aan deze tekst wordt nog gewerkt

 

volgens mattheus

 

wat op deze pagina geschreven wordt is door en door afhankelijk van het werk dat Frans Breukelman aan de finale van het evangelie volgens Mattheüs gedaan heeft. Blijkens een aankondiging in 1996 zal het oorspronkelijke werk tzt verschijnen bij Kok te Kampen als: Frans Breukelman, Bijbelse Theologie III,3. De werktitel is: de finale van het evangelie naar matteus.

 

  1. 27,55-61: de vrouwen en Jozef
  2. 27,62-66: de overpriesters en de farizeeën
  3. 28,01-10: het verhaal
  4. 28.11-15: de overpriesters en de oudsten
  5. 28,16-20: de leerlingen en Jezus

 

 

Eerst een aanwijzing.

Lees de tekst in zijn geheel, lees hem enkele keren.

Bij de tweede of derde lezing maak je wat aantekeningen. Wat valt je op?

We nemen de tekst eerst zoals hij komt. Er is enkel hier en daar een regel wit toegevoegd.

 

55      Maar daar zijn veel vrouwen van verre aan het toezien.

Zij zijn Jezus vanuit Galilea gevolgd om hem te dienen.

56      Onder hen is Maria van Magdala

en Maria de moeder van Jakobus en Jozef

en de moeder van de zonen van Zebedeüs.

 

57      Maar reeds is het laat geworden.

Er komt een rijk mens uit Arimatea, zijn naam Jozef

Hij is zelf ook een leerling geworden van Jezus.

58      Hij is naar Pilatus gegaan en vraagt het lichaam van Jezus.

Dan beveelt Pilatus dat het gegeven moet worden.

59      En het lichaam nemend, wikkelt Jozef het in een reine linnendoek,

60      en hij legt het in zijn nieuwe gedenkteken

dat hij in de rots heeft laten uitkappen,

en nadat hij een grote steen voor de ingang van het gedenkteken geplaatst heeft gaat hij weg.

 

61      Maar daar is Maria van Magdala en de andere Maria

zittend tegenover het graf.

 

 

62      De volgende dag, dat is na de voorbereiding

vergaderen de priesteroversten en de farizeeën bij Pilatus zeggend.

63      Heer, wij herinneren ons dat die misleider toen hij nog leefde gezegd heeft:

na drie dagen word ik opgewekt.

64      Beveel dus dat het graf tot de derde dag bewaakt wordt,

opdat zijn leerlingen hem niet komen stelen

en tegen het volk gaan zeggen:

         Hij is opgewekt uit de doden.

De laatste misleiding zou immers erger zijn dan de eerste.

65      Pilatus spreekt tot hen: Hebt een wacht,

gaat en bewaakt zoals jullie (het) verstaat.

66      Zij gaan het graf bewaken door de steen te verzegelen met de wacht.

 

 

28,1   Na de sjabbath, bij het oplichten van de eerste dag van de week

komt Maria van Magdala en de andere Maria om naar het graf te zien.

·        En zie:

een grote aardbeving geschiedt.

Want een bode van de Heer is afgedaald uit de hemel en hij komt de steen wegrollen en is er bovenop gaan zitten.

3        Zijn voorkomen was als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.

4        Uit vrees voor hem gaan de bewakers beven en zij worden als doden.

         Maar antwoordend spreekt de bode tot de vrouwen:

jullie hoeven niet te vrezen

want ik weet dat jullie Jezus de gekruisigde zoeken.

·        Hij is niet hier,

want hij is opgewekt zoals hij gezegd heeft.

Komt

ziet de plaats waar hij lag

7        en gaat snel

zegt aan zijn leerlingen dat hij opgewekt is uit de doden.

En zie.

Hij gaat jullie voor naar Galilea.

Daar zullen jullie hem zien.

Zie, ik heb het jullie gezegd.

8        En snel weglopend van het gedenkteken met vrees en grote vreugde gaan zij het de leerlingen boodschappen.

9        En zie.

Jezus komt hen tegemoet, zeggend.

weest verheugd.

Zij rennen op hem toe, grijpen zijn voeten en aanbidden hem.

10      Dan zegt Jezus hen:

         vreest niet

         gaat mijn broers boodschappen

         dat ze moeten weggaan nar Galilea.

         En daar zullen jullie mij zien.

 

 

11      Maar terwijl zij weggaan

zie

sommigen van de wacht zijn naar de stad gegaan om de priesteroversten te boodschappen alles wat gebeurd is.

12      En zij vergaderen met de oudsten

en zij nemen een besluit.

Zij geven de soldaten genoeg geld, zeggend.

13      Zegt dat zijn leerlingen hem 's nachts zijn komen stelen terwijl jullie sliepen.

14      in) praten en wij zullen maken dat jullie geen zorgen hoeft te hebben.

15                Zij dan nemen het geld en doen zoals zij geleerd hebben.

En dit verhaal is bij de joden bekend tot nu toe.

 

 

16      Maar de elf leerlingen gaan weg naar Galilea,

naar de berg die Jezus hen heeft opgedragen.

17      En als zij hem zien, aanbidden zij hem

maar sommigen blijven op afstand.

18      En dichterbij gekomen spreekt Jezus tot hen zeggend.

Aan mij is gegeven alle volmacht in de hemel en op aarde.

19      AIs jullie weggegaan zijn

moeten jullie alle volkeren tot leerlingen maken

hen dopend in de naam van de vader en de zoon en de heilige geest

20      hen lerend alles te bewaren wat ik jullie geboden heb.

En zie

ik ben te midden van jullie alle dagen

tot de voltooiing van de wereld-tijd.

 

een overzicht

Wanneer je eerst de tekst van en over markus gelezen hebt, dan zal na enkele keren lezen bij Mattheüs wel duidelijk worden dat de tekst vrijwel identiek is, al is er iets bijgekomen. Waar markus zijn eindverhaal in twee delen presenteert  (1> Gestorven 2> Het Verhaal) heeft Mattheüs er blijkbaar niet omheen gekund, gewild, meer informatie te geven. Die informatie heeft vooreerst betrekking op de leiders van de joodse gemeenschap en op Pilatus en zijn soldaten die desgevraagd het graf komen bewaken. Blijkbaar zijn er verhalen in omloop die het verhaal van Mattheüs verhinderen willen.

 

Kijken we nog iets meer gedetailleerd.

Het einde van Mattheüs bestaat uit vijf scènes.

1. vrouwen – leerling(en)

                        2 priesteroversten                                 >>afgelopen!!!

                                               3 het verhaal in het midden

                        4. priesteroversten                                >>afgelopen & uit!!!

5 leerlingen en Jezus

 

De compositie doet denken aan een vorm als bij een atoommolecuul. De kern in het midden. Daaromheen twee schillen. De eerste schil, direct om de kern, poogt deze kern af te schermen, te isoleren en onschadelijk te maken. Maar het gebeuren in het midden waar de vrouwen getuigen van zijn, getuigen met een missie, maakt alles anders. Het etsende verdriet van scène 1 verandert in de opdracht van scène 5. Hij in hun midden (de elf en Jezus – scène 5) betekent: werk aan de winkel. Welke winkel, welk werk? Gaan we nu de vijf episodes stuk voor stuk bekijken.

 

 

verhaal een a en c: de omlijsting van een geheel

55           Maar daar zijn veel vrouwen van verre aan het toezien.

Zij zijn Jezus vanuit Galilea gevolgd om hem te dienen.

56           Onder hen is Maria van Magdala

en Maria de moeder van Jakobus en Jozef

en de moeder van de zonen van Zebedeüs.

 

57           Maar reeds is het laat geworden.

Er komt een rijk mens uit Arimatea, zijn naam Jozef

Hij is zelf ook een leerling geworden van Jezus.

58           Hij is naar Pilatus gegaan en vraagt het lichaam van Jezus.

Dan beveelt Pilatus dat het gegeven moet worden.

59           En het lichaam nemend, wikkelt Jozef het in een reine linnendoek,

60           en hij legt het in zijn nieuwe gedenkteken

dat hij in de rots heeft laten uitkappen,

en nadat hij een grote steen voor de ingang van het gedenkteken geplaatst heeft gaat hij weg.

 

61           Maar daar is Maria van Magdala en de andere Maria

zittend tegenover het graf.

 

Het verhaal komt je volledig bekend voor. We kennen het schema van Markus: Vrouwen, Jozef, vrouwen. Kleine dingetjes zijn veranderd. Het toeval wil dat kleine dingetjes vaak hoofdzaak zijn. Kleine dingetjes, consequent toegepast, verraden de hand van een vaardig schrijver, van iemand die van teksten en daarin constanten weet.

 

Je ziet 55-56: de vrouwen van verre.

61: de vrouwen zittend tegenover het graf. Markus heeft:  … zien waar hij is neergelegd … Mattheüs draait het focus scherp. Van verre naar tegenover. Daar zitten ze. Herinnering is ook opgeroepen zo je wilt, aan Mattheüs 4,16, een citaat van Jesaja 8,23-9,1

het volk dat in duisternis zit zal een groot licht zien … die zitten in de schaduw van de dood … een groot licht …

Het is een tekst die wij traditioneel bij Kerstmis plaatsen, maar die het geheim van Pasen aanheft. En bedenk ook: het volk in de duisternis roept ook alle herinnering op aan het volk in de Egyptische duisternis (Exodus 10,21; 11,4; 12,12).

Je merkt: de vrouwen zitten er niet zomaar. Hun zitten tegenover het graf lijkt een confrontatie aan te gaan met wat gebeurd is. Een beetje hulpeloos. Want wat kun je nu nog verwachten. De afloop staat vast.

 

Nu het einde van het eerste verhaal vaststaat, kunnen we terug naar het begin van de pericoop[1]

 

verhaal een a: inzet (en terugblik)

Markus noemt terstond de namen van de vrouwen die van verre staan toe te zien en hij zegt wat die vrouwen gedaan hebben: volgen, dienen, mee opgaan naar Jerusalem. Mattheüs doet dat anders. Hij zegt om te beginnen vele vrouwen. Hij zegtr dat zij Jezus gevolgd zijn om hem te dienen. Het supplement en mee opgegaan naar Jerusalem ontbreekt bij hem. Vindt Mattheüs dat mee opgaan naar Jerusalem dan niet belangrijk?

            Mattheüs brengt de vrouwen ter spraken als volgelingen met dienen in het verschiet. Dienen, laten we zeggen: Bijvoorbeeld tot je dienst zeggen. Daarna noemt hij de namen van de vrouwen. Salome is verdwenen. In plaats daarvan spreekt hij over de moeder van de zonen van Zebedeüs. Omdat we het begin van deze pericoop lezen vanuit het einde valt ons ook op: die moeder van haar zonen is verdwenen aan het einde van het verhaal. Mattheüs zet haar alleen hier neer. Waarom?

            In tekenfilms is alles mogelijk. Denken we even in de taal van tekenfilms. Dan pak je nu je mobile, je GSM-metje. Je belt Mattheüs. "Waarom Mattheüs, staat die moeder van de zonen van Zebedeüs daar van verre toe te zien?" Mattheüs zal het een domme vraag vinden. Je kunt toch in je concordantie[2] kijken. Dan blijkt deze zogenoemde vrouw ook voor te komen in Mattheüs 20,20. Je zult even een stukje van het verhaal moeten lezen

 

In 20,17 heeft Jezus gesproken over naar Jerusalem. Blijkbaar is dat voor de moeder van de zonen van Zebedeüs voldoende. Het is net alsof ze de rest niet hoort. Zij gaat met haar jongens naar Jezus. Hij vraagt zelfs, aardig:"Wat wil je?" Dat weet ze precies. Heer, als uw koninkrijk gekomen is – naar Jerusalem betekent voor haar de komst van het koningschap van Jezus! – als uw koninkrijk gekomen is, laat dan die twee jongens van mij … Als Jezus koning wordt dan moet er voor haar twee zonen ook iets te halen zijn.

Zeg dat deze mijn twee zonen mogen zitten, één aan uw rechterhand en één aan uw linkerhand. Maak die twee jongens van mij minister president en minister van buitenlandse zaken. Verder gaat haar pretentie niet. De moeder van de Zonen komst als kloek met haar kuikens – welke moeder heeft niet het beste met haar kinderen voor! Een pleidooi voor haar mijn zonen. Jezus zegt dat ze niet weet wat ze vraagt. Dat weet ze natuurlijk wel. En die beker drinken die ik zal drinken. Dat kunnen ze ook. We zeggen ze.

            Het lijkt erop dat Mattheüs die vrouw hier, in 27,55 neergezet heft om haar van verre te laten kijken. Wat ziet ze dan? Mattheüs 27,38

            En met hem twee rovers, een links en een rechts…

En in de regel daarboven staat

            op schrift de beschuldiging: Jezus van Nazareth, koning van de Joden.

Mattheüs heeft haar daar neergezet om te peinzen blijkbaar. Kan ze nadenken of ze wist wat ze vroeg als u koningschap gekomen is. Daarom ook hoeft haar naam niet meer herhaald te worden wanneer op het einde de vrouwen zitten tegenover het graf. Zij heeft haar dienst gedaan.Mattheüs heeft het niet over het mee opgaan naar Jerusalem omdat hij via de moeder van de zonen van Zebedeüs spreekt over de bedoeling van dat opgaan naar Jerusalem, de heilige stad (27,53), de stad van de grote koning (5,35). Daar wordt de bekende bede gerealiseerd: uw (konink)rijk kome. Heer, als Uw koninkrijk gekomen is.

 

verhaal een b: het omlijste gedeelte: Jozef.

Eerst over Jozef. De naam is wel bekend. Jacob verwekt Jozef de man van Maria (1,16). Dat is een andere Jozef. Natuurlijk. Maar als je bijbels gesproken gestorven bent dan wordt je begraven en na verloop van enige tijd, wanneer het lichaam vergaan is, gevoegd bij de vaderen. De naam Jozef mag dus best enige aandacht vragen. Hij heeft ook iets met dat graf, dat hij in de rots had laten uithakken (27,60).

Met Jozef geeft Mattheüs zijn eerste bijvoeglijke naamwoord: een rijk man. Hij is zo iemand[3] voor wie het moeilijk is het koningschap Gods binnen te gaan.

            Mattheüs zegt over Jozef ook niets over die het koningschap Gods verwacht. Die les hoeft niet meer herhaald te worden. Dat heeft de moeder van de zonen van Zebedeüs gedaan. Wel zegt hij ook leerling geworden. Achteraf krijgen we dus alsnog te horen, dat de vrouwen de rol van de leerlingen spelen. Jozef ook leerling.

Wat heeft die leerling dan te doen?

            Mattheüs zegt over Jozef dat hij komt en dat hij gaat. Tussen komen en gaan door is hij druk bezig met het lichaam van Jezus. Hij vraagt, Pilatus beveelt. Er is geen aarzeling, geen terughoudendheid. Veeleer wordt aandacht gevraagd voor het gevolg van zijn handelen in de wereld van de dingen: zuiver linnen, nieuw graf, grote steen. Drie bijvoeglijke naamwoorden worden in een tekst die relatief zuinig is met bijvoeglijke naamwoorden toegevoegd. Er is alle aandacht voor waar het handelen van Jozef in over loopt. Linnen, graf en steen maken de begrafenis[4] compleet.

 

 

verhaal twee

Als Mattheüs de tekst heeft overgenomen van Markus en wij naïef lezen, dan lijkt de tekst gewoon door te gaan zoals bij Markus. Maar dat blijkt niet het geval. Voorbereiding, voorsjabbath …is de tijd die Jozef van Arimatea motiveert om naar Pilatus te gaan. Mattheüs heeft de voorbereidingsdag ook, maar typisch: na de voorbereidingsdag. Alsof hij niet wil zeggen dat het de feestdag zelf is. Alsof hij de overpriesters en Farizeeën niet op de feestdag naar Pilatus wil laten gaan. Alleen indirect vermeldt hij de tijd, maar wel twee keer:

62           De volgende dag, dat is na de voorbereiding

vergaderen de priesteroversten en de farizeeën bij Pilatus zeggend.

63           Heer, wij herinneren ons dat die misleider toen hij nog leefde gezegd heeft:

na drie dagen word ik opgewekt.

64           Beveel dus dat het graf tot de derde dag bewaakt wordt,

opdat zijn leerlingen hem niet komen stelen

en tegen het volk gaan zeggen:

               Hij is opgewekt uit de doden.

De laatste misleiding zou immers erger zijn dan de eerste.

65           Pilatus spreekt tot hen: Hebt een wacht,

gaat en bewaakt zoals jullie (het) verstaat.

66           Zij gaan het graf bewaken door de steen te verzegelen met de wacht.

De overpriesters en farizeeën komen bij Pilatus hun zorg uitspreken. De leerlingen zullen komen en het lichaam stelen. Want die leerlingen willen zeggen Hij is opgewekt. Volgens de zegslieden is dat een misleiding. Want die misleider heeft gezegd: na drie dagen wordt ik opgewekt. Zij willen voorkomen dat "ik" overgaat in "Hij", misleider in misleiding. Want mensen kun je van de wereld af krijgen, verhalen – dat weet je nooit. Er hoeft maar een verteller te zijn en alles kan gezegd worden. Hij is opgewekt is een misleiding. Dit woord heeft bij Mattheüs een andere betekenis dan het meer algemene bedrog. Laat je niet misleiden want velen zullen komen en zeggen ik ben de(Mattheüs 24,4.5). Misleiden of misleider is een label voor zeggen: ik ben de messias. nergens in enig evangelie zal Jezus dat van zichzelf zeggen. Hij zal zich daar niet op beroepen.

            De leiders van het volk willen het verhaal niet in de wereld hebben. Daarom gaan ze naar Pilatus. Ze hebben last van een herinnering: misleider … misleiding. Pilatus moet die hele mise en scène voorkomen door een andere choreografie. Zo staan plotseling Romeinen in de vorm van soldaten bij het graf de keizer te vertegenwoordigen opdat de leerlingen niet het lichaam van hun slachtoffer zullen stelen. En zij maken hun optreden af door de steen te verzegelen. Daarmee zijn we terug bij de steen van Jozef en de vrouwen tegenover het graf.

 

 

 

verhaal 3

Terwijl de vrouwen tegenover het graf zitten komen ze als het ware nu opnieuw naar het graf toe om het graf te bezien[5]. Hun zien (theoreoo) wordt in kai idou een bruggetje. Wat de tekst hen te zien geeft blijkt aanleiding te zijn tot vragen. Ze kunnen er geen touw aan vast knopen. Welke woorden horen hierbij? Wat moet dat? Pas op vragen kan de engel doen wat Mattheüs zegt: antwoordend

 

28,1        Na de sjabbath, bij het oplichten van de eerste dag van de week

komt Maria van Magdala en de andere Maria om naar het graf te zien.

·              En zie:

een grote aardbeving geschiedt.

Want een bode van de Heer is afgedaald uit de hemel

en hij komt de steen wegrollen

en is er bovenop gaan zitten.

3             Zijn voorkomen was als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.

4             Uit vrees voor hem gaan de bewakers beven en zij worden als doden.

               Maar antwoordend spreekt de bode tot de vrouwen:

jullie hoeven niet te vrezen

want ik weet dat jullie Jezus de gekruisigde zoeken.

·           Hij is niet hier,

want hij is opgewekt zoals hij gezegd heeft.

Komt

ziet de plaats waar hij lag

7             en gaat snel

zegt aan zijn leerlingen dat hij opgewekt is uit de doden.

En zie.

Hij gaat jullie voor naar Galilea.

Daar zullen jullie hem zien.

Zie, ik heb het jullie gezegd.

8             En snel weglopend van het gedenkteken met vrees en grote vreugde gaan zij het de leerlingen boodschappen.

9             En zie.

Jezus komt hen tegemoet, zeggend.

weest verheugd.

Zij rennen op hem toe, grijpen zijn voeten en aanbidden hem.

10           Dan zegt Jezus hen:

            vreest niet

               gaat mijn broers boodschappen

               dat ze moeten weggaan nar Galilea.

               En daar zullen jullie mij zien.

11                      Maar terwijl zij weggaan

Terwijl de engel het verhaal binnenkomt beeft de aarde. Dat doet zij ook na het sterven van Jezus. Dat doet ze ook in 8,24 wanneer de leerlingen door Jezus in de boot op het meer zijn genomen. Vertalers hebben moeite met een aardbeving op zee. Het zij zo. Maar er staat dat de aarde beeft, terwijl Jezus slaapt[6]. Dat beven zal dadelijk op de bewakers overslaan.

            Antwoordend spreekt de engel. Daarmee komen we op bekend terrein. Een engel is een boodschapper. Als hij niets te vertellen heeft hoeft hij niet op te komen. Hij staat voor zijn verhaal.

            Het verhaal van de engel blijkt gebaseerd op begrip. Ik weet dat jullie zoeken.Hij weet ook wie zij zoeken. Jezus de gekruisigde is de samenvatting van heel het verhaal over Jezus tot nu toe. De engel is volledig geïnformeerd om hen verder te informeren. Daartoe moeten zij komen, zien en terstond gaan. Na de woorden van de engel gaan zij ook terstond. Daarmee is de lijn van het dichterbij[7] komen gedraaid. Waar het lichaam van Jezus gelegen heeft keren zij tijdens de woorden van de engel om. 

            Tijdens de woorden van de engel krijgende vrouwen te horen dat ze naar de leerlingen moeten gaan. Ze haasten zich om het de leerlingen te vertellen. Heel die geschiedenis wordt nu plotseling decor voor een niet vermoed onderwerp. Jezus laat zich zien. Nee: het staat er anders. Zoals zij zaten tegenover het graf, zo komt hij hen tegenover. De rollen lijken gewisseld. Niet meer zij komen hem maar hij komt hen tegemoet. En zij begrijpen het blijkbaar onmiddellijk. Liepen ze nog weg van het graf met vrees en grote vreugde, nu herinneren zij zich blijkbaar waartoe de wijzen in Jerusalem kwamen: wij zijn gekomen om hem te aanbidden. Zij aanbidden hem. Jezus breekt als het ware in die aanbidding in: tote, toen!

            Nu de genegenheid groot wordt en overloopt in aanbidding stuurt ook Jezus de vrouwen. Zij moeten weggaan, zoals ze weggingen uit het graf – hetzelfde werkwoord. En zij moeten engel zijn, boodschappen wat de engel hen heeft geboodschapt. Alleen: het adres is veranderd.

            engel: leerlingen

            evangelist: leerlingen

            Jezus: MIJN BROERS.

Dat blijkt het geheim van het mattheusevangelie te zijn. Leerlingen worden broers.

Dat betekent minstens twee dingen.

  1. Als je broers bent van elkaar – let wel, de vrouwen zijn in het eerste verhaal leerlingen, ook als zus ben je broer – dan kun je samen Onze Vader zeggen.
  2. Als je Genesis een beetje kent weet je dat je van nu af aan gewaarschuwd bent. Bij broers en zussen luistert het nauw. Denk aan Esau en Jacob, aan Kaïn en Abel, aan Jozef en zijn broers.

De broederschap speelt vanaf het begin van Mattheüs wanneer het moeilijk is. In Mattheüs 1: Juda en zijn broers (Egypte) en Jechonja en zijn broers ten tijde van de Babylonische Ballingschap.

 

 

wordt voortgezet

jan engelen, 27 maart 2002

[1] Pericoop is de klassieke naam voor een beperkt bijbelgedeelte, een verhaal bijvoorbeeld. Men spreekt over de pericoop van deze zondag. Ieder zondag is eigenlijk een beetje uitleg van Pasen. Daarom wordt iedere zondag plechtig en officieel o.a. een pericoop uit het evangelie gelezen. Die pericoop wordt steeds uitgelegd en ingeleid door een gedeelte uit het "O.T."

[2] Een concordantie is een bijbels woordenboek waarin alle plaatsen worden genoemd waar een woord voorkomt, met een korte tekst uit dat betreffende vers. Je kunt deze tekst dus opzoeken met de trefwoorden: moeder, zonen, of Zebedeüs. De laatste zal het gemakkelijkste zijn. Dat woord komt minder voor dan de twee andere.

In het nederlands taalgebied is het bekend de Concordantie op de Bijbel in de Nieuwe Vertaling van het NBG, Kampen, Kok 1983. Je vindt hem op iedere bibliotheek.

[3] Het woord geeft Mattheüs alleen hier en in 19,23.24. De diepe verslagenheid van de leerlingen spreekt boekdelen. Alsof zij zich met de rijke identificeren.

[4] B.J.Diebner, Warum Joseph von Arimathia Jesus van Nazaret sein Familiengrab zur Verfügung stellte …Ein Beitrag zur Logik biblischer Erzählungen, in Unless some one guide me ..., Festschrift for Karel A.Deurloo, ACEBT, Maastricht 2001, pp. 325-339. Diebner wijst erop dat misdadigers niet begraven worden. Ook in de dood is er voor hen geen toekomst, geen plaats vanwaar de dode kan verrijzen. Jezus wordt wel begraven, een niet gebruikelijke gebruikelijke begrafenis van/voor een terechtgestelde. Dat is het werk van Jozef van Arimatea, ook een leerling.

[5] De vrouwen bezien waar hij is neergelegd, bij Markus . Dat is het einde van het eerste verhaal. Mattheüs heeft die houding van de vrouwen toegespitst met zitten tegenover. Nu laat hij hen komen om te bezien. Bij Markus kwamen ze om de begrafenis te voltooien door de dode te zalven.

[6] Pas op met het werkwoord slapen bij Mattheüs wanneer Jezus in de buurt is. Zie Mattheüs 9,24.

[7] Van verre … tegenover … komen om te bezien … terstond op weg gaan om te boodschappen.