Over koningen gesproken

 

Wie zou er niet of en toe de koning te rijk willen voelen?

Wie wil niet koning zijn over zijn/haar eigen vierkante meters?

De verhalen over de koningen in de bijbel spreken niet alleen over die enkelingen die het hoge ambt ten deel valt. Het gaat in die verhalen over aspecten van mens-zijn, over wat wij herkennen, wat menselijk is.

 

Bij koning moet je bijbels gesproken zeker ook denken aan (konink)rijk ("uw rijk kome"). Aan king-size en royaal.

 

 

 

Koning in de TeNaCh

 

 

Tora

Deuteronomium 17, 14-20

Wanneer je in het land gekomen bent dat de heer je God je geeft - 

En het in bezit genomen hebt en daarin woont    - blijkbaar doet dat er toe, in drie werkwoorden: geven, nemen, wonen. Als je (om te beginnen) gevestigd bent.

 

Een koning als alle volkeren rondom mij  - het vergelijken is begonnen. Ik wil ook zo zijn als de anderen. Zelfs: een koning over mij.

Centraal voor die koning is, dat het een broer moet zijn, een koninklijk gelijke.

Hij moet niet, niet, niet. Wat moet hij wel: zich houden aan de Tora. Daarin lezen. Die voor zichzelf laten overschrijven om het binnen handbereik te hebben.

Bezig zijn met de Tora, om zich niet te verheffen boven zijn broer.

 

Vragen:

1. Vanaf wanneer geldt de tekst over het koningschap?

2. Wat is het eerste wat gezegd wordt over ‘het land’?

3. Aan welke voorwaarden moet de koning beantwoorden die God zal kiezen?

4. Waarom zou ‘niet een vreemdeling’ gezegd worden?

5.  Binnen welk kader zou de tekst spreken over paarden?

6. Wat is er tegen Egypte in de tekst?

7. Het afschrift (Deut 17,18) heet in de LXX ‘deuteronomium’. Wat is LXX?

8. Zie voorafgaande vraag: Wat betekent deuteronomium?

 

Profeten

Richteren 9,7-20

Een beetje moeilijk verhaal want je moet het plaatsen in zijn eigen context. We zijn nog pas in het veelbelovende land en alles moet nog beginnen terwijl de moeilijkheden van het begin volop van zich doen spreken.

Ene Abimelech heeft het gevonden. Hij wil koning worden. Al dat democratisch gekakel is onzin. Een sterke man en alles is pais en vree. Daarom verkondigt hij: "Wat is beter: 70 leiders of één." Eén sterke man geeft natuurlijk tempowinst. Het is nog niet gezegd of hij laat al zijn concurrenten ombrengen. Dan komt de fabel van Jotham, een juweel. De koningen gaan op weg om zich een koning te zoeken. Zo vragen ze het aan de olijfboom. Wie een keer in het gebied rond de Middellandse Zee is geweest kent die koninklijke boom. Daarna komt de vijgenboom, de druivenstok. Niemand wil zijn kwaliteit opgeven om "voor jullie boven jullie te gaan zweven". Zo komen ze bij de doornstruik!

De vertellers van Richteren hebben geen hoge pet op van koningen. Dat komt dadelijk bij Samuel terug.

 

 

1 Samuel 8-12

Het volk komt bij Samuël. Ze willen een koning als alle volkeren rondom. Ze willen zijn gelijk de anderen. Ze weten blijkbaar niet meer dat ze niet zijn als de anderen. Ze weten niet meer dat ze een bevrijd volk zijn, dat God zich over hen heeft ontfermd en hen gedragen heeft naar het land van de beloften. Ze doen alsof "God is koning" (en "uw koninkrijk kome") niets meer betekent.

Samuël wordt woedend. Zijn klacht luidt: je weet niet wat je vraagt. Je koning zal alles van je vragen en jij moet alleen maar inleveren. Maar God zegt tegen Samuël: Wat maak je je toch druk. Tegen wie hebben ze het nou? Ze hebben het niet tegen jou. Ze hebben het tegen mij. Doe wat het volk wil. Als zij niet kunnen luisteren, ik kan het wel. Doe wat ze willen." God blijkt extreem democratisch.

 

Vragen:

1. Wie is Samuël?

2. Wat doet een Richter?

3. Wat is de norm, het criterium, in 8,5? Hoe kom je dit tegen in 8,8?

4. Hoe vaak geeft de tekst: "luister naar het volk"?

5. Wat heeft Samuël tegen koningen? Hoe komt hij daar bij?

6.  Wat heeft de lezer van vandaag voor boodschap aan de bijbelse koning?

 

Saul

Drie verhalen over de eerste poging tot koning.

  1. 1Sam 9-10,27. Saul wordt "toevallig" koning. Hij is op zoek naar de ezels van zijn vader en wordt door het koningschap overvallen. Een smaakvol en prachtig verhaal. Let op details als: een nieuw hart (10,9): een nieuwe oriëntatie. Is Saul ook onder de profeten? (Wat zou dat betekenen? Het heeft  in ieder geval met verwondering te maken.
  2. 1Sam 10,27-27. Saul wordt officieel aangewezen als koning. Hij blijkt dan onvindbaar. Blijkbaar deinst hij er voor terug om koning te zijn.
  3. 1Sam 11. Nachas (=slang) belegert Jabes. Saul, van achter de ploeg vandaan, verenigt heel Israël. Hij bevrijd de stad. De anderen swingen hem af te rekenen met de vijand. Op deze dag wordt niemand tot slachtoffer gemaakt.

 

Voor een verdere uitleg van de verhalen. Zie

J.C.M. Engelen, Samuël 1-15. Kok, Kampen 1982. (bibliotheek)

 

 

1Sam 12 – een onderschatte tekst

Samuël is oud. Hij neemt afscheid van het volk. Hij verantwoordt zich. Als ik iemand kwaad gedaan heb – hij differentieert dat – kom, en ik zal alles herstellen. Niemand heeft iets in te brengen tegen hem. Maar in zijn ogen heft het volk kwaad gedaan door te kiezen voor een koning. Toch zal hij voor het volk bidden, bemiddelen bij God. Maar hij waarschuwt het volk wel. Als je niet leeft overeenkomstig de Tora dan zal voortaan ook de koning het slachtoffer zijn. De plaats van de koning is vooraan. Hij zal dus het eerste slachtoffer zijn. (Wellicht moet men deze tekst goed overwegen wanneer men in het evangelie naar het verhaal over het lijden en sterven van Jezus luistert. Dat lijkt het gevolg van "niet leven overeenkomstig de Tora". Boven het kruis staat: Jezus van Nazareth, koning van de Joden.)

 

Vragen:

1. Welke betekenis heeft ‘Hier ben ik’ (12,3).

2. Welke betekenis heeft ‘Hier ben ik’ in Gen 22 (2x!)?

3. Zoekplaatje: op welke wijze kom je ‘Hier ben ik’ tegen in 1Kon 3?

(Aanwijzing: in plaats van opmerkzaam in 3,9 geeft het hebreeuws ‘horend’.

4. Op welke wijze kom je dit alles tegen in 1Sam 3.

5. Welke betekenis heeft nu ‘horen’ in Deut 6,4.

6. Deut 6,4 heet het sjema. Heeft dit een aparte betekenis?

7. Welke hulp biedt een koning in het gunstige geval (vgl Deut 17)?

8. Welk risico loopt een koning?

 

Eventueel een opdracht

Maak een tekst voor een ‘kinderbijbel’ voor groep 6 over 1 Sam 9.

Vraag: wat betekent de scčne waarbij Saul ‘bij het pakgoed’ (1 Sam 10,22) te vinden is? Wat suggereert dit over ‘koning-zijn’?

 

 

 

1Sam 13

Saul gaat koninklijk zijn eigen gang. Hij doet wat hem uitkomt. Ook wat zijn zoon doet blijkt hij in te zetten als zijn verdiensten. Als het volk zich bang verstopt staat hij vroom te doen. En ten slotte krijgt Samuël de schuld. Die willekeur maakt hem niet geschikt. Daarmee wordt het verhaal over Saul het verhaal over de opkomst en de afgang van een koning.

Terwijl Jonathan in hoofdstuk 14 een en al toekomst blijkt.

 

1Sam 15.

Saul spaart Amalek en de koning van Amalek: Agag. Amalek wordt ieder jaar genoemd tijdens de viering van de paasmaaltijd. Want Amalek is de "oervijand", de "oertegenstander" van het volk. Wanneer Israël uit de slavernij in de woestijn komt is er Amalek, een woestijnvolk. Ze willen Israël terugsturen. Eens slaaf, altijd slaaf. Naderhand, verderop in de woestijn, valt Amalek Israël opnieuw aan, van achtgeren, in de rug. Wat vind je achter in de karavaan: de ouden, de zieken, de kinderen. Amalek valt het volk aan waar het kwetsbaar is.

Saul moet tegen Amalek de strijd aanbinden, de definitieve strijd. Maar Saul spaart wat hem tot voordeel kan zijn. De uitleg is Woord voor Woord I is helder. Samuël verwijt Saul dat hij zich solidariseert met de oervijand. Hij maakt zich tot tegenstander van het volk. Het koningschap zal van hem afgenomen worden.

 

David

1Sam 16

Samuel gaat op weg naar Bethlehem. Daar is boer Jesse. Een van zijn zonen zal de nieuwe koning worden. Triomfantelijk bijna voert pa al zijn "troeven" op. Nee, nee, nee. Heb je dan geen zonen meer. Ja, David, die in Lutjebroek achter de schapen. David wordt van achter de kudde weggeplukt en wordt de nieuwe koning. Een hoorn olie over zijn hoofd. Hoorn, onbreekbaar. Maar voorlopig is het nog een koningschap incognito.

Wanneer Saul malende is komt David aan het hof. Hij speelt op de citer. Een koning met als wapen een muziekinstrument.

1Sam 17. David en Goliath.

 

 

Vragen

Hoe kom je Deut 17 tegen in 1Sam 16?

Wat is ‘het eerste wapen’ van David (in 2 Sam 16,14-23)?

Welke functie heeft een slinger (2 Sam 17,49) voor iemand die herder van schapen is?