BIJ WIJZE VAN OUVERTURE

Genesis

 

Eerste aanwijzing met betrekking tot Genesis: uit de Tora. Genesis is het eerste van de Pentateuch, de vijf boeken die aan het begin van iedere bijbel staan. Deze vijf boeken noemt men ook wel de vijf boeken van Mozes, of kortweg de Tora. Genesis gaat vooraf aan dat wat er aan de hand is, de geschiedenis van de Tora, het verhaal dat alle verhalen van de TeNaCh van begin af aan bijeen houdt, zijn definitieve klank en kleur geeft: Exodus! Bevrijding , de Heer bevrijdt. Dat aloude en principiŽle exodus-verhaal wil vertellen hoe het volk uit het duister van de slavernij aan het licht komt, hoe het een weg zoekt door een eigenlijk niet begaanbare wereld (woestijn) naar het land dat zwaar is van beloften, veelbelovend, en hoe het voor de Jordaan staat met het oog op het land - om opnieuw te beginnen, telkens weer. De Tora is vanaf het begin zoiets als een vrijgeleide, een woord voor onderweg, een woord gaandeweg. Het woord wordt een pad, getuigt van leven, zelfs overleven. Het is een viaticum ,spijs voor onderweg, leeftocht die een borg wil zijn. Want de Tora staat er borg voor. Het is mogelijk, het kan. Wat is dan mogelijk, wat is zo belangrijk dat de bijbelse traditie er garant voor wil staan? Het is mogelijk, zelfs ondanks alles, mens te zijn op aarde. Je bent geneigd te denken, dat het dus een kwestie van land veroveren wordt, dat het een kwestie van macht is. Niets is minder waar. Er is iemand die zich over de ontkende, miskende mensen ontfermt, die er wil zijn voor wie er niemand is, die de partij van de armen kiest. Mens zijn bestaat en Ö het kan nergens anders dan alleen hier en nu. De verhalen voegen een kostbaar ingrediŽnt toe aan het heden. Ervaringen van vroeger zijn op verhaal gebracht, tot les gemaakt. Lessen voor overlevenden. De Tora valt niet uit de lucht. Zij wordt definitief tijdens de Babylonische Ballingschap bijeen gebracht, tot eenheid verzameld - uitgelezen toťn: om er weer uit te komen, om verder te komen dan enkel overlevende te zijn. Als je vertellen kunt, wie weet zelfs vertellen moet , wat vertel je dan? Waar leg je het begin? Hoe breng je ordening in de chaos die deze tijd en wereld is? Precies dat doet het-verhaal-aan-het-hoofd. Het rumoer, alle klank, elke poging van het orkest om de juiste toonhoogte te vinden wordt gestaakt. De creativiteit van de kunstenaar of het eigen initiatief dat het woord zou willen nemen zijn niet meer ter zake. Een verhaal gaat beginnen, het neemt zelf het woord wanneer er iemand is die vertellen kan, wil of wil leren. Het verhaal leent enkel jouw stem die vertelt of leest. Tweede aanwijzing: lezen Bijbels lezen is eigenlijk hardop lezen, want je moet en zult het woord horen. Het geloof is uit het horen (Rom 10,17). Hoor, IsraŽl, de Heer is onze God (Deut. 6,4). Zo men zou willen zoeken naar iets typerends, iets dat men een "Joodse geloofsbelijdenis" zou kunnen noemen, dan is Deut 6,4 - Hoor IsraŽl - de regel die daarvoor in aanmerking komt. Elke ochtend en elke avond zal hij gebeden worden als vertolking van de grondhouding van mensen die met de Joodse Traditie leven. Zij willen horen. Wanneer in de woestijn het verbond gesloten wordt, geeft de tekst te lezen: En we zullen het doen, en we zullen horen (Ex 24,7). Het doen staat voorop. Want horen is meer dan het opvangen van geluidstrillingen. Het wil de handen richten, aanwijzing voor het leven van elke dag zijn. Derde aanwijzing: in de richting van genesis Genesis begint met de verhalen die men in de regel aanduidt als "het scheppingsverhaal". Dat eerste verhaal heeft evenwel niet de eeuwen getrotseerd om de mens van nu antwoord te kunnen geven wanneer hij of zij, vťr over de sterren heen, op zoek is naar het prille begin van onze aardkorst waarop wij opeens blijken te leven. Genesis 1 is niet het verhaal van het stiekeme gelijk van God, waarin Deze zich ontpopt als een nog betere natuurwetenschapper. Genesis 1 is niet het laatste woord, wil geen paal en perk stellen aan de nieuwsgierigheid waarmee een mens kan kijken naar de (haar/zijn) wereld.

Genesis 1 geeft de eerste woorden. Het leidt de ogen in de richting van wat het vertellen wil. Wat wil het dan vertellen? Daarvoor kunnen geen andere woorden dienen dan die welke de tekst geeft. Maar waarom wil het dan geen andere woorden geven dan deze? Ook die vraag kan men alleen voorleggen aan de tekst, desnoods noteren in een voetnoot, een kantlijn of een vragenlijst. Wie weet zijn het allemaal goede vragen, vragen die van begrip getuigen, die als programmatische momenten reeds aan het werk zijn in de tekst als tekst en die zo aanstonds beantwoord gaan worden. Maar niet alle vragen zijn in dit verband goed. Alleen vragen die met het onderwerp te maken hebben zijn goed. Onderwerp van het eerste verhaal is de tekst zelf.
Genesis 1 is het eerste woord - al heeft het Joodse leraren gefascineerd, dat dit eerste woord in de taal van de Schrift, het Hebreeuws, begint met de letter B, ook in het Hebreeuws de tweede letter van het alfabet. Van die vondst hebben zij een les gemaakt. De Schrift begint met de letter B om je er aan te herinneren dat dŗt niet het begin van de Tora is. Het begin, de letter A, is te vinden in Ex 20,1: Anochi/Ik ben de Heer, je God, die je uit het het land Egypte, uit het slavenhuis heb doen uitgaan. In de Midrasj vindt je de vraag:"Waarom begint de Schrift, Gods woord aan ons, met zo iets onbelangrijks als in het begin? Waarom begint de Tora niet met iets belangrijks als het Verbond, de Tora, de Tempel, de Mesjiach?" Het antwoord luidt: Natuurlijk is de Tora belangrijk, Gods woord aan ons. En het Verbond, mogen het van kracht blijven. En moge de Tempel spoedig herbouwd worden, en moge de Mesjiach weldra komen. Maar het allerbelangrijkste is het voor een mens om te beginnen. Daarom begint de Schrift met het begin. Vierde aanwijzing: om te beginnen In den beginne schept God de hemelen en de aarde.
De naam Genesis ontstaat tegelijk met de LXX (Septuaginta, de Joodse vertaling in het Grieks uit de 2e eeuw voor de Gewone Jaartelling). De Joodse traditie noemt Genesis in het hebreeuws naar het eerste woord: Beresjiet. De synagoge begint het boek officiŽel te lezen op het feest Vreugde der Wet. Daaraan voorafgaand zijn de laatste (hoofdstukken en) woorden van Deuteronomium gelezen, het slot van de vijf boeken van Mozes. Op Sjimchath Tora (Vreugde der Wet) wordt de boekrol teruggedraaid naar het begin. Opnieuw gaat het volk bij Mozes in de leer. Kinderen krijgen die dag in de Synagoge bruidsuikers. Aldus leer je, hoe zoet het is, Gods Woord te leren. Het is heerlijk om te leren. Vijfde aanwijzing: leesrichting "Wij waren slaven in Egypte en Hij heeft ons bevrijd". Dat is begin en einde, samenvatting ook van de Tora. Genesis gaat over die wij. Dat is geen amorfe massa, niet het joodse volk of de IsraŽlieten - zie NBG of KBS in Ex 1,1. Wij (hier en nu) zijn toch ook niet het nederlandse volk. Exodus 1 spreekt over de kinderen van IsraŽl (de nieuwe naam van Jacob). Wij in Exodus zijn de kinderen van Abraham, Isaak en Jacob. Zij worden in hun verhalen meegenoemd en gaan daarin mee. Abraham, Isaak en Jacob vatten de verhalen uit Genesis samen. (Mt doe hetzelfde in Mt 1,2). Genesis 1 geeft een opmaat. De dirigent beweegt zijn hand omhoog. Alle verwachting concentreert zich. Gen 2,4b-11,26 is het eerste pakket: hoe verkeerd de opzet uitpakt. De mens die op alle mogelijke wijzen doet alsof h/zij alleen is. Zie daartoe de laatste paginas van de informatie uit de inleiding tot het vakgebied. In Gen 11,27 begint "Gen 12, het verhaal van Abraham".

Bij wijze van ouverture

genesis

bijbel

home