Kijk je rond in de geschiedenis van het Westen en in de expressie die mensen in onze contreien aan hun leven gegeven hebben, dan tref je veel muziek, literaire en beeldende kunst aan die allemaal uiteindelijk teruggaat naar de christelijke geschiedenis. Veel van wat in oude kerken en in musea staat, grote delen van onze cultuur is afkomstig uit het Boek van alle verhalen dat christenen altijd gebonden heeft en bindt, dat in hun beleving en herkenning altijd een centrale plaats had en heeft: de Bijbel, het Boek in het midden.
Te midden van alle verhalen van christenen is de bijbel de oorsprong, de centrale bron. Dit gegeven brengt evenwel een grote moeilijkheid met zich mee.

In Nederland zoals in heel de 'Westerse wereld' weet ongeveer iedereen wat "de Bijbel" is. Bijna iedereen heeft voor die naam, dat woord, een kader. Bijna iedereen weet bij wijze van spreken ook, welk gezicht je bij het woord Bijbel moet trekken. Maar stel om te proberen eens een paar eerste vragen over de bijbel. Denk aan vragen als:Wat is een bijbel eigenlijk? Waar komt het boek vandaan? Wat moet het? Hoe zit het in elkaar? Velen zullen je vreemd aankijken en daarna bekennen dat ze het eigenlijk niet weten. Na de inleidende teksten moet je de eerste antwoorden op deze vragen kunnen geven.

 

De Bijbelse Literatuur toegankelijk gemaakt

door Jan Engelen

 

 

Onder ons gezegd of geschreven

De Bijbelse Literatuur maak je niet toegankelijk door alles in het kort te vertellen. Alles is hier een verhaal dat niet te vertellen is, ook niet bij benadering. Te veel gegevens zijn onduidelijk, zoek geraakt en verdwenen in de geschiedenis. Verwacht dus niet een alles omvattende en uitputtende inleiding in de bijbelse literatuur. Deze tekst neemt je enkel even terzijde. Even kijken we voor de eerste keer achter de schermen. Even mag je zien dat een stad niet hetzelfde is als een fietsewiel of een dorpsplein.
Deze inleiding wil niet alles vertellen. Het gaat om te beginnen over bijbelse literatuur en geloven.

 

In de lijn van de geschiedenis

De geschiedenis van het christendom wordt bepaald door twee constanten. Die twee zijn n. Het zijn: het Boek en de Geschiedenis rond het Boek. Het Boek staat middelpunt zoekend en middelpunt vliedend in het midden. Het boek is de hoogste norm. Niet omdat het ooit tot hoogste norm is uitgeroepen, maar omdat de Joodse en zo ook de Katholieke gemeenschap van alle kanten steeds rond het boek, de verhalen, bijeen komt.Van week tot week van dag tot dag werd en wordt (uit) het boek voorgelezen, bestudeerd en uitgelegd. De praktijk plaatst het Boek al die eeuwen door in het centrum. Het Boek is het waarvandaan en waarheen. Heel de christelijke literatuur, ook de meer normatieve teksten binnen die traditie, baseren zich op de Bijbel, op het Boek van Alle Verhalen. Wat is de Bijbel dan?

 

Eigenlijk

De naam Bijbel vertelt eigenlijk al direct wat er aan de hand is. Het woord Bijbel is afgeleid van het griekse woord biblia, boeken. In feite is de bijbel een pakket boeken, een greep in of uit de geschiedenis, een bibliotheek. Omdat keizer Constantijn accepteert het Christendom . Hij vaardigt in 313 het Edict van Milaan uit dat de christenen in het Romeinse Rijk vrijheid van godsdienst geeft. Voortaan wordt de cultuur van Europa (beelden, woorden, inzichten, gevoelens) aan de hand van deze Boeken bepaald. De Bijbelse Literatuur is de stok die de cultuur van al die mensen in zoveel tijden en plaatsen overeind gehouden heeft. Zij is een bron van humaniteit, van vermoeden, verlangen en waarden gebleken, gebleven. In de katechese dient het Boek van Alle Verhalen als vanzelf een centrale plaats in te nemen.

 

Hachelijk

Zo simpel als dit is, zo hachelijk is het ook. Geen boek is zo gebruikt en dus ook zo misbruikt als Dit Boek. Iedereen in het Westen kent wel mensen of groepen die op een merkwaardige wijze zichzelf en hun gedrag onbespreekbaar maken (aan de communicatie onttrekken) door zich te verschuilen achter dit boek, zonder te beseffen dat zij feitelijk alleen de eigen, vaak op een of andere sectarische wijzen van lezen koesteren. Met sectarisch bedoel ik "buiten de gemeenschap". Dat kunnen groepen of groepjes zijn die door hun "letterlijk lezen" hun vrijheid menen te kunnen vinden. Het kan ook "het gezag" zijn dat zich door zich te beroepen op dit boek meent te kunnen handhaven met "alle gelijk van de wereld aan hun zijde want God heeft het zo gewild". Het Christendom dat dáárdoor aan het licht komt is in toenemende mate voor anderen precies de reden om het Boek gesloten te laten.
Maar een Boek is een Boek. Het kan er altijd, zelfs per ongeluk, zijn. Open of welhaast onopgemerkt, het blijkt in de geschiedenis meegegaan. En zolang het meegaat kan het anders, misschien zelfs beter, bijvoorbeeld dichter bij de bron, gelezen worden.

Het Boek is zodanig open geweest, heeft zich zo in fragmenten gedrag, inzichten en intuities uitgezaaid, dat het een keer open niet meer te sluiten is. Het Boek, en heel de geschiedenis rond het Boek is ondanks alles niet ongedaan te maken. Het kan hoogstens anders, veranderen.
Of we iets van heel die geschiedenis rond het Boek geleerd hebben, wie zal het zeggen. Wie weet of wij het beter doen. Het niveau van de communicatie met elkaar rond het Boek is hier bepalend. En daar komt bij.

Misbruik van vertrouwen mag en kan onder volwassenen geen reden zijn om niet meer te vertrouwen. Ondanks ook bizar gedrag en misbruik, de Bijbel blijft een bron van vertrouwen en cultuur, geeft woorden en beelden aan de taal en/van ons verlangen, en gaat door ten dienste van het leven van en voor veel mensen. Het Boek ligt simpel in ons midden. Het gesprek dat we naar aanleiding daarvan over het boek en over onszelf, als individu en als gemeenschap, kunnen voeren is normatief. Voorlopig heeft niemand alleenvertoningsrecht.

Gezien de effecten van het Boek in onze geschiedenis en cultuur loont het de moeite, kennis te maken met deze bron. De negatieve gevolgen van de omgang met en het toepassen van het Boek (in het Westen en vandaaruit over heel de wereld) kunnen alleen voorkomen worden door betere informatie over het boek. Je moet wat weten om te kunnen lezen. Exegese is een kunst. Dat Boek, de Bijbel: wat is dat? Waar gaat het over? Wat wil het? Wat bewaart het? Wat heeft het? Deze vragen motiveren deze inleiding en proberen te leiden tot een eerste verkenning.

 

De Bijbel

In een gangbare, Nederlandse uitgave is de Bijbel ongeveer 1400 pagina's. Waar dat over gaat? Dat is een beetje grote vraag. Misschien is het mogelijk de vraag te beperken. Is het geheel van "onze Bijbel" in delen te verdelen? Wellicht kunnen we binnen een zekere beperking een eerste toegang banen tot de delen en gehelen van "de Bijbelse Literatuur".

 

In delen

Bijbel, biblia, boeken. De verzameling Boeken, de bibliotheek in feite die Bijbel heet, kun je om te beginnen verdelen in twee delen. Het eerste deel noemt men vaak het Oude Testament (OT). Het tweede deel zal dan het Nieuwe Testament (NT) heten. Uit beide namen blijkt ook direct het misleidende signaal van die namen. Het zogenaamde Oude Testament heet immers "Oud" (met alle gevolgen die dat met zich meebrengt) omdat het Nieuwe Testament "Nieuw" heet. Zonder het Nieuwe zou het Oude niet Oud heten.

Mensen die aan het Nieuwe Testament niet de christelijke betekenis toekennen zullen het Oude Testament ook niet Oude Testament noemen. Komt dat dan ook voor? Jazeker, dat komt voor. De Joodse Bijbel bestaat uit wat Christenen noemen "'alleen het oude testament". Voor hen is de Joodse Bijbel de Schriftelijke Traditie.

Het Nieuwe Testament

Keren we terug naar de namen (OT en NT) en beginnen we voor het gemak even achteraan, bij wat we voor het gemak even deel II kunnen noemen, het zogenoemde NT.

In feite beslaat het NT ongeveer 1/6 van de gangbare, Christelijke Bijbel. Alle boeken uit het zogenaamde Nieuwe Testament zijn teksten ontstaan na wat achteraf het begin van de christelijke jaartelling heet. Het zogenoemde Nieuwe Testament is in feite (de uitwerking van) n naam. "Jezus". Meer makkelijk gezegd: het zogenoemde NT bestaat uit teksten over, van en naar aanleiding van Jezus van Nazareth/Bethlehem tot Jerusalem. Teksten over hem. Mensen, zijn "leerlingen", waren zo vol van Jezus dat ze over hem zijn gaan vertellen. De verhalen over hem geven ook hemzelf het woord, vertellen de verhalen van hem en voeren hem vertellend op. Deze, steeds vertelde verhalen zijn langzaam maar zeker standaard, traditie, tekst geworden.

De taal van het Nieuwe Testament is Grieks. Een toegankelijke beschrijving van dat wordingsproces vind je in J.Roomer, Geschiedenis en archeologie van de bijbel. (Teleac, 1996. Je vind het in iedere bibliotheek.)

 

De Joodse Bijbel

In feite is het zogenoemde Oude Testament verreweg het grootste deel van de bijbelse literatuur (5/6). In een gangbare nederlandse bijbeluitgave vormen 1100 van de 1400 pagina's het Oude Testament. De teksten zijn niet in n keer geschreven. Een eeuwenlang proces heeft tot dit resultaat geleid. Wanneer de apostolische geschriften, (het Nieuwe Testament) ontstaat, is het Oude Testament ongeveer 1800-300 jaar oud. De taal is hoofdzakelijk hebreeuws.

Martin Buber (1878-1965), een in Europa bekende Joodse leraar, heeft eens gezegd: "Het Oude Testament is niet oud en geen testament." Het is een uitspraak die vreemd aandoet. Alhoewel. Het woord testament is afkomstig uit het Latijn. Testamentum is afgeleid van het werkwoord testari / getuigen. Een testamentum is een document dat in aanwezigheid van getuigen getekend en daardoor rechtsgeldig geworden is.

In feite is het zogenoemde OT een verzameling teksten, ontstaan, gegroeid, gegroepeerd, gelezen en vertolkt, van week tot week en/of van dag tot dag, binnen de Joodse gemeenschap. Hebben Joodse mensen dan geen eigen naam voor het OT? Dat hebben ze wel. De Joodse gemeenschap noemt het zogenoemde "Oude Testament" met een eigen naam. Die literatuur wordt bijeen gehouden door de naam Tenach.

Tenach

Het hebreeuwse woord Tenach is een merkwaardig woord. Het is eigenlijk geen hebreeuws en je kunt het niet vertalen. Encrv of Anweb kun je ook niet vertalen. Spreek je die woorden hardop uit, dan merk je dat het blijkbaar om de medeklinkers gaat! TeNaCH: T (Tora), N (Nevie-iem); CH (Chetoviem)

Tora

Het woord Tora is afgeleid van het hebreeuwse werkwoord harah. Dat betekent aanwijzen, laten zien. Zie bijv. Ex 15,25. Tora wordt in de regel vertaald met "Wet". Een permanent misverstand ligt dan voor het oprapen. "Wet" brengen wij Nederlanders altijd in verband met "moeten en zullen". Toch is Tora interessanter, evenals het Nederlandse woord wet.

Het nederlandse woord wet is volgens de nederlandse etymologie, afgeleid van het werkwoord weten. Wet betekent: wat je geacht wordt te weten, wat het weten waard is. De Tora bestaat uit de eerste vijf boeken van een gangbare Bijbel: Genesis (Gen), Exodus (Ex), Leviticus (Lev), Numeri (Num) en Deuteronomium (Deut). In de Joodse traditie worden deze boeken de vijf boeken van Mozes genoemd. Meer voledig: het onderricht van Mozes. Wat Mozes aan zijn volk leert. In didactische terminologie: de Wet, de Tora, is de leerstof: dat waar de les over gaat.

Een oude, bekende naam voor de vijf boeken van Mozes is de Pentateuch. (Ieder kent de naam van het Pentagon. Het gebouw draagt die naam omdat het vijf hoeken heeft.) Pente is grieks. Het betekent vijf. Teuchos betekent tuig, gereedschap, tot en met, later, boek. De Pentateuch is het uit vijf delen bestaande instrument, de Tora.

In de Joodse gemeenschap staat de Tora centraal. Waarom staat de Tora centraal? Waarschijnlijk omdat daar de belangrijkste zaken in staan. Toch is dit antwoord rationeel en dus niet correct. Als iets belangrijk is, dan is dat niet een kwestie van denken. Dat zou immers vrijblijvend zijn. De Tora staat centraal in de praktijk, in het doen.

Iedere week (als het goed zou zijn iedere dag) wordt de Tora gelezen en bestudeerd. Iedereen wordt geacht zich op die lezing studieus voor te bereiden. (Wat bij ons de Schrift heet, noemt de joodse traditie mikra, het geroepene, wat voorgelezen wordt, de lezing. Zo kun je begrijpen: "Het geloof is uit het horen" - Rom 10,17.)

Je kunt alleen studeren door zelf met het studiemateriaal in gesprek te gaan. Het gesprek rond het Boek is al eeuwenlang gaande. Je wordt, als je mee doet, uitgenodigd om mee te praten. Meepraten begint met luisteren en vragen stellen. Zie eventueel het evangelie van Lukas 2,46v.

De tekst die de Synagoge ten aanhore van allen voordraagt, is dus in feite de gehoorde en bestudeerde tekst. Dit liturgisch voordragen vindt plaats in de synagoge. Ook het woord synagoge is Grieks. Syn-agoo: samen komen. Een meer hedendaagse, gangbare joodse naam voor synagoge is sjoel - school. Daar school je samen, ga je bij Mozes in de leer. Mozes is de leraar.

Week in week uit wordt de Tora voorgelezen, gelezen en bestudeerd. Daarom, puur praktisch, staat de Tora centraal. Marc Chagall heeft dat op nog al wat schilderingen laten zien.

De Tora in de strikte zin van het woord bestaat uit de eerste vijf boeken van je bijbel. In de regel noemt men de Tora ook 'de vijf boeken van Mozes'. Meer in het algemeen kan het woord ook een aanduiding zijn voor alles wat het leren waard is. Uiteraard is dat persoonlijk. Maar het is ook zakelijk. Bijvoorbeeld: wat moet ik kennen en kunnen om een goed onderwijsgevende of verpleegkundige te zijn? Het antwoord op die vraag is voor een (aanstaand) onderwijsgevende of verpleegkundige ook Tora.

 

Nevie-iem/Profeten

In de regel gebruikt men (niet-Joden) ter aanduiding van Nevie-iem het woord dat de Septuaginta (de vertaling uit het hebreeuws in het grieks, gemaakt rond de tweede eeuw voor de gangbare jaartelling, afgekort als LXX) als vertaling geeft: Profeten.

De naam 'profeet' wordt in de regel verkeerd verstaan. Een profeet heet in de volksmond een 'voorspeller'. Profts (LXX): fmi is grieks. Het betekent: spreken. Een profeet is dus iemand die pro spreekt. Pro betekent voor. Maar wat betekent vr?

In het woord voorspeller wordt vr begrepen als een voorzetsel van tijd. Een profeet zou dan iemand zijn die vrdat het zover is, vertelt wat er gaat gebeuren. Maar in pro of contra heeft voor niets met tijd te maken. In 'wil je dit voor me doen?' heeft voor ook geen betekenis van tijd. In de uitdrukking iemand knollen voor citroenen verkopen, betekent voor: in plaats van, namens. Een profeet is iemand die spreekt namens.

Profeten spreken dus 'namens'. Namens wie of wat? Op de eerste plaats namens Mozes, namens de Tora. Profeten leggen de Tora uit. Ook dit kun je verder proberen uit te leggen: Profeten spreken namens God, namens Mozes, namens de armen, namens het verbond. Profeten geven hun stem.

De synagoge leest na het gedeelte uit de Tora altijd een klein gedeelte uit de profeten als begin van de uitleg van Mozes. Profeten geven uitleg van het onderricht van Mozes. Zij spreken namens Mozes. Zij doen met de Tora wat de onderwijsgevende doet met de leerstof.

Bij de profeten staat de Tora centraal. Zoals Mozes gelijk staat met de Tora, zo zijn de profeten verzameld in de naam Elia. Elia is de vader van de profeten.

Mozes en Elia zijn Tora en Profeten. Tora en profeten is in feite een andere naam voor de Tenach, voor heel de schrift.

 

Chetoviem/Geschriften

Het derde deel van de Tenach heet in de taal van de Tora: chetoviem. Ook hier ligt de klemtoon op de laatste lettergreep. Het woord chetoviem is afgeleid van het hebreeuwse werkwoord katav. Het betekent (inkrassen, kerven), graveren, schrijven. Het woord loopt parallel met het griekse graphein, schrijven (denk aan griffel of gravure). Gods Schrift, de taal van het verbond, is gegraveerd op stenen tafelen (Ex 32,16).

Chetoviem betekent Geschriften. De geschriften reageren op de uitleg en het onderricht. Je zou kunnen zeggen: de 'geschriften' doen wat de leerlingen doen. Zij echon de leerstof.

Het woord katechese is afgeleid van het griekse kat-echeoo. Het betekent oorspronkelijk echon. Echon wat je geleerd hebt, mee laten klinken, resoneren, resonantie. In meer strikte zin werd het binnen de kerken gebruikt voor laten meeklinken van wat je als gelovige geleerd hebt. Maar je mag nog niet te zwaar tillen aan deze uitleg. Eerst moeten we uitleggen wat geloven betekent.

 

Wat betekent geloven?

In de regel functioneert geloven in zinnen als:

        "Vertrekt hier om kwart over twaalf een bus naar Sloterdijk-station?"

        "Ik geloof het niet."

Geloven betekent in zo'n zin: niet zeker weten, vermoeden. Dat is niet de bijbelse betekenis van het woord.

Een perfecte uitleg van het woord geloven vindt je via het engelse love: houden van, iets/alles zien in. Het nederlandse woord geloven is afgeleid van het gotische galaubjan, zich hechten aan.

Voor de goede verstaander: religieus geloven is even kwetsbaar en weerloos als houden van muziek. In de teksten bij Ex 3 zullen we daar op terug komen.

Voorlopig kun je zeggen: een goede werkomschrijving van katechese voor kinderen van de basisschool zou kunnen zijn: leren meepraten wanneer het over "deze dingen" gaat.

De Tora wordt derhalve als het ware omgeven door de profeten en de geschriften. Haal je de Tora uit het midden weg, dan gebeurt hetzelfde als wanneer je uit het wiel van een fiets de as weghaalt.

Katechese is uiteindelijk: kennis maken met en het verkennen van de mogelijkheden van bijbelse verhalen. Waar gaan die verhalen over, wat bewaren ze uiteindelijk en stellen ze veilig door het te vertellen? Dat is een uitstekende vraag van waaruit je kunt beginnen te studeren.

inleiding Tora

het sjema

identiteit

uit het archief


Jan Engelen, Herten/Roermond 1997.

 

home

plattegrond


Amsterdam, december 2008