home

HET GOEDE BOEK begint met Abraham, Isaak en Jacob.
Vind je dat een vreemde opmerking, volg dan de link

 

G E N E S I S

†††††† Abraham, Isaak, Jacob, - een taal met verfijningen

††††††††† door Dr. Jan C.M.Engelen, docent katechese/katechetiek.

††††††††† Hogeschool Ipabo, Amsterdam/Alkmaar

Abraham I (Gen 12 vv.)

Voorgeschiedenis en referentie

Lees in je bijbel eerst Genesis 11, 27. De naam Abraham, nu nog Abram, klinkt voor het eerst.
De geschiedenis van Terach
[1] betekent drie namen. Abraham, nog Abram genoemd[2], is de oudste. Haran, de jongste, lijkt enkel genoemd om Lot (straks de ander naast Abraham) te plaatsen.

Lees ter kennisname Genesis 11,29-30.
Namen worden genoemd, relaties gelegd en ook reeds uitkomsten, fragmentjes toekomst[3]. Saraj, de vrouw van Abram, is onvruchtbaar; uit haar kan geen kind komen. Het verhaal is al uit nog voor het begonnen is. Misschien is (geen kind, d.w. bijbels gesproken z.) geen toekomst een van de motieven waarom Abraham straks in zal gaan op het woord.

Terach, de vader van Abraham, brengt de familie uit Ur Chasdiem (de traditie wijst hiervoor MesopotamiŽ aan) naar Haran (SyriŽ). Daar sterft hij. Abram heeft als oudste de verantwoordelijkheid[4]. Voordat hij zich evenwel kan doen gelden of iets kan doen, vertelt de tekst: En de Heer spreekt tot Abram. Een ander heeft het woord (genomen). De Heer. Wat krijgen we nou? Blijkbaar mag dat nog geen vraag zijn. Hij spreekt tot Abram, blijkt enkel woord te zijn.

Een nieuw plot, een nieuwe opzet.

Niet horen.

Dat God spreekt is bijbels gesproken niet nieuw. Adaam heeft ook iets gehoord maar dat maakt bij hem niets uit. En al die generaties na hem doen, met een enkele uitzondering, hetzelfde als hij. Waar het niet gaan kan kruipt het bloed.

Naam.

Genesis 12 maakt zich los van het voorafgaande via "een link". Er is een duidelijk verband met het voorafgaande. In Babel zegt men (Gen 11,4 Laten wij onszelf een naam maken! Babel/babbel is de generatie die zichzelf kan redden en denkt het zelf te kunnen maken. Abraham hoort:"Ik zal je zegenen en je naam[5] groot maken": wil jij er voor mij zijn. Iemand zegt jij tegen Abraham en hij blijkt daar gevoelig voor.

Horen.

Dat er iemand oor heeft voor wat God zegt is nog niet eerder vertoond. Dan gaat Abram zoals de Heer tot hem gesproken heeft - Gen 12,4. Gezien het voorafgaande is dit geheel nieuw. Hier begint een nieuw experiment mens. Abraham luistert. Wat is hem gezegd?

Wanneer het verleden niet meer bestaat en de toekomst nog niet is, ofwel Ďhedení[6]

Uit.

Drie keer geeft Gen 12,1 weggaan uit. Uit je land, uit je familie, en uit het huis van je vader. Wanneer je dit expressief leest, merk je: de kring wordt steeds kleiner, sluit zich steeds meer om mij heen. Drie keer uit. Blijkbaar is het niet zo gemakkelijk of vanzelfsprekend, je los te maken van je verleden. En laten we wel wezen! Uit je land betekent kiezen voor vreemdeling-zijn, rechteloos zijn, genadebrood eten, geduld worden op een plaats waar je nooit zeker bent. Zonder familie betekent verstoken van je natuurlijke hulpbronnen (waar je altijd terecht kunt). Zonder familie sta je er alleen voor. En wanneer het huis van je vader er niet meer is voor jou, dan ben je om te beginnen dakloos, een zwerver. Dan moet je maar zien.

††††††††† Alles wat je gemaakt heeft tot wie en wat je bent moet je als je Abraham bent opgeven. Dat lijkt kiezen, in zee willen gaan, met een restloos riskant verhaal. Breken met je verleden.

Naar.

Gevraagd wordt alles. Geboden wordt - niets lijkt het, naar het land dat ik je zal laten zien, naar het land, letterlijk, God mag het weten. Abraham heeft hier niets meer te plannen. De Heer zegt dat ik je zal laten zien. Abraham moet afzien van elk plan dat hij met betrekking tot zijn toekomst had kunnen hebben.

En.

... en ik zal je maken tot een groot volk, klinkt er direct achteraan - en ik zal zegenen. Alles wordt met elkaar verbonden lijkt het. Het aanbod aan Abraham gedaan staat haaks op alles wat gezien en vanuit het verleden - Saraj is onvruchtbaar - te verwachten is.

Heden.

Tussen verleden (niet meer) en toekomst (nog niet) blijft er voor Abraham alleen het heden over. Het heden is het enige dat is. Abraham komt uit de tekst naar voren als een mens van vandaag: Abraham onze tijdgenoot.

Land.

Abraham moet vertrekken omwille van het land dat God hem zal laten zien. Dat land, zijn mogelijkheid, is bij wijze van spreken het land dat bij hem niet op zou komen. Het is een mogelijkheid die hij nooit als zijn (nl. van hem) mogelijkheid bedacht of gezien kon hebben. Het land dat zijn mogelijkheden eindeloos overschreidt, buiten zijn horizon ligt.

Zoon.

... en ik zal je maken tot een groot volk. Wil Abraham tot een groot volk worden, dan zal er minstens een kind, een zoon moeten zijn. Die zoon is de volstrekte overwinning op een verleden waarvan de uitkomst bij voorbaat reeds (Gen 11,30) vast stond.

Twee themata: land en zoon

zullen alle verhalen - het zijn er tien - over Abraham bepalen. Het land zal er pas komen in Gen 23. Abraham zoekt en koopt dan een plaats om zijn dode Sara te begraven. Hij koopt daartoe de spelonk van Machpela[7], de begraafplaats van alle aartvaders en aartsmoeders[8]. De zoon wordt definitief toegezegd in Gen 17/18, geboren in Gen 21 en weer afgestaan in Gen 22: het offer van Abraham dat niet doorgaat.

Zegenen.

Het gaan van Abraham zal een zegen zijn. Ook vervloeken wordt genoemd, maar niet als eerste of laatste mogelijkheid. Zegenen is (vgl Num 6,27) de Naam van God in verband brengen met een concreet gebeuren. Dit wat gebeurt in verband brengen met de/het Goede. Vgl. Adieu.

Het Woord.

In Gen 12,4 gaat Abraham zoals gesproken heeft tot hen de Heer. Abraham wordt daarmee de man van het woord. Dat woord wordt: land en zoon. God zal ze geven. Dat zal niet blijken vanzelf te gaan.

††††††††† Adam luistert niet; Abraham luistert. Het maakt een heel verschil. Het verschil is: het woord. Dat woord kom je tegen tot en met Jo 1,1. Het woord is wat te horen is, daarmee uiteindelijk ook aanduiding voor de Tora.

††††††††† Lot gaat hem hem mee. Lot reist in feite dezelfde reis als Abraham. Toch gaan beide verschillend. De een gaat met het woord, de ander gaat met de een.

Re-creatie.

Met Abraham is er iets nieuws onder de zon. De wereld begint opnieuw. Creare (lat.) betekent scheppen. Herschepping of echt schepping. Wat wordt dan nieuw? Wat anders?

††††††††† Wanneer je de Bijbel vraagt: Wat is een mens eigenlijk?, dan blijf je tevergeefs wachten op zoiets als een antwoord. Het is alsof het Boek het te druk heeft met alle verhalen om zoiets te vertellen. De vraag lijkt tot buitenspel te leiden. Daar is geen antwoord op. Maar er is toch wel iets te zeggen!

Beeld en gelijkenis.

Gen 1 tot 2,4a geeft het eerste, zogenoemde scheppingsverhaal. Dit verhaal heft aan en eindigt met scheppen, dat enige bijbelse woord waar alleen God onderwerp voor kan zijn. Om te beginnen: God schept hemel en aarde en Dit is wat er aan de hand is met hemel en aarde: ze zijn geschapen.

Het woord scheppen komt verder in deze geschiedenis nog alleen voor wanneer de mens geschapen wordt. Drie keer mag het woord scheppen daar van zich doen horen. Blijkbaar is hier te horen waar het om begonnen is en wat de strekking (zin, betekenis) van het geheel is: de mens is geen resultaat van menselijke communicatie. De mens is schepping Gods. Daarom kun je bijbels gesproken niet een kind maken. Volgens de bijb. literatuur participeren man en vrouw in de schepping die een mensenkind is.

†Wanneer alles wat tijdens het scheppen gemaakt wordt door God er komt, dan horen we bij planten en dieren uitgebreid naar hun aard. Wanneer de mens op het toneel gaat verschijnen kunnen we derhalve weten dat de mens ook wel ge-aard zal zijn.

Dat blijkt uitdrukkelijk een vergissing. De mens is niet geschapen naar zijn aard. Volgens Gen 1 kun je bij de mens niet zeggen: dat is nu eenmaal de aard van het beestje, een aardje naar zijn vaartje, de appel valt niet ver van de boom, e.d.

Dť uitzondering

††††††††† De mens is de grote uitzondering. H/zij - dat maakt hier in het verhaal niets uit! Denk maar aan de toevoeging: twee bijvoeglijke naamwoorden, t.w. mannelijk en vrouwelijk - h/zij of zij/hij is geschapen naar Gods beeld op Hem gelijkend.

††††††††† Volgens Emmanuel Levinas (1907-1996), franse filosoof en talmoedist, betekent geschapen afgescheiden zijn, niet opgaan in, samenvallen met het andere.

††††††††† Wat betekent beeld en gelijkenis? De apostel Paulus zegt, peinzend over de messjiach: hij is het beeld van de onzichtbare God (Kol 1,15).

††††††††† Misschien vertelt ook de voortgang van Gen 1 iets iets over beeld en gelijkenis. Hoe pakt de opzet van Gen 1 uit Gen 2,4b - 11,26?

Kajien en Haveel (Verworven en Ademtocht/Lucht/als je niet oppast Eigenlijk niks) maken duidelijk dat de een er niet wil zijn Aan Adaam (en Chawwah) wordt gevraagd, mens te zijn voor God. Daartoe dient de inperking: van alle bomen mogen jullie ... maar ... Hij blijkt, wanneer het er op aan komt, van die inperking niet te willen weten. Tegelijk zie je ook, hoe groot tussen mensen de cohaesie kan zijn. De andere mens, eindelijk[9] daar, is bijna alles. Blijft de vraag. Wat is dat: mens zijn voor God? Is dat verifiŽerbaar? Daartoe dient het volgende verhaal.
Kajien en Haveel maken duidelijk dat de een er niet wil zijn
voor de ander. Dit betekent dat de ander er in blijft. Ook dit experiment - broer voor je broer[10] zijn - pakt verkeerd en ongelukkig uit.

Mens zijn voor God & broer voor je broer zijn.
Het een is het ander, het ander is het een. Deze twee zijn de hoofdkleuren. Zij bepalen het licht en de kleurverdeling in de verhalen over Abraham. Vanaf nu trekt Abraham trekt door het land en roept de naam van de Heer aan Het woord van God tot Abraham heeft in Abraham een antwoord gevonden. Hij is zelf antwoord geworden. Abraham.

Het land: hongersnood.

Het eerste over het land is dat het een land is met wedervaren als elk ander land. Daarom moet Abraham zwerven en zo komt hij tot voor de poort van Egypte. Wanneer hij op het punt staat Egypte binnen te gaan vertolkt hij een probleem. Het is de eerste keer dat een man in de Bijbel tot zijn vrouw spreekt. Wat zegt hij?

††††††††† Abraham zegt niet tegen Sara dat zij een vrouw is schoon van uiterlijk (NBG) (Gen 12,11). Hij zegt ki isjah jefath (vgl jaffa, aangenaam, lekker, t/m sappig) mareh ath: want een vrouw, heerlijk om te zien ben jij! In goed Amsterdams zou hij zeggen: Saar, je bent een moordwijf! Precies dat is zijn probleem: Zij is zo mooi dat de Farao Sara wel eens zou willen hebben. Daarom moet zij maar doen of ze zijn zus is.

††††††††† Dit verhaal over hongersnood wordt meteen een zwarte pagina in het leven van Abraham. Hij is zo bang dat hij zijn vrouw vraagt haar rechten op te geven. De leraren van IsraŽl vinden dat hoogst problematisc. Gelukkig komt alles goed en krijgt Abraham zelf een massa geschenken -omwille van Sara - mee. Maar dit is geen fraai verhaal. Het maakt echter duidelijk, dat Abraham geen Egyptische, Mesopotamische, Griekse enz. halfgod is. Abraham is een men van vlees en been. Om te beginnen groots - hij gaast overeenkomstig het woord van God - maar vervolgens extreem kwetsbaar.

††††††††† Tegelijk wordt nog iets anders duidelijk. Abraham zegt: hier vreest men God niet. Daarom is hij bang dat de farao - om de weg vrij te maken - hem zal doden. Maar blijken zal, dat de farao - de anderen - beter zijn dan je denkt.

Het land. Zien en zien is twee.

Gen 13,6. Het gaat te goed met Abraham en Lot. Ze worden te groot voor het land. De herders van Lot en de herders van Abraham twisten met elkaar. Abraham neemt het initiatief: er moet geen ruzie tussen ons of tussen onze herders zijn. Wij zijn toch mannen broers! Abraham heeft daarover dus een opvatting die niet in het verlengde van Gen 4 ligt.

††††††††† Abraham is op weg naar het land dat God hem zal laten zien. Daarom laat hij Lot kiezen. Ga jij naar links, dan ga ik naar rechts, enz. Aldus geschiedt. Lot ziet de vruchtbare Jordaanvlakte. Hij heeft dan geen keuze meer. Waar zijn hart vol van is. Hij gaat wonen in het vruchtbare dal. Lot[11] ziet wat hij ziet. Abraham ziet wat hij gehoord heeft.

Het land, de oorlog, het slachtoffer: gerechtigheid.

Het is voorjaar. De koningen trekken ten strijde om te zien wie dit jaar haantje de voorste mag wezen. En als de grote vechten worden de kleintjes de dupe. Abraham hoort dat Lot als gevangene meegenomen is. Abraham zxegt niet:"Eigen schuld, enz." Integendeel.

Hij verzamelt zijn manschappen en zet de achtervolging in. Lot wordt bevrijd. Aldus geschiedt gerechtigheid.

††††††††† Gerechtigheid is: het geschieden van het woord. Abraham ging op weg met het woord. Mens zijn voor God en broer voor je broer zijn - dat zal hij zichtbaar maken. Aldus wordt Lot

gered.†

Melkitsedek.

Je zou misschien mogen zeggen: wat belangrijk is komt vaak voor. Wat derhalve nauwelijks voor komt is onbelangrijk. Dat betekent: het nu volgende is onbelangrijk. Melkitsedek komt in de Tenach en in het Nieuwe Testament nauwelijks voor. Toch, een intermezzo: een ter-zijde kan een kanttekening zijn en als zodanig een betere oriŽntatie bieden op wat achter de kantlijk staat; een intermezzo staat midden tussen de delen, kan beide helften laten samenkomen, spiegelen. Zoín tussengeschoven, onbelangrijk verhaal kan een eigen licht werpen op de hoofdgeschiedenis die aan de orde is. Als zodanig is de geschiedenis met Melkitsedek meer dan de moeite waard.

Aan het begin van het eerste bijbelboek gaat het allemaal fout. Adam en Eva, Kain en Abel, de enorme vloed en de toren van Babel - die verhalen aan het begin werken heel snel en compact het drama uit van het menselijk falen: hebzucht, hoogmoed, macht. Al dat zeer herkenbare fraais, zo "natuurlijk", zo oud, zo tiranniek, maar ook zo wanhopig op zoek naar de nieuwe mens, naar iemand die iets anders wil en daar al zijn zinnen op gezet heeft. Daarmee wordt Abraham ten tonele gevoerd.

††††††††† Abraham is de eerste die zich door God gezeggen laat. Voor Abraham zal God soufleur, (in-)fluisteraar, inspiratie zijn. God vindt in Abraham een man die zich laat inspireren, die het met goede woorden waagt op weg te gaan naar beter leven, oprecht mens voor God en naaste voor de naaste zijn. Abraham keert terug als iemand die zijn broeder bevrijdt. Dan legt het verhaal het initiatief bij Melkisedek.

Paulus, legt uit wie Melkitse≠dek is. Paulus kom je tegen na de vier evangeliŽn en de Handelingen van de apostelen, wanneer het zogenoemde Nieuwe Testament ongeveer 200 paginaís telt. Paulus heeft als eretitel: Apostel van en voor de Volkeren. Bijbels gesproken zijn Ďwijí naast IsraŽl, de volkeren. Wij zijn immers die mensen van Ďover heel de wereldí, kathaíholon ton kosmon (zie de eerste Extra informatie in artikel I van de reader, I). Paulus, onze apostel: degene die naar ons gestuurd is, voor ons. Hij verdedigt ons goed recht in de geschiedenis van God en zijn Volk. Paulus beroept zich in de brief aan de HebreeŽn (7,1) op de betekenis van de naam Melkitsedek. Die naam betekent: koning van de gerechtigheid.

††††††††† Abraham, is in de bevrijding van Lot degene geworden die het opneemt voor zijn naaste. Abraham, de rechtvaardige bevrijder, ontmoet in de koning der gerechtig≠heid zoiemand als zijn gelijke. Abraham heeft het huis van zijn vader verlaten Gen 12,1-4) Melkisedek wordt genoemd zonder de naam van zijn vader of moeder. Hij komt a.h.w. zomaar uit de hemel vallen. "Koning van Salem"/Sjaloom: koning van de vrede. Bevrij≠ding, vreugde, vrede: het goed hebben. Dan is er brood en wijn, huiselijkheid en verhalen.

Alles wat we van Melkitsedek, de koning van de gerechtigheid weten is het korte verhaaltje uit Genesis. Maar dit verhaal is vanouds kiemcel geworden voor veel meer. Want voor de leraren van het Oude Boek (de rabbijnen in de Talmoed, de mondelinge traditie) staat het vast. Salem is Jerusalem, de plaats van de zetels van het gericht, de plaats waar de naam van God mee verbonden is. Zijn aanwezigheid in deze mensenwereld is daar zichtbaar. De eerste gestalte die ons (in de figuur van Abraham) uit die Stad tegemoet treedt is de koning van de gerechtigheid, de koning van de vrede: Melkitsedek.

††††††††† Melkisedek kun je zien in tal van oude kerken, op muren en in ramen. Meestal zie je hem op of bij het priesterkoor als uitleg bij wat christenen doen als zij samen bidden en gedenken rond brood en wijn. Een droom van gerechtigheid en vrede wordt blijkbaar in de kerken gekoesterd, steeds opnieuw weer als wij met de man van Nazareth meegaan en verhalenderwijs optrekken naar Jerusalem. Wat mag daar dan toch te halen zijn? Psalm 76 bidt: God is bekend in Jehoeda, zijn naam is groot in JisraŽel. Salem is immers zijn stad, op de Tsioon is zijn tent: daar verbreekt hij de vurige schichten van de boog, het schild, het zwaard, de oorlog. Wat mag dat zijn, een plaats waar God bij de mensen woont? Het is een vraag die nauwelijks antwoord behoeft, want het verhaal van Abraham en het verhaal van Jezus voor mensen die christen zijn heeft het antwoord al gegeven. Vrede, gerechtigheid.

Melkitsedek wordt altijd afgebeeld met brood en wijn. Daarom krijgt zijn afbeelding een plaats bij het priesterkoor. Brood en wijn zijn de tekenen van het koninkrijk dat komt. Zij hebben alles te maken met de bevrijding en de vrijheid, met het opkomen voor de broeder in zijn benauwd≠heid, met iemand die† -† als God in het scheppingsver≠haal - eenvoudigweg zeggen kan: mens, je bent niet alleen. Zo kůmt Melkitsedek. En Abraham maakt zich dienstbaar aan hem, wil mee dienen aan deze bevrijdende Gods-dienst.

††††††††† Wat is dat? bevrijding? Dat (b)lijkt een vraag die niet te beantwoorden is in de gangbare zin van het woord. Daar zijn geen woorden voor. Hoogstens antwoorden of pogingen tot antwoord. Ieder antwoord is persoonlijk: in vriendschap of betrokkenheid, rond de tafel, voor elkaar verantwoordelijk. Begin er maar eens aan. Maar let wel: ieder klein begin heeft alles van het grote. Het is niet vanzelfspre≠kend. Het is immers een uitzondering, een wonder.

Abraham II (Gen 18vv)

Het nieuwe Verbond.

In Gen 15 wordt het Abraham duidelijk, dat hij de laatste zal zijn. Eliťzer, zijn meesrterknecht zal alles erven. God zegt hem dat het anders zal zijn. Hij lokt hem uit de tent voert hem naar buiten) en neemt hem bij de neus (toont hem de sterren). Abraham heeft daar vertrouwen in en God rekent het hem aan als gerechtigheid.

Niet van nature.

Saraj denkt dat het er nu toch maar van komen moet. Hagar, de slavin moet voor haar een kind krijgen. Daarmee wordt veel droefheid op gang gebracht. Straks zal Abraham deze moeder en haar kind moeten wegsturen en het kind dat zo, op de wijze van de natuur, geborenwordt, is niet het kind van de belofte.

IsmaŽl, het kind van Hagar, is de vader van de IsmaŽlieten. In de Arabische tradities betekent dit dat IsmaŽl de vader van de Arabieren is. In de Islam is IsmaŽl het kind van de belofte. De naam betekent: God hoort. In de woestijn blijkt dat God er is voor wie er niemand is.

Nieuwe Namen: Abraham en Sarah.

Een nieuwe naam: nieuwe relatie, opdracht een, taak. De besnijdenis wordt het teken van het verbond.

Abraham krijgt te horen dat de oude Sara de moeder van zijn zoon zal zijn. Dan werpt Abraham zich op zijn aangezicht en hij lacht (17,17). In het hebreeuws is hier (en hij lacht: wa-jitschak) de naam Jitschak/Isaak te horen.

Abraham, een vriend voor vreemdelingen, (Gen 18)

ofwel

Het kind,
de vrucht van de gastvrijheid.

Nog met de pijn van het vorige hoofdstuk in zijn lijf zit Abraham op het heetst van de dag aan de ingang van de tent. In de verte: drie mannen. Die drie blijken ťťn te kunnen zijn: Mijn Heer. Abraham put zich uit. Hij wil gastheer voor zijn gasten te zijn. (Dit tafereel: hŤ xenofiloesa tou Abraam, de liefde voor vreemdelingen van Abraham, - de gastvrijheid - is het enige tafereel dat men in de kerken van het oosten mag schilderen als Ikoon van God.) Het verhaal over Abrahams gastvrijheid laat zien, hoe wederkerig de verhoudingen zijn: God is te gast bij Abraham zoals Abraham te gast is bij God (in het land).

††††††††† .

 


troitse (je 1991)

Het is goed om aandacht te schenken aan de toewijding die Abraham aan de dag legt!

Als Sara hoort van haar kind - ze blijkt achter de ingang van de tent te staan - lacht ook zij. De gasten merken op dat zij lacht, zij ontkent te lachen. Aldus wordt drie keer het woord lachen centraal gesteld. Isaak, het lachtertjeAdvocaat Abraham.

Vanaf v.16 wordt duidelijk waarom drie mannen. Ze splitsen zich in God en twee engelen. Die twee gaan naar SedÚm. Twee, want overeenkomstig de regels van de rabbijnen is het getuigenis van twee betrouwbaar. Die twee moeten gaan zien of het wel waar is, wat over die stad verteld wordt, wat God over die stad gehoord heeft.

††††††††† God blijft met Abraham achter. Hij vraagt zich af, of hij voor Abraham kan verbergen wat hij van plan is te gaan doen. Hij konkludeert dat hij dat niet kan maken. Zo krijgt Abraham het hele verhaal te horen.

 

Advocaat Abraham

††††††††† De klacht over die stad is groot. In het hebreeuws rabbah. In het hebreeuws worden de klinkers niet geschreven. Je mag derhalve andere klinkers lezen. De rabbijnen lezen hier ribah, d.w.z. meisje. De vertaling zou dan luiden: De klacht om Sedom en Gemorrah omwille van een meisje. De midrasj[12] vertelt hierbij: Op zekere dag gingen twee vrouwen op weg naar beneden om water te putten uit een bron. De een zegt tegen de ander: wat zie jij bleek! Ze antwoordt: We hebben niets meer over om te eten en we maken ons gereed om te sterven. Wat doeed de ander? Ze vulde haar kruik met meel en wisselde de kruiken. Toen de bewoners van Sedom dit hoorden, pakten ze haar op en verbrandden haar. (Gen.R.49,6). De Talmoed, het verslag van de discussies van de leraren van de synagoge over hoe te leven met de Tora?, tekent hierbij aan:Sedom is de stad waar het absoluut verboden is, goed tezijn voor iemand die het nodig heeft. Sedom staat voor de samenleving die spot met alle regels van een beetje rechtvaardig met elkaar leven.

††††††††† God vertelt in het verhaal aan Abraham wat hij van plan is. Opnieuw krijgen we te horen, hoe Abraham broer voor zijn broer is: hij neemt het op voor die stad. Hij zegt:God, dat kun je niet maken. Je kunt niet de rechtvaardigen met de onrechtvaardigen straffen. Hij zegt zelfs: Zou de rechter van hemel en aarde dan geen recht doen! Stel je voor dat er 50 rechtvaardigen zijn.

††††††††† God gaat met Abraham in gesprek. Voor 50 mag de stad blijven bestaan. Zo ook 5 minder. Zo ook 40, 30, 20, 10. Tien rechtvaardigen kunnen een hele stad redden.

Tien.

Voor het houden van een de gemeenschap vertegenwoordigende dienst in de synagoge zijn tien mannen nodig. Tien vertegenwoordigen de gemeenschap. Die tien worden hier niet gevonden.

Hťt argument

Let op het argument van Abraham: Zie toch, ik heb het op me genomen tot de Heer te spreken, en ik, stof en as! Abraham zegt a.h.w. tegen God: jij moet wel naar me luisteren: zonder jou ben ik immers niks en nergens. Abraham verbergt niet hoe wezenlijk weerloos hij uiteindelijk is tegenover G-d. Ik ben de zwakkere: je moet je wel over de zwakkere ontfermen. M.a.w.: zijn zwakheid is zijn kracht.

SedÚm.

De twee engelen komen tegen de avond in Sedom. Lot zit in de poort. Hij moet hen wel zien. Ze willen buiten overnachten maar Lot dringt er bij hen op aan, bij hem te komen. Hij wil gastheer voor zijn gasten zijn evenals Abraham. Hij ziet en staat op. Dan omsingelen al de bewoners van SedÚm het huis van Lot. Die gasten moeten overgeleverd worden. Zij willen gemeenschap met hen hebben. De stad maakt het Lot onmogelijk, gastheer[13] voor zijn gasten te zijn.

†††††††††Mannen gelden als vertegenwoordigers van de gemeenschap. Je mag het verhaal over Sodom niet zien als een veroordeling van homsexualiteit. Sexualiteit speelt in het verhaal alleen een rol om aan te geven, hoe fout de menselijke verhoudingen[14] daar zijn. Zie nogmaals 2.6.1.

††††††††† De engelen/boden dringener bij lot op aan, samen met zijn familie die onheilsplaats te verlaten. Vlucht. Kijk zelfs niet om. SedÚm wordt een smeltoven.

††††††††† Het geheim van Lots redding[15] vindt je in Gen 19,29.

In het Rijksmuseum in Amsterdam vind je een droevig schilderij over Lot en zijn dochters. Je ziet een dronken oude man en twee jonge vrouwen die wat moeten. Het verhaal vind je in Gen 19,30-38. Het is blijkbaar te schokkerend. Toch moet je je de situatie goed voorstellen. Lot heeft met zijn dochters het einde van de wereld meegemaakt. Voor hun gevoel moeten zij de enige overlevenden zijn. Met hen is de geschiedenis afgelopen, tenzij wanneer ...

In Gen 21,6 wordt Isaak eindelijk geboren. Ieder lacht. Abraham ziet Abraham; hij moest er honderd voor worden. Het verhaal over Abraham kan nu gaan beginnen: †ik zal je maken tot een groot volk. (Als een schaap over de dam is ...)

††††††††† De geboorte van Izaak maakt een probleem acuut: de naijver tussen Sara en Hagar wordt bijtend. Abraham moet, ondanks de pijn die hem dat doet, Hagar en haar zoon wegsturen. Dat betekent het einde. Wanneer zij niets meer heeft en de dood onontkoombaar is, gaat ze op een boogschot-afstand zitten om de dood van haar kind niet te hoeven zien. Zij huilt. God hoort. Het kind krijgt de naam Jisjma-eel/God hoort. Zijn vrouw komt uit Egypte.

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††

Abraham III: (Gen 22)

Genesis 22 is het verhaal over het offer van Abraham dat niet door gaat. In de regel zegt men: verhaal het offer van Abraham. Dat is een ander verhaal.

Het verhaal dat nu begint presenteert zich in de woordkeus van het hebreeuws met even veel nadruk als Gen 12,1. Ga jŪj Ö neem jŪj. Abraham heeft nu zijn zoon. Hij zal nog moeten leren, dat zijn zoon zijn zoon is. Zo vader zo zoon mag bij Abraham en Izaak niet opgaan. Het kind is niet het resultaat van het verleden. Het is zelfstandig.

††††††††† Voor de goede orde dient men zich te realiseren, dat het kind voor Abraham alles is. Dit kind is de vervulling van de belofte, van het woord waarmee Abraham in zee gegaan is. Spreekt men in de psychologie over vaderbinding, bij Abraham is er duidelijk sprake van kindbinding. Hij moet zich losmaken van zijn zoon. Het kind zal zťlf moeten kunnen zijn. Zich losmaken van zijn zoon, van het kind van de belofte - in zekere zin ook zich losmaken van God en zijn beloften.

††††††††† Isaak moet opgeheven worden, opgeheven in het verbond. Hij zal gebonden worden.

Het verhaal begint voor ons weerzinwekkend. Op bewust niveau kunnen wij ons niet voorstellen dat je je kind opoffert. Ondanks alle offers die verkeer en macht vragen, wij zijn tegen het kinderoffer. In de cultuur van de dagen van Abraham is het kinderoffer bekend. Iemand in het Kanaan van de voor-Israelische periode die iets heel belangrijks gaat doen, offert het beste dat hij heeft. Deze geofferde kinderen zijn, hoe paradoxaal dat ook klinkt, het bewijs, dat kinderen in die tijd belangrijk waren. Mensen staan af wat dierbaar was. In dit verhaal moet Abraham leren, dat dit niet de bedoeling is. Hij zal moeten afzien van het offer van wat hem heilig is.

††††††††† Let op de rekwisieten van het verhaal. Ze moeten je bekend voorkomen uit het lijdensverhaal. Voor de berg Moria, zie 2 Kron 3,1. Het gaat hier niet over archeologie of geografie. Hier is bijbelse theologie aan het woord.

We horen in dit verhaal de eerste keer Isaak aan het woord. Hij zegt: Mijn vader. In 28,4 zullen we Isaaks laatste woorden horen: mijn vader. Isaak, de zoon, is de eerste die zegt: In de naam van de vader.

††††††††† In Gen 22,1 zegt Abraham tegen God: Hier ben ik. In Gen 22,7 zegt hij hetzelfde tegen Isaak. Abraham spreekt tot zijn kind zoals hij spreekt tot God.

Het derde Hier ben ik interrumpeert Abrahams offerbereidheid. Nu ziet Abraham dat hij gezien wordt. Bijbels zien is: zien dat je gezien wordt. Abraham weet nu, dat hij niet alleen is. De berg Moria is een wonderlijke berg: de berg van het zien. Het zien blijkt wonderlijk. Alsof er voordien sprake is van blind-zijn. Vgl. Paulus, Hand. 9. Zie ook 1 Cor 13,12.

††††††††† Gen 22,19 heeft altijd al opzien gebaard: iedereen wordt genoemd, maar waarom Isaak niet? Waar is Isaak? De leraren hebben nooit getwijfeld aan de goede afloop van het verhaal, maar er zijn er die zeggen: Isaak is inderdaad geofferd. Maar God heeft hem ten leven gewekt door de dauw van de berg Hermon - zie Ps. 133, 1.4: Daar schenkt God zijn zegen, leven voor altijd. Gen 22 wordt dan a.h.w. een verrijzenisverhaal. (Die dauw maakt trouwens een boeiende carriŤre. In Ex 16,13 blijkt de dauw het manna te zijn, het brood uit de hemel. In de katholieke liturgie van oost en west is vaak gezongen over het brood uit de hemel. Ook dan gaat het over de zoon van de vader.

Na het offer van Abraham dat niet door gaat volgt terstond de dood van Sarah. De joodse traditie heeft hier vaak een causale samenhang gezien. Als Sara hoort wat Abraham van plan was ... sterft Sara. Gen 23 is een herkenbaar verhaal, met de geuren en kleuren van het oosten. Kirjath-Arba: Hebron. Hebron zal de plaats worden, waar David tot koning wordt uitgeroepen. Er is derhalve een samenhang tussen dit verhaal over de dood van Sara en het verkrijgen van het land.

††††††††† Abraham gaat in Gen 23,3 letterlijk weg van op het aangezicht van zijn dode. Gestorven zijn: niet meer zien. Het speelt zich af: van aangezicht tot aangezicht. Daarna beginnen de onderhandelingen. Abraham wil een stukje land om zijn dode te kunnen begraven. Zo komt een klein deel van het land in het bezit van Abraham. De dood van de vrouw is gekoppeld aan de ruimte van het land.

††††††††† De spelonk van Machpela (bij Hebron) . Later zal ook Abraham daar begraven worden, en Isaak en Rebekka, Jacob en Lea[16]. Daarboven is de gedachtenisruimte gebouwd, tegenwoordig in gebruik als synagoge en Moskee. In 1994 heeft een kolonist daar het einde van de Ramadan verstoort door 38 mensen om te brengen.

Isaak: een context

Isaak is het kind van de belofte, de zoon van de vader. Wat voor geschiedenis verwacht je dan? Wat je ook verwacht, niets daarvan gebeurt.

Tegen alle verwachting in is Isaak geboren. Aan hem en zijn geboorte wordt in ieder geval ook duidelijk gemaakt dat een kind niet natuurlijk is, niet vanzelfsprekend. Een kind is als een mens, een uitzondering. Steeds concreet, uniek, individueel, uiteindelijk met niets of niemand te vergelijken: een schepsel Gods.

††††††††† Isaak wordt ondanks de schijn van het tegendeel geboren. Worden lijkt vanaf het begin zijn leven te bepalen. Isaak is vooral passief, lijdend voorwerp. Gen 22 is daar het voorbeeld van. Aan het einde van het verhaal blijft de vraag. Welke vraag?

Genesis 24

Het verhaal is ontroerend. Het legt zichzelf uit. Lees de tekst met de regels van tekst-analyse: tijd, en plaats maken duidelijk, welke handeling zich afspeelt. Het begint met Abraham, het eindigt met Isaak. Tussen beiden in staan de knecht van Abraham en Rebecca.

Hoe typeer je de knecht?

Hoe zie je Rebecca?

Hoe ziet het land er uit?

Slotopmerking: Rebecca kiest zelf. Zonder uitstel kiest zij voor de weg van Abraham te gaan. Rebecca wordt de moeder van Esau en Jacob Ė al zal men bij haar vanaf het begin moeten zeggen: de moeder van Jacob en Esau, dwz de moeder van IsraŽl en de volkeren.

Het is komiek. Komiek, of is er meer aan de hand? Wanneer Isaak en Rebecca elkaar de eerste keer ontmoeten slaat hij zijn ogen op. Hij ziet kamelen. Zij slaat haar ogen op. Ze ziet Isaak. Ze vraagt: wie is die man.

Genesis 25

Het laatste wat Abraham voor Isaak te doen heeft is: een vrouw zoeken voor zijn zoon. Als dat gebeurd is, is het verhaal over Abraham snel verteld. Hij trouwt met Ketura. Wie is Ketura. Het verhaal gaat daar niet op in. Sommige mondelinge tradities menen te weten dat zij Hagar is. Vermoedelijk is de functie van het verhaal verdere verwantschap tussen volkeren aan te geven.

Uitdrukkelijk vertelt het verhaal: alles van Abraham is voor Isaak. Saillant detail: wanneer Abraham begraven wordt, dan spreekt de tekst over zijn zonen Isaak en IsmaŽl. Het is de enige keer dat de tekst hen zo in een adem (samen) noemt.

De zonen van IsmaŽl krijgen namen en plaatsen. Wederom: verwantschap tussen de volkeren.

De geschiedenis van Isaak

Zoals in Gen 11,26 de geschiedenis van Terach begint, zo begint in 25,19 de geschiedenis van Isaak, de zoon van Abraham. De naam Abraham is de kortste samenvatting van Gen 11 tot 25.

††††††††† Veertig jaar blijkt Isaak te zijn. Rebecca is zijn vrouw, en daarmee is het verhaal ongeveer uit. Evenals Sara is Rebecca onvruchtbaar. Wanneer er eindelijk zwangerschap is blijkt die situatie explosief: de kinderen vechten al in haar schoot. De geschiedenis van Isaak, wat er aan de hand is met Isaak, wordt: Esau en Jacob. Meer uitgebreid: "Esau en Jacob" die "Jacob en Isau" worden - een compleet verhaal.

Isaak verdwijnt in het verhaal al vlug naar de achtergrond. Hij wordt meer een deel van het decor. We horen nog: zijn voorkeur gaat uit naar Esau. De wat zachte Isaak houdt van de ruige en sterke buitenman. Esau de natuurmens wordt alleen maar hoofdfiguur om te laten merken dat hij geen waarde hecht aan het recht van de eerstgeborene. Verantwoordelijkheid zijn als oudste, het kan hem niets schelen. Dood gaan we toch, wat maak je je druk.
Esau is kind van Isaakís voorkeur. Hij wil van verantwoordelijkheid, dus van verhaal halen, niets weten[17].†

Rebecca weet in het verhaal van wanten. Zij is overal bij, weet wat er aan de hand en de bedoeling is. De sterke Rebecca houdt van de wat zachtere thuisblijver Jacob. Rebecca staat garant voor Jacob. Twee kinderen, twee volkeren zijn er in haar schoot. Deze verdeeldheid is bekend tot de huidige dag. Na de eenheid (Isaak, de enige) is er nu de verscheidenheid. Een feit met alle problemen vandien.

Genesis wil de geschiedenis van Jacob die als Esau wil worden, de eerstgeborene, eerst vertellen, lijkt het, blijkt. Genesis 26 zal Isaak opvoeren als onderwerp. Twee korte verhalen dragen zijn naam volop. Daarna, in Genesis 27, wordt Isaak als degene die de zegen geeft wel de hoofdfiguur, maar zijn rol is aan de kantlijn, bijrol.

Genesis 27

Het verhaal begint met het belangrijkste ingrediŽnt de ogen van Isaak. Isaaks ogen zijn verduisterd. Hij ziet niet meer wat er gebeurt. Het spel van de rolverwisseling kan nu beginnen. Alles immers ontgaat hem Ė alhoewel: alles? en ontgaan? Zou hij in de geschiedenis waarin Jacob de gezegende wordt Ė je zult maar gezegend zijn! Ė niet inderdaad een volmaakt meewerkend voorwerp kunnen zijn? Zou het niet zo kunnen zijn dat hij de moeder (Rebecca) en haar pappenheimer (Jacob) kent?

De geschiedenis legt om te beginnen zichzelf uit. Analyseer met de regels van de tekstanalyse het verhaal. Het plot is hecht. Zie het als een rollenspel. Alle zintuigen die wij met name kennen worden gebruikt en meer. Het verhaal spreekt voor zich.

††††††††† Rebecca hoort natuurlijk wat Isaak in vertrouwen tegen Esau zegt. Gaat het niet altijd zo in huize Isaak? Isaak heeft zijn wens, een stukje wildbraad Ė gaat de liefde van de man naar men zegt niet door de maag? - , nog niet geuit of Rebecca instrueert haar Jacob. Zij deelt in huize Isaak de lakens uit, zij regelt alles, tot en met de geitenbokjes waarvan de vellen de harigheid van Esau zullen suggereren. Als kleren de man maken dan bekroont het kostelijk gewaad van Esau Jacobs incognito. Isaak zal er de geur van opsnuiven. De act blijkt perfect. Isaak moet er wel aan geloven en zegent Jacob Ė al laat het verhaal tot de zegen aan het einde toe de mogelijkheid open dat Isaak weet hoe de vork aan de steel zit.†Zou Jacob niet begrepen hebben dat zijn vader hem door heeft?

Uiteindelijk krijgt ook Esau een zegen, maar de kaarten zijn geschut, met als gevolg Gen 27,41. De dagen van de rouw over mijn vader zijn aanstaande. Dan zal ik heen gaan om mijn broer te doden[18].

Alles wat er daarna gebeurt, Isaak mag zich nog uitgebreid zorgen maken over Esau en om een vrouw voor Jacob, Isaak komt niet meer verder dan het decor. Hij blijft achtergrond, verwijzing, context. In Gen 35,29 geeft hij de geest. Zijn zonen Esau en Jacob begraven hem. Zullen zij over onze vader gesproken hebben.

 

Isaak, ťťn verhaal apart. Gen 26

boom en appel

De appel valt wel ver van de boom. Abraham heeft in gen 22 moeten leren, dat de zoon niet het verlengde van de vader is. Isaak is niet mijn zoon, maar mijn zoon. Dat wordt derhalve een ander verhaal. Abraham moet in zekere zinafstand doen van zijn zoon om hem als zoon, kind van de belofte terug te krijgen. Hij zal er alles aan doen om wat hem betreft de zoon er te laten zijn, maar wat kan een vader?

Genesis 26 is het eigenlijke verhaal over Isaak. Het verhaal over Isaak lijkt het verhaal over Abraham te worden. Weer is er hongersnood in het land. Weer vertrekt men. Deze keer gaat de reis naar Gerar. Isaak is de enige van de aartsvaders wiens leven zich afspeelt in het land, als vreemdeling. Isaak gaat naar Gerar. Abimelech is er koning.

††††††††† Zoals Abraham, zo is nu Isaak bang omwille van de schoonheid van zijn vrouw. Hij doet alsof ze zijn zus is. Toevallig ziet men hem lachen met Rebecca. (Isaak betekent men/hij lacht.) Isaak wordt ter verantwoording geroepen: zij is je vrouw. Bijna was het door jouw schuld helemaal verkeerd gegaan. Abraham heeft hetzelfde gehoord. In Genesis komt uitgebreid aan de orde dat de buitenstaanders misschien wel beter zijn dan de insiders.

zaaien

Het eerste verhaal over Isaak zelf is het verhaal over de man en het land. En Isaak zaait in dat land en hij oogst in dat jaar. Honderdvoudige oogst. Zo begint het grote groeien. Zo begint ook de jalousie.

Lees je in het evangelie over de zaaier gaat uit om te zaaien (bijv Markus 4) dan moet je om te beginnen aan Isaak denken, de zoon van de vader. Als daar uiteindelijk de oogst 30, 60, honderdvoudig is, dan weet je zeker dat je met Isaak te maken hebt.

Let even op de gangbare vertalingen. Ze maken van Isaak graag een rijk, rijker, zeer rijk man. Het hebreeuws spreekt over groot, groter, zeer groot. Dat is wellicht iets anders.

de putten van abraham

Jalousie. De Filistijnen hebben uit jalousie de putten die Abraham gegraven heeft dichtgestopt. Je begrijpt: geen water, geen vruchtbaarheid op het land. Geen groei, geen leven. Uit het kale landschap blijkt de afwezigheid van ieder alternatief. Alles is hetzelfde.

††††††††† Isaaks knechten gaan de putten van Abraham weer openen. Zo wordt Abraham weer een begrip in het land. De naam van Abraham is een teken van water, van groeien en bloeien, van volop leven in het land van dromen die werkelijk kunnen zijn.

††††††††† Abimelech komt na die twee verhalen over zaaien en groeien naar Isaak. Ze sluiten een verbond. De laatste bron heet BeŽrsjeva, de Bron van de Eed. Het lijkt een en al vrede. Alleen Esau gaat de verkeerde kant op.

 

Terugkijkend naar Isaak kan men proberen iets typerends te vinden. Wat zal dat zijn. Isaak neemt niet veel plaats in. Hij richt alle aandacht op het land, op groeien en bloeien, lijkt op de vrede uit.†††

Isaaks eerste en laatste woorden laten een wonderlijke samenhang zien. Zie Gen 22,7 en 28,4.

Het verhaal begint als het verhaal van Esau en Jacob. Het eindigt als Jacob en Esau. Daarmee is alles verteld. Informatie over de eerste verhalen van deze geschiedenis vindt je in het bovenstaande.

Let wel: het verhaal gaat niet over de verhouding tussen beiden. Esau en Jacob worden wel tegenover elkaar geplaatst. In beide biografieŽn komt de ander voor. Esau en Jacob komen niet tot interactie met elkaar. Zij zijn in beider verhalen enkel een middel om tot contrasten te komen. Pas wanneer een en ander gebeurd is hebben zij met elkaar te maken. Dat blijkt in Genesis 32.

 

 

gevecht om de broederschap, solidariteit, verantwoordelijkheid en waakzaamheid

Het verbond tussen Laban en Jacob is gesloten. Beiden gaan hun weg. Engelen komen Jacob tegemoet. Wat moet er dan verhaald worden? Uit het vervolg blijkt Jacob doodsbang. Hij weet dat hij, terug in het land, zijn broer zal tegenkomen. Hij zend boden voor zijn aangezicht uit. Zo zult gij zeggen tot mijn heer, zo spreekt uw dienaar Jacob. Jacob probeert zich zo klein mogelijk te maken. Hij doet wat hij kan om het aangezicht van Esau mild te stemmen.

Bij de Jabbok valt de beslissing. Het is nacht. Jacob brengt alles wat hij heeft naar de overkant. Tenslotte moet hij wat hij is naar de overkant brengen. Een man worstelt met hen tot de dag aanbreekt. Wie is dat? Precies die vraag wil het verhaal aan de orde stellen: een man. Vul maar in. Is het een rest van een mythisch figuur, een engel, een riviergod? Is het zijn schuldgevoel? Is het zijn broer voor wie hij doodsbang is? Het verhaal vertelt het niet. Zelfs de personen in het verhaal zijn niet duidelijk meer: wie is wie?

††††††††† Hij ziet dat hij niet overwinnen kan. Hij slaat hem op zijn heup. Voortaan zal zijn lopen al een verhaal zijn. Hoe is je naam? Jacob. Voortaan zul je IsraŽl heten: hij die vecht met God en de mensen betekent die naam. Ook Jacob wil weten wie zijn tegenstander is. Wie is, om het zo maar eens te zeggen God en de mensen? De ander weigert zijn naam te zeggen, zijn identiteit te onthullen. Maar Jacob noemt de plaats Pni-eel: het aangezicht van God. Daarmee is de ander geÔdentificeerd en blijft hij een geheim.

††††††††† De zon gaat op. Dat doet hij of zij elke dag, maar zelden vertelt een verhaal dat. Ons wordt derhalve licht gegeven. Wat is er dan te zien. Jacob/IsraŽl strompelt het verhaal uit

††††††††† Elkaar eerbetoon bewijzend ontmoeten de broers elkaar. Er is geen sprake van enig probleem. Als ze willen kunnen ze onze vader zeggen, maar ze doen het niet. De tekst spreekt er niet over.

 

Jacob en zijn zonen

De zonen van Jacob, de zonen van IsraŽl. Wanneer onze vertalingen spreken over de IsraŽlieten gaat het over de zonen, de kinderen van IsraŽl.

††††††††† Alle zonen zijn geboren in de ballingschap, wanneer Jacob gevlucht is voor zijn broer. Zijn zonen zijn de kinderen van Lea. Rachel krijgt geen kinderen. Via de slavinnen komen er ook kinderen, van Rachel niet. Als eindelijk, tegen alle verwachting in. Rachel een kind krijgt, dan luidt zijn naam moge de heer er aan toe voegen. Dat betekent Josťef, Jozef. Samen met de eerste tien zijn zij de elf zonen die bij Jacob zijn wanneer hij de Jabbok over trekt. Samen met Jacob buigen ze zich aan de overkant voor Esau. De mondelinge traditie wijst erop, dat Benjamin nog niet geboren is. Hij is de enige die zich niet voor de ander gebogen heeft. Daarom zal in het land van Benjamin de Tempel gebouwd worden Ė als het ware om te zeggen dat hij zich alleen voor de Allerhoogste buigt. Bij Bethel (35,15) wordt het verbond opnieuw gesloten. Jacob krijgt te horen, zoals met Abraham, zoals met Isaak, zo met jou.

††††††††† De reis gaat verder. Nog is het land toekomst.

Bij Ephrata wordt het jongste kind geboren. Rachel heeft nog net voldoende leven om te zeggen dat hij Ben-onni, kind van mijn pijn zal heten. Zij sterft en wordt ter plaatse begraven. Ephratha ligt om zo te zeggen op de drempel van Beth-lechem. Zet je je voet in Ephrata, dan ben je in Bethlehem. De geboorteplaats van de jongste. Denk aan David.

††††††††† Jacob geeft het kind een nieuwe naam. Niet kind van mijn zorg, maar kind van mijn rechterhand. Mijn steun, mijn toeverlaat.

De geschiedenis van Esau is alsmaar verder van huis. Esau wordt het beeld van de volkeren. De geschiedenis van Jacob is: Jozef! We krijgen een verhaal te horen over de meest onpedagogische vader die maar denkbaar is. Wanneer daar problemen komen zullen de jongens bijna mogen zeggen: het is toch ook een beetje je eigen schuld. Of niet. Op de website is een apart onderdeel uitgetrokken voor Jozef en zijn broers.

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† (afgerond 19 april 1999)

 

Een recapitulatie:

Hoofdlijnen en enkele details in Genesis

Het boek Genesis is koploper voor het Exodus-complex. Immers: wanneer het gaat over de bevrijding uit de slavernij - wat of wie wordt er dan bevrijd, en, wat wij bevrijding noemen, wat is dat en hoe is het mogelijk? Vragen te over.

††††††††† Die vragen zijn belangrijk. Waarom?

††††††††† Elk zin is in de regel antwoord op een al dan niet impliciete vraag. Vind je de vraag niet de moeite waard, dan telt ook het antwoord niet. Dan is het antwoord geen antwoord. Derhalve: wanneer het gaat over bevrijding uit de slavernij - wat of wie wordt er dan bevrijd, en, bevrijding - wat is dat?

1. Degenen die bevrijd worden zijn de kinderen van Abraham, Isaak en Jacob.

2. Bevrijding is: iemand neemt verantwoordelijkheid voor je op zich, iemand gedraagt zich als betrokkene, als genoot, als broeder ...

Ad 1. Abraham heet de vader van de gelovigen. Bijbels gesproken zijn wij kinderen a) van Adam, b) van Noach, en c) van Abraham.

Ad 2. Zie daartoe a) eerst de anti-bevrijding, b) de eerstgeborene en c) zich garant stellen.

Ad 1 Ė a†

Zie Luk 3, 23-38. Wanneer Jezus door de doop in de Jordaan - hij ook, hij als eerste - als het ware gezalfde is geworden (gezalfd door de Geest van het Begin: hemel en aarde toch ťťn!) noemt Lukas alle namen: Van Jehosjoea tot en met zoon van Adam, zoon van God.

††††††††† De generatie van Adam is de generatie die geen verantwoordelijkheid neemt: Na ons de zondvloed! Dan liever de lucht in! Op de vraag: Waar ben je, Adam? antwoordt hij niet. Op de vraag: Waar is Abel, je broer? riposteert Cain: Ben ik soms mijn broers hoeder!

Ad 1 Ė b†

Met Noach begint na de voorafgaande 10 generaties iets anders. Noach krijgt zijn naam omdat deze zal ons troosten uitleg van die naam is. Troosten betekent: niet alleen laten - de aarde is toch niet alleen, hemel en aarde zijn tůch ťťn! -† Gen 1,1-2, voortdurend toe-zegging, voortdurend nieuw begin, eeuwig durende in-spiratie (spiritus is geest. Je zou mogen zeggen: inspiratie is niet je eigen stem, het is de stem van een ander - je wordt toegesproken, krijgt aan-spraak, krijgt het woord en wordt aansprakelijk, ver-antwoordelijk.

††††††††† Noach heet in Gen 6,9 rechtvaardig. Een rechtvaardige is iemand die het woord bewaart. Hoe bewaar je het woord? Door het te doen. (Vgl Deut 30, 10-20 en Ex 24,7: de bereidheid om te doen is zo groot dat men als wil doen nog voordat men gehoord heeft.)

††††††††† (Is niet ook onderwijs het doorgeven van de woorden, zodat enige structuur, samenhang en vaardigheid zichtbaar, herkenbaar, hanteerbaar wordt? Geoefende handen zijn niet een verruiming van het instinct, maar een lees-routine van het lichaam. De schrijvende hand is gehoorzaam.)

Noach bewaart het woord. Na hem is het weer spoedig het oude liedje. Noach, Troost, vormt en feite de voorbereiding op Abraham, is eye-opener voor wanhoop niet: het wordt beter.

††††††††† Voor en na Noach zijn er de tien generaties. Steeds gaat het daarbij over de eerstgeborene, die ene te midden van de anderen. Daarmee wordt het oog gericht op Abraham. Daarmee wordt ook gesproken over de eerstgeborene. (Vgl Ex 4,22; Kol 1,15.18, En wat moet dat allemaal? Zie Rom 8,29. De eerstgeborene is er omwille van de broers, draagt - door ervaring wijs geworden - de broederschap - het verbond.)

Ad 1 Ė c

Abraham, de eerstgeborene. Hij is mens voor God. Hij antwoordt, gaat met het woord. Hij is broer voor zijn broer.

Wanneer Lot het aflegt tegen de koningen van deze wereld neemt hij het op voor Lot - hij doet als God: hij bevrijdt. Gen 14,14-16. Zo wordt, wanneer de horizon horizon mag zijn, het verticale weer mogelijk, ofwel:† wanneer er een sociaal akkoord is zijn hemel en aarde - het ideale en het feitelijke - weer met elkaar verzoend.

Ad 2 Ė a

De anti-bevrijding - laat ons maar, wij zoeken het zelf wel uit! - begint zichtbaar te worden in het paradijs, maar blijft enigmatisch - het paradijs is gesloten: wij komen er dus niet in binnen om even verder te kijken. De anti-bevrijding blijkt volop bij Cain. Wanneer je het niet opneemt voor je broer - vgl Jo 18,8 - dan laat je hem vallen. Dat is het onverschillige Na ons de zondvloed: ieder voor zich en God voor ons allen.

Ad 2 Ė b

De eerstgeborene is niet degene die als eerste uit de moederschoot komt. Eerstgeborene ben je niet van nature. Eerstgeborene wordt je door antwoord te geven. (Jacob meent zich dat prematuur te moeten toe-eigenen. Daarom wordt hij ook de heer, de gezegende, die dient. Hij vlucht voor Esau en wordt knecht bij Laban.)

††††††††† Eerstgeborene ben je niet van nature. Dat leren we om te beginnen aan Esau en Jacob. Het kost Esau geen moeite om zijn recht/plicht van de eerstgeborene af te staan. Verantwoordelijkheid is onzin! Dood gaan we toch! (Gen 25,32)

††††††††† Vervolgens is er het verhaal van de zonen van Jacob. Ruben, de oudste, probeert een spelletje. Als de anderen Jozef willen doden komt hij met de slimme noodoplossing: Gooi hem in de put. Hij wil hem dan s nachts los laten. Hij heeft niet met de kooplieden, Ismaelieten uit Gilead en hun kamelen, hun specerijen, balsem en mirre gerekend (Gen 37,25). Zo keert in Gen 37, 30 de ervaring van Esau terug: als je je broer, je naaste, doodt, verspeel je je eigen plaats.

†††††††††

Ad 2 Ė c

Verderop in de geschiedenis van de zonen van Jacob blijkt Juda zich verantwoordelijk te weten. Hij stelt zich borg voor de jongste, Benjamin. Daarmee wordt hij de eerstgeborene - Gen 44,32! - borg voor zijn broers (vgl Mt 28,10! - deze broer maakt ons tot broers, naasten, kinderen van onze vader), borgt de broederschap.

Kinderen van Abraham, Isaak en Jacob.

Abraham: drie hoofdverhalen.

††††††††† A. Gen 12: Ga ... en hij gaat overeenkomstig het woord.

††††††††† B. Gen 18: het kind, het geheim van de gastvrijheid - ofwel: de toekomst gaat open in het goed zijn (vgl Gen 1: zo doen zoals gezegd is) voor de ander(en). Ofwel: je wordt ik (eerste persoon) door er voor de de derde te zijn. In de bijbel is dat de weerloze, de vreemdeling, de weduwe en de wees - zie Deut 24,17-22 - degene voor wie er niemand is. Uit bevrijdend doen blijkt dat jij bevrijd bent!

††††††††† C. Gen 22. De opheffing en binding van Isaak. De vader krijgt zijn zoon weer, vanuit het horen. Niet meer mijn zoon, maar mijn zoon.†††

Isaak: de ene, de zoon van de vader. Zijn sprekend leven begint en eindigt met mijn vader. Isaak opent de bronnen die zijn vader Abraham gegraven heeft en die de Filistijnen uit afgunst hebben dichtgestopt. Geen bron > geen naam van Abraham en geen water > geen groei en bloei maar dood. De bronnen openen > de naam van de vader herstellen over het land > weer water > weer groei en bloei > zegen.

Jacob: Esau en Jacob wordt Jacob en Esau. Geen verhaal doet zoveel beroep op heel de mens met al zijn zintuigen. De vruchtbaarheid die niet vanzelfsprekend is, het kind als geschenk en uitkomst, maar ook die dreigende toekomst, machtsverhoudingen, bedrog, komplotteren, leven in veelvoud en hoe bewaar je de moeizame vrede?

††††††††† Hij met zijn zoon en zij met haar zoon. De zachte Isaak houdt van de sterke Esau, en de sterke Rebecca loopt over voor haar huiselijke Jacob aan moeders rok.

††††††††† Jacob en zijn zonen wordt uiteindelijk paradigma voor heel de wereld die in slavernij verkeert. Tot de grote ommekeer! Jacobs zoon Juda neemt de verantwoordelijkheid. Juda < JHDWH: uitspreken jehoedah > jood. De rabbijnen merken op: je ziet onuitsprekelijke naam van God: JHWH, met daarin de D van David, de grote koning. Daarmee is wellicht Mt 1,1 nu als ťťn mededeling te lezen.

Wanneer Jacob gestorven is wordt hij begraven in het land Kanaan, in de spelonk van Machpela waar ook Sara en Abraham, Isaak en Rebecca, en Lea begraven zijn. Jozef wordt begraven in een kist in Egypte. Daarmee is alles klaar voor het hoofdverhaal van de TeNaCh. En Mozes neemt de beenderen van Jozef mee, met jullie, op, weg van hier.

© Jan Engelen, Herten-Roermond,
Tweede Pinksterdag, maandag 27 mei 1996.


Inhoud

 

Abraham I (Gen 12 vv.)

Voorgeschiedenis en referentie 113

Een nieuw plot, een nieuwe opzet

Niet horen.
Naam.
Horen.

Wanneer het verleden niet meer bestaat en de toekomst nog niet is, ofwel Ďhedení

Uit
Naar.
En.
Heden.
Land.
Zoon.
Twee themata: land en zoon
Zegenen.
Het Woord
Beeld en gelijkenis.
Dť uitzondering
Het land: hongersnood.
Het land, de oorlog, het slachtoffer: gerechtigheid
Melkitsedek

Abraham II (Gen 18vv)

Het nieuwe Verbond.
Niet van nature.

Nieuwe Namen: Abraham en Sarah.
Abraham, een vriend voor vreemdelingen - ofwel: Het kind, de vrucht van de gastvrijheid.
Advocaat Abraham
Tien.
Hťt argument

Abraham III: (Gen 22)

Isaak: een context
Genesis 24
Genesis 25

De geschiedenis van Isaak
Genesis 27

 

Isaak, ťťn verhaal apart. Gen 26

boom en appel
zaaien
de putten van abraham
Jacob en Esau
Jacob en zijn zonen


Een recapitulatie

Hoofdlijnen en enkele details in Genesis

1.Die bevrijd worden zijn de kinderen van Abraham
2. Bevrijding is: iemand neem verantwoordelijkheid voor je op zich
Ad 1
ad2

1a
1b
1c

Abraham, de eerstgeborene.

2a
2b
2c

Kinderen van Abraham, Isaak en Jacob.

bijbel home

†††† [1]Woord voor woord I begint met een verhaal over Terach, afkomstig uit de Midrasj.

†††† [2]Pas in Gen 17, voor het verhaal over de gastvrijheid met zijn over een jaar,† krijgt Abraham zijn definitieve naam.

†††† [3]Nl. verwekte, de vader van. Vanaf Gen 1 - de planten en bomen met hun zaad; en tegen de mens groei en bloei - hoort de toekomst bij de schepping. De farao die in Ex 1 de jongetjes laat vermoorden pretendeert niet anders dan de toekomst stil te zetten, op te heffen. Daarmee blijkt hij een anti- of afgod.

†††† [4]Eerstgeborene.

†††† [5]De naam is je identiteit, jij. Naam is roeping: daar is verwachting geÔnvesteerd.

†††† [6]Bij heden hoort bijbels gesproken altijd Ps 95,7: Want hij is onze God en wij - (de hebreeuwse leestekens willen hier uitdrukkelijk een grote pauze: de stilte moet klinken. Als hij onze God is, wat zijn wij dan? - het volk waar hij herder van is, de kudde van zijn hand. Dan de inslag: heden, als je maar naar zijn stem luistert. Verhardt jullie harten niet zoals in Meriba, zoals op de dag van Massa in de woestijn. Daarmee verwijst de Psalm naar Ex 17. De doortocht door de Rode Zee is dan net drie hoofdstukken oud en ze/we hebben het wel gezien: we hebben dorst en we krijgen niets te drinken. Daar, in Ex 17 (waar ze God willen toetsen, tot spreken willen dwingen) vind je ook de brandende vraag in de woestijn: Is de Heer in ons midden of is hij dat niet! Met andere woorden: bestaat bevrijding uit de slavernij of bestaat dat niet? Bestaat bevrijding of niet? Gaat dat leven van ons ergens over? heeft het zin, een richting, of niet?

††††††††††† Bij heden hoort bijbels gesproken ook Deut 5,3: Niet met onze vaderen heeft de Heer dit verbond geslotenmaar met ons zoals wij hier heden allen leven.

†††† [7]In 1994 was die plaats in het nieuws. Boven die plaats is een groot bouwwerk in Herodiaanse stijl gebouwd. In de loop van de geschiedenis was het voortdurend een religieus gebouw. Tegenwoordig is het voor een deel synagoge en voor een deel een moskee. Op het einde van de Ramadan heeft iemand gemeend de vrede te kunnendienen door tijdens een Islamitische gebedsbijeenkomst zijn geweer leeg te schieten.

†††† [8]Met uitzondering van Rachel. Bij de geboorte van Benjamin sterft zij, in Ephrata/Bethlechem.

†††† [9]In Gen 2,18 horen we Gods initiatief: het is niet goed dat de mens alleen is. Er zal een hulp hem tegenover komen. Het streven is derhalve naar een relatie van aangezicht tot aangezicht. Dan komen alle dieren. Die zijn het niet: voor zichzelf vond hij geen hulp hem tegenover! Pas tegen de achtergrond van het gemis komt de andere mens te voorschijn: eindelijk deze, vlees uit mijn vlees, been uit mijn been: even kwetsbaar en even sterk als ik!

†††† [10]Met zussen is het geheel anders. Daartoe dienen Racheel en Lea. Als er twee zijn waarbij de een staat op de plaats die de ander toekomt, dan zijn zij het wel. Toch blijkt tussen die twee geen spoor van afgunst of haat. Genesis laat aan broers zien dat broederschap betekent: de jongens hebben nog veel te leren.

†††† [11]Besef goed de rol van Lot in het verhaal. Evenals Abraham pars pro toto is voor IsraŽl, zo is Lot pars pro toto voor devolkeren. Dat begrip, de volkeren vind je in je bijbel in de regel vertaald met de heidenen. Dat klinkt nogal depreciatief terwijl dat de bedoeling van de term niet is. Met heidenen, beter volkerenwordt bedoeld degenen die niet weten waar het over gaat wanneer je zegt:"Wij waren slaven in Egypte en Hij heeft ons bevrijd".

    [12]Joodse uitleg in de vorm van een verhaal.

    [13]Bij gastvrijheid: denk ook aan er was voor hem geen plaats in de herberg. Wanneer Jezus sterft in Jerusalem dan is dat het gevolg van beslissingen van de Hogepriester en Pilatus. Beiden zijn representatief voor IsraŽl (Hogepriester) en de Volkeren (Pilatus). Nooit was heel de wereld het zozeer met zichzelf en met elkaar eens als toen het ging om hem.

    [14]Zie, dit is het onrecht van je zus SedÚm: hoogmoed. Ze heeft brood in overvloed en zorgeloze rust, zij en haar dochters, maar de hand van de arme en hulpbehoevende sterkt ze niet. - Ez.16,49.

††† [15]Zo ook: als God de Messias gedenkt, redt Hij de wereld.

††† [16]Waar is Rachel begraven? Zie Gen 3,19.

††† [17] Van hieruit kun je peinsen. Als Isaak de zoon van de vader is Ė Johannes, de verteller van het vierde evangelie noemt de namen van alle hoofdverhalen uit Genesis, maar niet de naam van Isaak, de zoon van de vader. Voor de zoon van Isaak moet je blijkbaar bij het onderwerp van het evangelie zijn. Zie Johannes 8,53-58. (De mensen van Judea hebben het over Abraham: gestorven! Voor wie houd je je! Hun taal komt in de buurt van Gen 25,32. In de visie van Johannes dreigen zij hun recht te gaan verspelen.)

Isaak houdt van Esau. Jacob wordt in Gen 32,28 IsraŽl. Esau is niet-IsraŽl, ofwel, bijbels gesproken, de volkeren. Dit alles kan (nogal kryptisch) toelichten wat volgens Johannes de messias van IsraŽl met ons,de volkeren, te maken heeft.†

††† [18] Vanhieruit mag je nadenken over MattheŁs 8,21. De vraag moet dan wel worden: wat is deze leerling met zijn broer van plan? Een indirect antwoord op die vraag biedt mogelijkerwijs MattheŁs 28,10.