt zijn er notities in overgebleven documenten en fragmenten.

Om te beginnen: hoe ziet “de wereld” in die eerste eeuwen rond het begin van “onze jaartelling” uit? Welke rollen zijn er en hoe zijn de rollen verdeeld. Hoe zijn de mensen die er leven er aan toe? Wat bepaalt hun gedrag? Wie dient de lakens uit? Hoe leeft “het volk”?

 

§ 1. De christenen en de politieke en of militaire macht

Mondiaal

Hoe ziet de kaart van onze wereld uit? "Onze wereld" komt in die tijd niet verder dan rond de Middellandse Zee, en daarvoor rond de plaatsen waar je vrij makkelijk kon leven dank zij de warmte en het water, de gebieden terzijde van de Nijl en tussen de Eufraat en de Tigris. Dat zijn de rivieren, levenschenkende stromen sinds ongeveer 3000 voor Christus. Alexander de Grote maakt heel die wereld Helleens (Grieks). In alle verschillen wordt de Helleense cukltuur bepeladen voor de hogere klassen, de rijken en de intellectuelen met hun legers en hun politieke macht. Noord Afrikka, Zuid Italië en Sicilië worden Griekse kononies. Langzaam maar zeker ontwaken rond 772 voor Christus de stammen rond de zeven heuvels waar Rome zal beginnen. Uitbreiding van macht en gebied met al het daarbij horende wel en wee leidt tot keizer Augustus en zijn opvolgens als degenen die met hun macht rond het begin van onze jaartelling aan de touwtjes trekken. Die eerste eeuw kent relatiefd gezien weinig oorlog. Die zeldzame vrede leidt tot zo'n bloei in Rome dat de eeuwen daarna alleen maar als vermindering, als afbraak worden gezien.

Rond het jaar 200 heb je in het Westen het Romeinse Rijk. In het Oosten vind je het Perzische Rijk van de Sassaniden (300-700).

Wij in Nederland en Vlaanderen weten daar weinig of niets van. Maar kort gezegd: het Oosten is het eerste verspreidingsgebied van de christenen.

In het Oosten, in Azië, wordt het christendom in die eerste twee eeuwen de belangrijkste godsdienst. Wanneer ook het christendom zich in Europa verspreid vind je rond 700 christenen van Ierland tot diep in Centraal Azië. Tot aan de rand van China hebben archeologen (fragmenten van ) teksten gevonden uit de Psalmen. Er zijn Latijnse en Syrische versies van ”het heilige boek”.
Terwijl de Ierse monnik Bonifatius de Donar-eik in Geismar (Duitland) omhakt, doen Nestoriaanse Christelijke missionarissen hetzelfde met heilige bomen op de bergen en heuvels ten Noorden van de Caspische Zee. Blijkbaar worden tradities, beelden en overtuigingen van Oost tot West, breed gedeeld, gedragen en tot praktijk gemaakt. Dat wil niet zeggen dat al die mensen hetzelfde denken, doen, zien, begrijpen. Ieder heeft op basis van gedeelde verhalen en inzichten zijn eigen verhaal, zijn eigen verbeelding, zijn eigen bezinning op en uitleg ook van christen-zijn.

 

In het westen

In het Westen, in Rome, leeft de kerk dan nog vooral in het verborgene, ook letterlijk ondergronds, in de catacomben. Volgens de verhalen begint na Nero ook Keizer Decius rond 250 de christenen te vervolgen. Onder Diocletianus wordt dat het hevigst (303). Constantijn maakt daar een einde aan.

Christen zijn in Rome wordt na Constantijn heel langzaam een ander verhaal. De echte oude Romeinen met hun leiders en gemeenschappen rond de tempels zien dat niet zitten. De goden hebben Rome altijd beschermd. De Romeinse goden vragen niet te veel van de mensen. Ze hoeven alleen maar gediend te worden. De religieuze riten moeten uitgevoerd worden anders komt er de straf van de Goden.
Constantijn bouwt de Sint Jan van Lateranen en de eerste Sint Pieter aan de rand van of buiten de stad. Waarom zou je de oude Romeinen en de Senaat tegen je in het harnas jagen!

Tenslotte. Het christendom van de eerste christenen lijkt even weinig op ons christendom, als wij lijken op onze opa’s en oma’s. Bijna alles wat gezicht geeft aan het katholicisme van rond midden vorige eeuw en wat het kerkelijk leven van de katholieken bepaalt is onbekend in de kerk van die eerste eeuwen. De biecht, de rozenkrans en de kerkelijke organisatie met het kerkelijk recht en de kerkelijke regels bestaan niet. De wereld waarin die eerste eeuwen christenen leven is bijna totaal anders dan onze wereld. Hun leven is ook nauwelijks vergelijkbaar met het onze. Ze ademen. Dat doen wij ook. Maar hun lucht is een andere lucht dan die van ons, al zit daar ook (wat wij noemen) zuurstof in. Eén op de vijf mensen wordt in die tijd volwassen. Een vrouw moet vijf kinderen krijgen wil de bevolking min of meer constant blijven. Voedsel is altijd een halszaak. De meesten zijn straatarm of armer. De paar rijken zijn vanzelfsprekend rijk. Dat zie je aan hun voor de dag komen. Ze delen uit aan wie naar hun gunsten dingen.

Wat wij leven noemen is voor de mensen van "die eerste eeuwen" iets radicaal anders dan voor ons. Leven is voor hen altijd leven bij gratie van … De goden worden gediend. Daar hoort de keizer ook bij, en ieder die voor je is.
Wie geen beschermers heeft is overgeleverd. Pompeji bijvoorbeeld laat zien hoe leven in die tijd (ver-)ging.