Esau en Jacob: Jacob en Esau

Het verhaal over vrijheid en bevrijding is het hoofdverhaal van de Tora en dus van de Tenach en dus van de bijbelse literatuur. Ook van het zogenaamde Nieuwe Testament. De naam Jezus betekent: De Heer bevrijdt.

 

 

Genesis is een inleiding op dat verhaal. Genesis gaat.

Genesis gaat over Abraham, Isaak en Jacob, en over de kinderen van Jacob/Israël.

Abraham is na Genesis 2-11 de grote uitzondering. Abraham doet zoals tot hem gesproken is. Hij gaat overeenkomstig het woord van de Heer (Gen 12,1.4). Dat betekent voor hem: land en zoon, ofwel een plaats (verleden) en zoon (toekomst, het verhaal gaat verder).

 

Te midden van anderen is Abraham de eerste, de ene.

Zo ook Isaak, de ene.

Maar de  mens bestaat niet in het enkelvoud. Dat was al zichtbaar in Abraham en Lot, Isaak en Ismaël of Isaak en de volkeren. Het verhaal wordt thematisch in Esau en Jacob. Het verhaal van Esau en Jacob wordt het verhaal over Jacob en Esau.

 

Evenals Sara is ook Rebecca niet vanzelfsprekend vruchtbaar. Als Rebecca in verwachting is stoten de kinderen in haar schoot tegen elkaar. Het lijkt wel strijd. Twee volkeren wonen in je schoot.

 

Bij de geboorte lijkt Jacob niets anders te doen te hebben dan alsnog als eerste geboren te worden.  Als Esau geboren wordt zit aan zijn hiel de hand van Jacob. Ekev (ja akov) is hiel. Jacob lijkt wel hielelichter.

 

Esau blijkt niet te  geven om het recht van de eerstgeborene (verantwoordelijk worden, zijn). Als hij sterft van de honger wil hij van dat rode (Esau/Edom, het rode land) de linzenmoes. Geef me dan je eerstgeboorte-recht. Esau zegt: “Ik ga toch sterven”. Wat voor zin heeft het verantwoordelijkheid (denk aan Abraham: woord/antwoord, verantwoordelijkheid) te dragen: we gaan toch dood. (Gen 25,32)

 

 

Gen 27 is een parel. Isaak is oud en blind. Het zal nu gaan over niet zien en zien.

 

Als Esau ontdekt dat Jacob hem voor geweest is wordt hij woedend. Zie, de dagen van de dood van mijn vader zijn aanstaande. Dan zal ik heengaan om mijn broeder te doden. Alsof de dood van de vader het einde van de broederschap of de dood van de broer betekent. Zie daartoe ook Mt 8,21. Als de leerling eerst zijn vader wil gaan begraven moet je bijna denken: wat is hij met zijn broer van plan. Broederschap is het centrale thema van het Nieuwe Testament. Denk aan “Onze vader”.)

 

Jacob vlucht naar waar Abraham vandaan komt.

Daar komt hij zijn droom tegen: Rachel.

Het wordt een wonderlijke bruiloft. Hij blijkt met Leah getrouwd.  En hem wordt fijntjes gezegd: Zo doet men dat bij ons niet, dat de jongste de oudere voorgaat. Na nog 7 jaar trouwt hij ook met Rachel. Maar er komt geen kind. Leah krijgt bijna kinderen an de lopende band, Rachel schoot blijft gesloten. Jacob zegt haar zelfs: Ben ik soms God!

Totdat … eindelijk, tegen alle verwachting Jozef geboren wordt. Dat is die Jozef van Jozef in de put. Jozef is de lieveling, het kind van de lievelingsvrouw.

 

 

Vanaf  Genesis 32 wil Jacob terug naar het land van zijn vader. Maar daar is nog een probleem. Daar staat een grote rekening open: Esau. Die nacht voordat hij Esau zal ontmoeten zal ik in de les lezen.

 

Amsterdam, 18 mei 2006

Jan Engelen