Een oude wens gaat in vervulling. In juni 2010 bezoeken we het Musée National "Message Biblique" in Nice. Tot mijn vreugde mag er (zonder flits en niet op standaard) gefotografeerd worden. In gehelen en details heb ik dat geprobeerd. Hieronder vindt U een weergave. Naderhand in literatuur aanvulling en toelichting gezocht. In korte notities vindt U dit terug samen met wat ik zelf zie.

Marc Chagall

(Vitebsk 7 juli 1887 - Parijs 1912 - Vitebsk 1914 - Petrograd 1915 - Moskou 1917 - Berlijn 1922 - Parijs 1923 - New York 1941 - Orgeval 1948 - Vence 1950 - St.Paul - 1966 - 28 maart 1985

Vitebsk, "mijn droevig gelukkige stad" zegt Chagall rond de veertiger jaren van de vorige eeuw als balling in New York. Daken met de over alles uitstekende kerk, mannen en vrouwen, vioolspelers op het dak, kippen en hanen, een rund, karren, violen, stoelen op poten, tafels van allerlei soort, klokken. We zien al die huiselijkheden in zoveel van zijn werk terug - zo vaak dat het bijna decorstukken van je eigen jeugd wordt. Vooral mensen, gewone mensen, verliefde mensen, vroom en radeloos, eenzaam en met elkaar verbonden. Bladerend door kunstboeken over Chagall kom je in zoveel details fragmenten van jezelf tegen.

 

Schepping

De engel draagt de mens het beeld in. Een aarde van warmte en tederheid, kwetsbaar en in vrede. Een soort Kerstmis bijna.
Het werk is gedateerd 1956-1958. In voorstudies blijken die engel en de mens zoiets als voorgegeven uitgangspunt.
" Een engel," zo zei de Amsterdamse Exegeet Ben Hemelsoet vaker, "is God bij wijze van spreken". Minsten his masters voice.
De ruimte wordt gevuld door een bewegende zon met daaromheen bewegen engelen en mensen, in gebed, vragend, lezend.
Aäron draagt de kandelaar en houdt de ladder voor de droom van Jacob vast.
Mozes, bijna een engel, ontvangt uit de handen uit de wolk de Tora. Een engel blaast de sjofar van Grote Verzoendag.
Vissen komen we vaak tegen. De vader van Chagall heeft in de vishandel gewerkt. De vis is een teken van leven, misschien zelfs van leven waar voor een mens geen leven mogelijk is, onder water.

 

Genesis begint met twee scheppingsverhalen, het zeven dagen verhaal en het verhaal van de mens en zijn "hem tegenover".

Rechts beneden zien we de verwijzing naar de man, de vrouw en de vrucht. Links van hen de waarschuwende haan en dan die zuil die de slang zou kunnen zijn. Alles is nog open, een en al leven. Maar naief is het niet. Boven zien de een rabbijn met een Tora-rol. De rabijn heeft het hoofd van een ezel of een geit, tot leren bereid en zacht. En David met zijn harp. Een hand bijna in de aanslag.

In fragmenten

Iemand kijkt in het voorbijgaan nog even om. Daar komt de voorstelling vandaan. Hij, of toch een zij, draagt aan.
Iemand, Een engel.
Iemand die iets te melden heeft. De boodschapper die zijn boodschap is.
Annuntio vobis gaudium magnum kan dan op de loggia van de Sint Pieter in Rome gezegd hebben. Een mens. Ecce homo.
De jongen heeft dezelfde lichaamshouding als Isaac in het verhaal over zijn bijnding in Genesis 22.

Ten aanschouwe van allen. Een sloep vol mensen.
De rebbe houdt aan de voet van de ladder van Jacob de Tora-rol vast.

Bij de bron van alle verhalen - alles dat toch goed zal komen. Vastberaden, present, ingetogen.
Het baldakijn van de trouw op de achtergrond, waar leven - opnieuw, als vanouds - kan gaan beginnen.


Een vrouw en een kind achter de huiselijkheid van de haan vol leven met een mensenhoofd, omziend.
Een man, een vrouw, kinderen. En koning David op zijn harp spelend met op de achtergrond Vitebsk.

 

 

En bloemen: eerbiedig en vol achting aangedragen.

Schepping: moet je zien, een mens.
Even staat de wereld stil voor een weerloos wonder.

 

Pardes, Paradijs
Noach

home