Dr. Jan C.M.Engelen, Genesis 1,1. Zeven stappen om te beginnen

Zeven stappen om te beginnen[1]

Bij Genesis 1,1

 

Vooraf

Het grootste probleem als je begint bijbel te lezen is wellicht, het feit dat aan de bijbel gezag wordt toegekend. Hoeveel gezag doet er niet toe. Het boek, de bijbel, heeft een nog niet bepaalde of niet te bepalen invloed, betekenis[2].

 

Met andere woorden:Iets als betekenis, van betekenis voegt zich ongeweten, ongemerkt, tussen mij en het boek. Iets dat mij te boven gaat heeft een zekere aanspraak of claim op mij.
Letterlijk: vóór het boek besef je, ook onuitgesproken, dat er voor dit boek, deze handbibliotheek, verzameling van boeken, een verantwoordelijkheid geldt, of een wijsheid, die verder gaat dan jij of ik verantwoorden of bewijzen kan.

Met alles wat ik weet: wanneer het over deze dingen gaat wéét ik het nóóit.

 

Anders gezegd!
Het spreken over of de uitleg van de verhalen uit de bijbelse literatuur speelt zich om te beginnen af binnen een afgeschermd gebied. Het is als het ware "onttrokken aan de wereld waarin en waarover ik alles te vertellen heb". Zoals ik niets te vertellen heb over de taal die ik spreek met al zijn regels die zogenaam natuurlijk zijn. "Iedereen weet toch...!" De ervaring dat ik in mijn wereld beperkt ben, begrensd, dat gevoel of inzicht is gelijk opgegaan en meegegroeid met je leven. Nog mooier: dat gevoel ben je – van jongs af aan. Daarom is het niet eenvoudig om hier, vóór dit oude boek, je eigen ogen en oren te geloven en te beginnen bij jezelf.

 

Wanneer je zelf de oorsprong van je eigen verstaan wordt, is er wel iets beslissends gebeurd. Voortaan ben jij, en in toenemende mate, zelf, verantwoordelijk voor je eigen verstaan. Straks zal blijken dat dit minder eenzaam is dan het lijkt.

 

Ook in een volwassen omgaan met de bijbelse literatuur ben je niet alleen. Wie zijn hoofd buigt voor het boek en met lezen begint, doet wat vele anderen geleidelijk aan blijken te doen. Je sluit je aan bij een leesgezelschap dat de grenzen van de eigen tijd en ruimte doorbreekt. Vele anderen lezen en hebben gelezen, en hebben daar verslag van gedaan. Hun verhaal kan stof bieden voor je eigen verhaal.

 

Zoals alles lees je ook de bijbel in de eerste persoon enkelvoud. In je eigen lezen ben je actief. Maar wat je leest wordt je aangeboden. Daar ben je receptief of passief, voortdurend.

 

Alshet bestaat is de tekst verantwoordelijk voor zichzelf. Hij heeft in ieder geval zijn eigen verhaal, zijn eigen geschiedenis.
Jij vindt de tekst niet uit. Ook al benader je de tekst in een vertaling en na een lange geschiedenis met zijn vele verhalen, de tekst is er, tref ik aan.
Ik ben niet verantwoordelijk voor de tekst. Ik ben wel verantwoordelijk voor mijn verstaan.

 

Mensen onder elkaar ontdekken soms dat het niet eenvoudig is elkaar te verstaan of te begrijpen. Daarbij gaat het niet over de misverstanden die voor het oprapen liggen. De ander is werkelijk een ander, hoort, ziet, voelt, denkt anders. Daarom is het soms is ook, in alle welwillendheid, heel moeilijk, elkaar te verstaan. En dan weten we nog niet eens wat dat het is, dat zo moeilijk is.

 

Dus, laten we het maar eens proberen. Ik zal proberen op verschillende manieren te beginnen. Misschien is er een manier bij waar jij iets mee kunt.

Jan Engelen, 21 oktober 2014

 

Begin nr. 1: Je gaat beginnen.

Er zijn intussen zoveel kopieën van de bijbel[3]. Het moet wel eenvoudig zijn het boek open te maken en te beginnen met lezen. Toch: voordat het zover heeft kunnen zijn is er in feite veel tijd voorbijgegaan rond de tekst.

Je denkt dat je weet wat je leest. Je komt verhalen en woorden tegen die je bekend voorkomen. Dit heb je al eerder gehoord of gelezen.

Niemand schrikt bij in den beginnen schiep God de hemel en de aarde of bij namen als Adam en Eva. Iedereen kent dat. Ook bij God kijk je niet verbaasd op. Je treft die naam zelfs op de euro’s. Ook werkwoorden als scheppen, of hemel en aarde, net als Jerusalem of Bethlehem – het is allemaal bekend. En Abraham, en David, of Jesaja. Maar intussen!

 

Tussen jou en de tekst gaan vele geschiedenissen schuil. Denk maar aan al die verwikkelingen waarin vroeger het gezag van kerk en staat de tekst liet klinken. Denk aan zo helpe mij God almachtig. Denk aan de situaties waarin de teksten het leven van mensen tot in details blijkbaar, wisten te bepalen. Denk ook aan je eigen geschiedenis met alles wat je al dan niet toevallig hebt opgedaan. Je kinderlijk vertrouwen. Je onschuld. Je ontroering. Het stille licht van Kerstmis. Het verhaal van Adam en Eva gaat al bijna heel je leven met je mee. Zo ook de verhalen die Jezus vertelde of de verhalen die over Jezus vertellen.

Een bijbeltekst gaan lezen heeft iets van de reconstructie of restauratie van een kunstwerk. Je moet door veel aanslibsel heen. Lagen zullen moeten worden verwijderd om iets van het oorspronkelijke kunstwerk terug te brengen.

Bijbel lezen wordt een ontdekkingsreis met veel omzwervingen, om vaak simpele zaken te vinden. Maar hoe het ook gaat: de tekst blijft als het goed is voor ons uit gaan. Hij motiveert het lezen, brengt dichterbij wat zonder ons ver weg is. Bijbel lezen blijft een leven lang "erbij zijn", leren.

Bovenstaande inleidende opmerkingen gelden voor ieder bekende bijbeltekst, zeker voor de bekende verhalen. Wat we kennen lezen we altijd in een gesloten cirkel, een soort kortsluiting. Misschien helpt de moderne techniek bij een voorbeeld.

Velen hebben een video of dvd-speler. Dan ken je de volgende ervaring. Er is een film die je mooi vindt. Je koopt of huurt er een opname van. Je gaat de film opnieuw  bekijken. Het zal je bij de tweede keer zien opvallen, hoe weinig je de eerste keer gezien hebt. De film biedt zoveel meer details dan jij de eerste keer hebt opgemerkt. En vermoedelijk zal dat bij derde en vierde keer kijken ook nog het geval zijn. Hetzelfde merk je bij een boek dat je dierbaar is.
De situatie is niet onverklaarbaar. Over een goede film is veel nagedacht. Velen hebben er aan gewerkt. Het verhaal, het plot, het script, maar ook de locaties, de belichting, de spelers, de aankleding, de grime, het tempo, de wendingen, de muziek, enz., tot en met het knippen en plakken van alle rushes die voor deze film gemaakt zijn.
Op een of andere manier is dat ook aan de orde bij bijbelteksten.

Bovendien: Nooit heeft iemand gezegd: kom, we gaan eens een bijbeltekst maken. Nooit heeft iemand de pretentie gehad Gods woord vast te leggen. Altijd is de bijbeltekst er reeds, eeuwenlang. De tekst wordt aangetroffen. De tijd heeft hem tot oninhaalbaar heden gemaakt.

Hoezeer ik me ook fragmenten en flarden eigen heb gemaakt, de tekst is niet wat ik er van weet of me voorstel. En zoals Hamlet (zolang er spelers, kijkers  en lezers zijn) nog steeds niet is uitgespeeld, zo is de Bijbelse Literatuur nog steeds niet uitgelezen. Met alle leeservaring begint het eigenlijke lezen pas zodra je begint te lezen. Dat gaan we proberen.

 

Het is niet de bedoeling dat je de eerste of de tweede keer alles begrijpt. Lees ook niet te lang of te veel in het begin. Je moet wennen aan de taal, ook aan de taal van het commentaar. Neem hier en daar een zin of een paar woorden over die je opvallen. Het verdient ook de voorkeur om eerst de betreffende tekst te lezen. Dat is hier gemakkelijk.

Lees Genesis 1,1. Eventueel leg je in het kort voor jezelf vast wat je gelezen hebt, of noteer een paar vragen. Dan begint het commentaar. In de tekst bij Genesis 1,1 beginnen we zeven keer met Genesis 1. Na ieder punt leg je in twee drie zinnen vast wat jij het belangrijkste vindt.

Als je alles van deze pagina gelezen hebt maak je je laatste korte aantekeningen, Kijk je nog eens naar je eerste eigen aantekeningen. Lees nog eens Genesis 1,1. Je moet nu anders lezen. Het verschil is de tijd en aandacht die je gegeven hebt, en wat je onderweg gevonden hebt.

 

 

 

Begin nr. 2: De eerste woorden

Eigenlijk kun je niet zo maar met Genesis 1 beginnen. Maar stel je voor dat je dat niet weet. Je begint gewoon met Genesis 1. Je begint gewoon te lezen. Ook dan is het niet zo duidelijk. Want Genesis 1 lees je altijd in een bepaalde vertaling. Beperken we ons tot de meest gangbare[4].

            NBG:  In den beginne schiep God de hemel en de aarde.

            WB:    In het begin schiep God de hemel en de aarde

            NBV:   In het begin schiep God de hemel en de aarde

 

Je ziet: over de tekst is niet veel discussie. Er is een gangbare zin. Er is een onderwerp. God. Er is een werkwoord. Scheppen. Dat werkwoord staat in de verleden tijd. Het is dus iets dat God gedaan heeft in het verleden. God schiep. Welnu: dat komt mooi uit. Want de tijd wordt ook aangegeven. God schiep in den beginne of in het begin.

We weten na de lezing van deze volzin, hoe het begonnen is. God heeft in het begin geschapen. Wat heeft hij dan geschapen? Ook dat staat in de zin. Hij heeft twee dingen geschapen. De hemel en de aarde.

Wat weten we nu?

We weten dat het begonnen is, hoe, door wie, op welke manier, en wat zodoende begonnen is. Hierover kan geen probleem of onduidelijkheid meer zijn.

 

In de loop van de geschiedenis is natuurlijk de vraag opgeworpen: wat gaat er aan de schepping vooraf? Die vraag hing samen met het feit dat kunstenaars ook voor scheppers werden aangezien. Dat had te maken met de latijnse vertaling van deze regel. In het latijn staat creavit. Creatie, creativiteit en creatieve mensen liggen dan op de loer. Maar gelukkig. Komt tijd komt raad. De kunstenaar schept zijn creatie uit iets. Zo is bedacht dat God, origineel, uit het niets geschapen heeft. Anderen zeiden: dat kan niet. Niets is niets. Niets kan dus niet zijn. God kan niet iets scheppen uit iets dat niets is. De redenering is als het dansen van een vlinder rond een brandende kaars. Dat wordt niets.

 

Het onderwerp uit de eerste zin van Genesis 1 levert in de Europese geschiedenis[5] nauwelijks een probleem op. Want God is de schepper van hemel en aarde. Hij is eeuwenlang de Baas van de Baas. Zelfs koningen en keizers moeten voor hem op de knieën[6], moeten zich tegenover hem verantwoorden[7].  God speelt, zo gezien, een rol binnen de gangbare patronen van de Baas, het Gezag.

 

Hemel en aarde waren ook geen probleem. De aarde was hier. Dat is die bal waarop wij wonen, bekend uit het aardrijkskundelokaal van een school. Zo zijn er meer van die ballen, planeten geheten. En er zijn sterren. Hemel en aarde is eigenlijk het heelal. God heeft alles geschapen. In kerken hoor je soms ook heel geleerd bidden tot: “Heer van het Heelal”, of “Meester van het Universum”. Eigenlijk geinig! Als je hemel en aarde afschaft kun je niet meer zeggen: onze vader die in de hemel zijt. Of: Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel (katholieke versie) of gelijk in de hemel zo ook op aarde. Kerstmis (eer aan God in de hoge en vrede op aarde) wordt ook moeilijker.

 

Scheppen is niet moeilijk. Dat betekent maken. God schept is: God maakt. Genesis 1 is oorspronkelijk hebreeuws. In Genesis 1 vind je afwisselend scheppen[8] en maken. Gen 2,4 vind je dat God geschapen heeft om of door te maken. Het lijkt er op of de kans bestaat, dat scheppen niet identiek zou zijn met maken.
In feite is scheppen het enige werkwoord in Genesis 1 waarvan alleen God onderwerp is. Wat het ook moge betekenen: God heeft daarvan het alleenvertoningsrecht, wat dat ook moge betekenen.

 

Tenslotte – bij dit eerste begin – het volgende.
Als vanzelf denk je in het vlaams-nederlandse taalgebied bij begin aan echt beginnen. Wij denken dan altijd aan de klok. Ooit moet de wereld begonnen zijn. Over dat begin heeft Genesis 1 het. Toch moet ook hier een vraagteken geplaatst worden. Zo zeker als dat begin er dan ook moet zijn, niemand weet daar vooralsnog van.

Nog steeds is ieder geconstateerd begin een vooronderstelling. Wanneer begint de voorstelling in de schouwburg? Als het om kwart over acht begint dan is vijf minuten eerder te vroeg. Toch: het feit dat het om 8.15 uur begint betekent, dan mensen eerder begonnen zijn om de voorstelling op tijd te kunnen laten beginnen. Dan hebben we het over de toneelknechten, maar ook over de spelers, de drukkers van de teksten, de producenten van de elektriciteit die in de zaal nodig is. Het begin staat allerminst wast. Het is enkel een denkluiheid of een afspraak.

Voor de lezer begint een boek in de regel op pagina 7. Dat betekent dat er andere pagina’s aan vooraf gaan, ook al tel ik die niet. Voor de schrijver is het boek al veel eerder begonnen. Een idee, een beeld, een paar woorden.

Kortom: het begin als absoluut begin staat niet vast. Het is steeds relatief, voorlopig, bij wijze van afspraak. Zou dan in den beginne gaan over toen de klok begon te tikken wanneer ze toen een klok hadden gehad. Dat is niet waarschijnlijk. En er is meer.
In den beginne is een vertaling uit het grieks, het latijn, uiteindelijk uit het hebreeuws[9]. Beperken we ons tot het hebreeuws, de oorspronkelijke klank en taal van het boek. In het hebreeuws lees je be-resjiet. Be is een voorzetsel. Het betekent bij of in. Resjiet is een vorm van het zelfstandig naamwoord roosj. Het betekent hoofd. Denk aan hoofdstad, hoofd van de school, aan hoofd- en bijzaken, het hoofd van de tafel of de belhamel aan het hoofd.
Daarmee blijkt om te beginnen meer mogelijk dan de verholen blik op de klok. Wellicht wil Genesis 1 iets anders dan een zeer oude en dus gebrekkige verklaring van het er zijn van de wereld met alles er op en er in aangeven[10]. Wellicht is geschiedenis meer dan het verhaal dat historici proberen te schrijven.

 

 

Begin nr. 3: Geschiedenis

De lezer zelf is de architect en constructeur van haar of zijn eigen lezen. Dat betekent dus dat je in je eigen begrip een hoofdrol speelt. Niemand anders kan  namens jou begrijpen of verstaan, begrip of verstand hebben. Je moet het zelf doen. Dat betekent uitzondering zijn, ik zijn.

Het aanbod van de tekst verwerk je zelf. De tekst, de woorden en zinnen wekken een indruk en die neem je op, geef je een plaats. Soms denk je te vlug dat je weet hoe het zit of wat er verteld wordt. Achteraf botsen dan beelden, opvattingen en inzichten. Je blijkt bevooroordeeld. Je zit verkeerd. Je moet je begrip opnieuw gaan construeren. Anderen kunnen je hoogstens helpen bij dit werk. Ze kunnen je bijvoorbeeld laten je zien wat je doet. Ze spiegelen je doen en laten.

Een mogelijk andere visie kan een vraag betekenen: Is dit wat ik wilde of bedoelde? Zo ben je niet veroordeeld tot je intuïtief begrijpen, tot je mening of opvatting. Als het goed is krijg je door de tijd wisselgeld, zijn er andere standpunten en mogelijkheden om te verstaan. Door wie of wat dan ook eerder op het verkeerde been gezet kun je komen tot een beter begrip, een andere opvatting, een juister inzicht[11]. Meer met de zaak in het reine komen.
Geschiedenis is zo’n woord dat je gemakkelijk op het verkeerde been zet.

 

Het woord geschiedenis komt tegenwoordig vaak niet verder dan historisch, echt. Heeft Jezus echt geleefd is een voorbeeld van een opvatting van geschiedenis. Zeg je ja, dan staat alles vast, wat alles ook is. Zeg je nee, dan is het dus allemaal onzin[12], een verzinsel.
Julia Kristeva[13] schreef in 1983 het boek Histoires d´amour. Het boek is in het nederlands vertaald. Liefdesgeschiedenissen luidt de titel van de nederlandse vertaling (1991). Mooi. Iedereen kent voldoende Frans om te weten dat dit over liefdesverhaaltjes zal gaan en iedereen weet dan ook zo’n beetje wat je verwachten kunt. Maar dat blijkt een vergissing. Het boek gaat over wat er met liefde aan de hand is. Wat is liefde? Hoe werkt het? Hoe komt het? Wat haalt het overhoop? Hoe is dat dan mogelijk? Hoe zou je het kunnen benaderen?

Historie gaat niet alleen over geschiedenis in de historische zin van het woord. Historie kan ook vertellen over de werking of het gebeuren. “Dat is me een fraaie geschiedenis.” In de literatuur is natuurlijke historie het verhaal over wat er aan de hand is in de natuur, modern gezegd: over hoe de natuur te werk gaat of werkt.

De geschiedenis over hemel en aarde is volgens Genesis 1,1, dat ze geschapen is  of wordt door God[14]. Dat is wat er aan de hand is. Daarom kan er niet alles mee. Daarom moet je niet alles zo maar pakken en pikken, – exploiteren heet dat, – naar eigen believen en willekeur. Als de mens geschapen is en je buit hem uit, dan beledig of ontken je de schepper. Als de wereld en de mens geschapen zijn, dan hebben zij iets van heiligheid. Ik heb het niet uitgevonden. Ik kan er van nu af aan niet meer mee doen en laten wat ik wil.

Blijkbaar, daar is Genesis 1,1 op uit, blijkbaar is er enige afstand tussen mij en de wereld of de ander. Blijkbaar is het andere niet het verlengde van mij, of vanzelf van en voor mij. Hoe overbrug ik die afstand? Wat is er trouwens met hemel en aarde aan de hand?

 

 

Begin nr. 4: Tien werkwoorden

Scheppen wordt in de regel verstaan als maken. God schept, God maakt. In begin nr. 1 is daar al over te lezen. God maakt. Ieder mens kan iets maken. Daar is geen verschil. God en mens kunnen onderwerp zijn bij het werkwoord maken. Dat ligt bij Scheppen anders. God is in de Schrift de enige die Schept. Wat is dan scheppen? Het klinkt oneerbiedig maar is volstrekt duidelijk. God mag het weten. Hij is de enige die onderwerp is bij het werkwoord scheppen. Wij weten het dus niet. We kunnen het nergens mee vergelijken.

   Is daarmee scheppen onttrokken aan de horizon van ons vermoeden? Dat zou kunnen, ja, maar het hoeft niet.

   Hoe ontwikkelt dit scheppen (v. 1) zich? God zegt (3), God ziet (4). God maakt scheiding (4) tussen het een en het ander. Hij noemt (5). Scheiding is in het latijn finis. Daarvan is definiëren afgeleid. Afgrenzen. Bepalen. God’s scheppen is aanleiding tot zeggen, zien, scheiding maken en noemen. Vijf werkwoorden eindigen in noemen. De naam zegt wat iets is. Daarom is het licht licht. God heeft het zo gezien, zo genoemd. Scheppen heeft dus alles te maken met zijn beginnen en voortgaande doen.

Maar er komen nog meer werkwoorden waar God onderwerp bij is. Maken (v. 15), stellen (17), zegenen (22). Op de zevende dag zullen daar nog rusten (2,2) en heiligen (2,3) bij komen. Daarmee is God in Genesis 1 (1,1-2,4a) onderwerp van tien werkwoorden. Van negen werkwoorden zullen mensen onderwerp worden. Alleen het eerste werkwoord is gereserveerd voor God: scheppen.

Het werkwoord scheppen maakt blijkbaar een hele reeks mogelijk. Negen werkwoorden en vele onderwerpen zullen volgen in dit spoor, naar Gods beeld, op Hem gelijkend (1,27). En er is meer.

 

 

Begin nr. 5: Scheppen & het woordje goed

Het werkwoord scheppen strekt zich uit over het hele verhaal. Begin (1,1) en einde (2,4) zijn er in genoemd. Scheppen wordt ook genoemd wanneer het zover is dat de mens in het verhaal komt. God zegt: laat ons de mens maken, naar ons beeld, op ons gelijkend. In 1,27 horen we vervolgens drie keer het werkwoord scheppen. De mens heeft als schepsel blijkbaar een uitzonderlijke positie. Begin en einde lijken in hem samen te komen. Scheppen heet de daad waarin hij/zij – daar is nog geen verschil -, de mens te voorschijn komt.

   God schept ook bij de grote zeedieren en de levende wezens waarvan het water krioelt en alles wat vleugels heeft. Waarom hier scheppen? Zijn vissen en vogels samen met de mens een uitzondering? Zouden de dieren op het land dat dan niet zijn?

   Het kan ook wijzen op het geheel nieuwe dat na licht, aarde, water, groen gewas en de zon, maan en de sterren komt. Met de dieren komt de wereld in beweging. Eerst blijken de plaatsen waar een mens niet kan leven toch leefbaar te zijn. Het water en de lucht blijken ruimten voor vissen en de vogels.

Bij de grote zeedieren geeft het verhaal uitdrukkelijk het woord scheppen. Blijkbaar zijn zij meer[15] dan de dieren in uit het biologieboek van de zee met haar bewoners. De zee in de Bijbel is iets anders dan de zee voor mensen in Nederland en Vlaanderen. Als Johannes de nieuwe hemel en de nieuwe aarde ziet dan constateert hij dat de zee er niet meer is (Openbaringen 21,1). De zee is de onmogelijkheid van leven. En dan daarin de grote wezens, dreigend[16].

 

Toch: keerwoord in het verhaal over het scheppen van God is onmiskenbaar één woord: en God ziet hoe goed het is. Met alles wat over de wereld en haar bewoners komen zal: God ziet dat het goed is. Scheppen en zien dat het goed is roepen elkaar op. Wat mag dat betekenen? Waar staat goed voor?

In Genesis 1 komen we zeven keer tegen goed. De zevende keer heet het zelfs zeer goed. Wat is goed? Je zult tot 2,18 moeten wachten voordat je die vraag kunt beantwoorden.

In Genesis 2,18 komt een imposante uitzondering. Daar vinden we de enige plaats in de schrift waar gezegd wordt wat niet-goed is. Het is niet goed voor de mens, alleen te zijn. Blijkbaar is niet goed: alleen. Nu kunnen we ook weten wat volgens het Goede Boek goed betekent. Goed = niet-alleen.

De hemel en de aarde en de mens zijn geschapen. Geschapen zijn betekent in ieder geval, dat zij niet alleen zijn. Daarom zal ook de dreigende zee met haar monsters uiteindelijk geen bedreiging kunnen wezen.

Het verhaal over Gods scheppen eindigt in: niet alleen. Is daarmee de grondslag gelegd voor het geheime woord verbond waar heel het boek over zal blijven spreken? Het zal moeten blijken. Maar de vraag mag gesteld worden, het vermoeden geopperd. Het kan een richting suggereren, een zin.

 

 

Begin nr. 6: hemel en aarde

Gods schept in Genesis 1, 1 de hemel en de aarde. De tekst lijkt daarmee niet te willen suggereren dat de hemel de voorrang heeft. Gen 2,4b vind je de aarde en de hemel.

Eerste ruimtevaarders konden ons nog lichtjes verontrusten. Ze hadden overal in de ruimte rondgekeken en nergens de hemel gezien. De onrust was niet groot. Uiteindelijk kon je de hemel niet zien. Die is niet aanwijsbaar ergens anders. “De hemel is de hemel van God, de aarde heft hij aan de kinderen van de mensen gegeven” (Psalm 115,16).  Deze regel maakt duidelijk dat de hemel de plaats van God is. God en hemel zijn ook elkaars synoniem. Het koninkrijk de hemelen is het koninkrijk Gods. De aarde is voor de mens. Het is zijn aarde. Of de aarde een plaats is voor de mens zal moeten blijken. Zij is ons gegeven.

We zijn er mee vertrouwd dat de wereld onze[17] wereld is. Met alles wat daar nog aan te ontdekken is: we zijn er mee vertrouwd. Hoe we ons ook verplaatsen: de wereld is ons permanente hier. Daar staat daartegenover. Dat is gindse of gene, achter de horizon van het vermoeden.

De hemel is de plaats van God. Dat is dáár. Kritisch als we tegenwoordig zijn menen we te weten dat de hemel ver weg is. Toch is dat volgens Genesis 1 niet het geval. Hemel en aarde worden in één adem genoemd. Ze zijn elkaars buren. Zeg je A dan zeg je ook B. Zeg je B, dan heb je A gezegd. Het verbindende woordje en, in het hebreeuws hoef je dan maar een streepje te zetten voor het tweede woord[18].

Hemel en aarde, verenigd, blijven hemel en aarde. Zonder in elkaar te verdwijnen blijven zij naast elkaar, bijeen. Wat wij graag uit elkaar halen, hemel en aarde, blijken elkaars buren. Dat moet je dan maar geloven of voor lief nemen.

 

 

Begin nr. 7: Om te beginnen

Je leest een tekst, ook een bijbeltekst, altijd binnen je eigen horizon, je eigen wereld, in het verlengde van je eigen verstaan. Toch draag die tekst, ook de bijbeltekst, zijn eigen wereld aan.

Wanneer het over bijbel gaat delen de meeste lezers een gegeven. Ten overstaan van de bijbel zijn wij geen native speakers. Hoe volmaakt wij de bijbelse taal ook beheersen en spreken, wij blijven een eigen, vreemd accent houden. Een ingewijde kan zo aan ons horen dat wij zogezegd “niet van hier” zijn.

Een voorwerp uit de antieke Egyptische cultuur heet een band met andere voorwerpen uit die cultuur. Daar hoort het bij, daar moet je het bij plaatsen. Die andere dingen maken dit voorwerp ook enigermate leesbaar, reiken het aan, geven het een context. Zo brengt een voorwerp een hele wereld binnen, een andere wereld. Dat is bij teksten ook zo. Ook bij bijbelteksten.

Een bijbeltekst lees je altijd aan de voet van de berg[19]. Je weet dat er nog veel andere teksten bij horen, teksten uit de bijbel, maar ook teksten daaromheen, een hele traditie, schriftelijk en mondeling, een hele cultuur van voorwerpen en gewoonten, van feesten, tijden en hoogtijden. Toch hoeft dat vele en dat andere je niet af te schrikken.

De wereld van de bijbelse literatuur is niet als geheel toegankelijk. Zij vormt geen gesloten, inventariseerbaar geheel. Het is meer een immens archief. Ondanks alles wat daar in kaart gebracht is, je moet je eigen weg zoeken door dit archief, je eigensporen trekken, je eigen verleden beginnen. Het is eigen aan de liefde, lijkt het, dat de beminde steeds meer beminnelijk is. Je kunt zelf “op elkaar niet uitgekeken” raken. Dat duidt niet op een ontwikkelingsstoornis maar op kunnen zien, ervaren, beleven en toegelaten worden.

De wereld van de bijbelse literatuur is geen geheel. Iedere tekst heeft als bijna eerste eigenschap, de kwaliteit van een oneindig aantal mogelijke contexten. De tekst is onuitputtelijk, oneindig.

 

Hierboven zijn we begonnen met het begin, zeg maar de grendel of het slot op Genesis. Maar je begrijpt: wat begint is allang begonnen. Als de God van het verhaal begint, dan moet hij reeds begonnen zijn. Er moet iets voorafgaan aan de schepping. Bijvoorbeeld God zelf. Zou er meer vooraf kunnen gaan aan de schepping?

De joodse traditie is de bron die uiteindelijk de bijbelse traditie dateert. Zij heeft wat haar gegeven is al die eeuwen door bewaard, behoed, gekoesterd, is steeds opnieuw weer te rade gegaan bij wat haar te verstaan gegeven is[20]. De joodse traditie heft het niet kunnen laten om toch te peinzen over wat aan de schepping vooraf[21] gaat. Het gaat dan wellicht niet over chronologie, maar over mogelijkheidsvoorwaarden, vooronderstellingen die zullen blijken, fundamenten die achteraf het geheel zullen blijven dragen. Hoogtepunten, toppen van bergen die uitsteken boven het geheel en die hun schaduwen vooruit werpen. Aan welke zaken denkt de joodse traditie dan?

Aan de schepping gaan zes zaken vooraf: de Tora en de Troon van Gods Glorie, de Aartsvaders, Israël, de Tempel, de naam van de Messias. Een van de leraren[22] voegt er nog een aan toe: berouw, of spijt hebben van. Het is een toevoeging die te denken geeft, die het in ieder geval mogelijk maakt terug te komen op je schreden en opnieuw te beginnen.

 

genesis
home

[1] Suggestie: Sla bij eerste lezing de voetnoten over.

[2] Youp van het Hek zegt in zijn Oudejaarsconferentie 2002/2003 dat hij niet gelooft. Maar je weet het nooit. Stel je voor dat jij boven komt, de deur gaat open, en er zit wel iemand die tegen je zegt: “Zo Youpie.” Het gevoel dat hij daarmee vertolkt is bekend. Regelmatig hoor je : “Ik geloof wel dat ergens …” of “ooit …”. Het daarna bedachtzaam kijken vult het niet-gezegde aan, maakt de woorden af.

[3] Vergeet niet: voor de uitvinding van de boekdrukkunst beschikte bijna niemand over een volledige copy van de bijbel. Allen de grote kloosters konden zich dat permitteren. Uit de bijbel waren in die tijd vooral bekend de gedeelten die ieder jaar uit de Bijbel werden voorgelezen. De sporen daarvan vind je terug in de kinderbijbels en in fresco’s, schilderstukken, spreekwoorden, kunstboeken en tegenwoordig ook op het internet. In de kerk werd voorgelezen uit het boek waarin de lezingen stonden, het Lectionarium. Die teksten waren in het latijn.

[4] Nederland Bijbelgenootschap 1951. NBG. Een meer letterlijke vertaling. De NBG vertaling is een vertaling die ontstaanis uit de samenwerking van de protestantse kerken.

Willibrord Vertaling 1978. WB. De Willibrordvertaling is een vertaling van de Katholieke Bijbelstichting (KBS).

Nieuwe Bijbelvertaling 2001. NBV. De Nieuwe Bijbelvertaling zal wellicht najaar 2004 voltooid zijn. Zij ontstaat in een samenwerking tussen KBS, NBG en Vlaamse Bijbelstichtingen het Vlaamse Bijbelgenootschap.

[5] Dat is nu anders. De kranten spreken sinds 7 februari 2003 over het probleem dat sommige landen in de Europese Gemeenschap moeite hebben met God in de Europese Grondwet. Trouw meldt op 8 februari onder de kop: “Religie in grondwet verdeelt Europa” hoe gecompliceerd dat is. Noem je God dan bevoordeel je de gelovigen. Positieve discriminatie. De Spanjaarden hebben het daar moeilijk mee. De Spaanse Bisschoppen hebben zich indertijd zo met Franco geïdentificeerd! Christen-democraten in het Europese Parlement zijn er voor. De socialisten en de Groenen zijn tegen. De Scandinavische landen en Nederland ook. Denk ook maar aan het jaarlijks terugkerend ritueel rond de Troonrede.

[6] Het is interessant dat je voor God op de knieën moet.

[7] “Bij gratie Gods”. De Franse revolutie betekende, dat het door God ingestelde gezag blijkbaar niet door God ingesteld was. Zodoende kon Lodewijk XVI onthoofd worden. Op 10 november 1793 werd in de Notre Dame te Parijs een danseres tot Rede, de Godin, gekroond. Parijs vierde het grote feest van de rede.

[8] Het firmament en de lichten. De vissen en de vogels zijn geschapen. De dieren op het land gemaakt. En als God de mens gaat maken dan vervolgt de tekst: en God schiep de mens.

[9] Misschien is het aardig om te weten dat Genesis 1 in het hebreeuws zeven woorden telt. Daar zit dus iemand achter die kan tellen. Het hele verhaal presenteert zeven dagen. In Genesis 2,1-4a krijg je de tekst over de zevende dag. Dat zijn welgeteld 21 woorden: 3 keer 7. Zo wordt de heiligheid van de zevende dag geleerd. (Het hebreeuwse woord heiligen betekent apart stellen, onderscheiden, onderkennen, om tot zijn recht te laten komen. Zo kun je ook God heiligen. Denk aan: Uw naam worde geheiligd.)

[10] Waar laten de mensen die toch menen te moeten vasthouden aan de voorrang van God boven de big bang de archeologie van de hemel.

[11] De vraag blijft: is dit een kwestie van zien en inzien (inzicht) of van voelen, aanvoelen. Ik vermoed dat zien een afgeleide vorm is. Het zal gaan over contact hebben met, gevoel hebben voor, aanvoelen, feeling hebben. De vingers voelen het anders zijn van het andere, het kwetsbare. Het andere intact (in-niet, tangere-aanraken) laten. Dan wordt je terughoudend, verlegen, voorzichtig. Als je contact (con: samen-met) hebt dan weet je dat er een zekere feeling is voor. Voor deze andere mogelijkheden (modaliteiten) van het denken zie eventueel Jacques Derrida, Le toucher, Jean-Luc Nancy, Èd. Galilèe, Parijs 2000. (Interessant is: je kunt het voelen niet voelen. Je voelt altijd het andere. Daarmee is onze expansie en onze beheersingssystemen [ik kan, ik ken, ik weet, laat mij maar] toch een zekere wacht aangezegd. Er blijkt een grens.)

[12] Het woord onzin verdient ook nadere overweging. Wat is zin, wat is onzin? Wat ik betitel als zin of onzin kan blijven hangen bij mijn haperende kennis, mijn onvermogen om meerdere gegevens bijeen te brengen. Door iets als onzin te kwalificeren creëer ik een alibi. Nu hoef ik er niet meer over na te denken. Maar het woord onzin kan ook aangeven dat ik buiten de zin van het andere sta, dat dit of dat voor mij geen kan of richting op gaat, nergens bij aansluit. Bedenk eventueel: Zin is in het frans sens. Hetzelfde woord betekent in het frans ook richting. Nu weet je ook wat nonsens is. Het gaat geen enkele richting op. Het stokt.

Iets heel anders is: wat zou de richting kunnen zijn? Dat lijkt gecompliceerd maar is redelijk eenvoudig. Wat is de richting van mijn spreken? Om te beginnen is dat altijd degene die toegesproken, aangesproken wordt.

[13] Hoogleraar linguïstiek aan de universiteit van Parijs.

[14] In die zin zal ook Gen 2,4a gelezen moeten worden. Dat is heel iets anders dan NBV (2000): “Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden zij, zo werden ze geschapen.”

[15] Een aanduiding daarvan is wellicht te vinden in het ontbrekende “en het geschiedde alzo”. De lezer dient te begrijpen dat de vertellers van de bijbelverhalen geen tijdgenoten van ons zijn. Hun taal en beelden zijn ontleend aan hun wereld en het leven daarin. Wat niet te begrijpen is proberen we weer te geven in beelden waar we wel enigermate greep op hebben.

[16] Wat gevaarlijk is, bijvoorbeeld te veel bloeden, kan functioneren als beeld voor gevaarlijk. Oppassen: rood. Ook krokodillen hebben niet de naam aardig te zijn. In oud-oosterse afbeeldingen kan een krokodil (ook het nijlpaard) functioneren als beeld van de overwinnen gevaar. De zee is levensbedreigend. En daarin de grote monsters.

Deze verbeelding kun je primitief noemen, maar hoe verbeelden wij wat ons angst aanjaagt?

[17] Wel valt er nog te discussiëren over de vraag, hoe inclusief en exclusief dat wij is.

[18] Hemel |aarde, ofwel hemel en-aarde. In de verbinding van de twee verdwijnt ons verbindende en. In het hebreeuws heet de letter Wau. Je spreekt de leeter uit als w. De oorspronkelijke betekenis van Wau (hebreeuws) schijnt spijker te zijn. Als je haar schrijft (de nederlandse l met bovenaan en vlaggetje naar links) begin je boven aan de regel en ga je door tot beneden. Zo verbindt de Wau boven en beneden.

Nu is het in feite nog een beetje gecompliceerder. In het hebreeuws staat voor hemel en voor aarde het voorzetsel van de vierde naamval. In het hebreeuws bestaat dat uit twee letters: de Aleph en de Tau. Wanneer je naief leest, lees je: in de beginnen schiep God eeth (hemel) wa-eeth (aarde). De Aleph en de Tau zijn in het hebreeuws de eerste en de laatste letter van het alfabet. Zij zijn in het hebreeuws wat in het grieks de Alfa en Omega zijn. Je kunt dan lezen: in den beginne schiep God de Alfa en Omega. Van hieruit kun je beter lezen Openbaring 1,8; 21,6 en 22,13 plaatsen. Of: in de beginne schiep God het alfabet. Heb je alle letters, dan heb je in principe ook alle woorden en de mogelijkheid om alles te zeggen. 

[19] Je moet deze berg vrij letterlijk lezen. Er is nog een hele voorraad te lezen teksten. Maar je mag ook denken aan de berg Sinai. Je leest aan de voet van de berg waar het verbond gesloten wordt, zult meegenomen worden, onderweg en op weg.

[20] Christelijk bijbellezen dat daar systematisch aan voorbij gaat heeft niets begrepen van de solidariteit van Jezus met Jerusalem en de onscheidbaarheid van dat verbond.

[21] Het verhaal over de uittocht gaat over vrijheid en bevrijding. Je kunt zeggen: dat klopt niet. Vrijheid is het resultaat van bevrijding. De Exodus gaat over bevrijding en vrijheid. Toch, hoe redelijk ook, dat is defaitistisch, onfeitelijk. Je begint niet aan het avontuur van bevrijding tenzij wanneer je een idee hebt van vrijheid. Daarom gaat Exodus over vrijheid en bevrijding. De idee, de flard van het vermoeden, gaat vooraf aan de praktijk van de uitvoering. Zo gaat er ook aan de schepping vooraf, zijn er onuitgesproken basics. Welke zijn dat? Zie boven.

[22] GenR., I,4. Rabbi Ahabah de zoon van Rabbi Zeíra.